In de 17e eeuw maakten rijke burgers de dienst uit in Nederland. Hun moderne smaak zorgde voor een vernieuwing van de schilderkunst. Religieuze onderwerpen maakten plaats voor taferelen uit het dagelijks leven, portretten en landschappen. Hoe ontstond de Hollandse school? Wie waren de belangrijkste kunstenaars? En wat waren de kenmerken van deze kunststroming?
Na de opkomst van het protestantisme en onafhankelijkheidstrijd tegen Spanje was de Nederlandse republiek een rijke handelsnatie. Kunstenaars kregen opdrachten van de rijke burgerij ter versiering van hun huizen. Deze Hollandse meesters specialiseerden zich in specifieke genres binnen de schilderkunst: portretten, landschappen, stillevens, zeegezichten en scenes uit het dagelijks leven. In dit artikel een overzicht van de geschiedenis van de Hollandse school, de belangrijkste kunstenaars en de kenmerken van de stijl.

Begin van de Hollandse school
Hoe ontstond de Hollandse school?
Sinds de start van de reformatie door Luther en Calvijn waren protestanten in Nederland grotendeels onderdrukt door het Spaanse katholieke regime. In 1566 trokken protestanten door het land om op grote schaal heiligenbeelden te vernielen. Deze beeldenstorm was het begin van een geloofsconflict in de Nederlanden waarbij katholieken en protestanten tegenover elkaar kwamen te staan. De katholieke Spaanse koning Filips II sloeg de opstand met harde hand neer. Daarop kwam Willem van Oranje in gewapend verzet om te strijden voor godsdienstvrijheid. Vanaf het beleg van Antwerpen in 1585 vluchtten veel Vlamingen naar Noord-Nederland, waar het veiliger was. In deze vluchtelingenstroom kwamen veel Vlaamse kunstenaars naar Haarlem. Zij namen veel kennis en kunde mee naar de Noordelijke Nederlanden en zorgden voor een opleving van de Nederlandse schilderkunst.
In 16e eeuws Europa was de kerk altijd een belangrijk stimulator voor kunst geweest. Nadat de protestanten aan de macht kwamen in Noord-Nederland, viel een belangrijke opdrachtgever weg. Kunstenaars moesten daarom nieuwe mecenassen zoeken en vonden deze in de welvarende burgerij. Deze nieuwe rijken hadden een andere smaak. Religieuze schilderijen maakten daarom plaats voor portretten, landschappen en taferelen uit het dagelijks leven. De Hollandse school ontwikkelde zich tot een kunststroming die zich onderscheidde door haar realisme, intimiteit en technische verfijning.


Hendrick ter Brugghen – Mars slapend
Waarom heet de kunststroming de Hollandse school?
In de 17e eeuw was de barok de dominante stroming binnen de Europese schilderkunst. Barokkunst kenmerkt zich door theatrale composities. Kunstenaars probeerden met dynamiek en licht-donkereffecten emotie over te brengen. De term ‘Hollandse School’ is ontstaan om de Nederlandse schilderkunst te onderscheiden van barokkunst die uit andere Europese landen. Waar Zuid-Europese barokschilders kozen voor overdadige schilderijen met religieuze en mythologische onderwerpen, richtten Nederlandse meesters hun penselen op de schoonheid van het alledaagse leven. Ook qua stijl en techniek onderscheidt de Hollandse school zich van andere barokkunst. De Hollandse meesters excelleerden met natuurlijk licht, verfijnde penseelvoering en een realistische benadering. De schilderijen waren doorgaans kleiner van formaat, zodat ze geschikt waren voor de woningen van welgestelde kooplieden.

Kenmerken van de Hollandse school
Dagelijks leven
In het 17e-eeuwse Holland vonden kunstenaars hun inspiratie in het gewone leven: Keukenmeiden, kaartspelende mannen of dronkenlappen. Deze ‘genrestukken’ waren meer dan alleen registraties van het dagelijks leven. De schilderijen hadden vaak een morele boodschap of symbolische betekenis, verpakt in schijnbaar eenvoudige taferelen. In Jan Steens schilderij van het Sinterklaasfeest bijvoorbeeld, zien we hoe goed gedrag wordt beloond met cadeaus. Stoute kinderen bleven achter met de roe. Kunstenaars als Pieter de Hooch, Jan Steen en Johannes Vermeer verhieven het alledaagse tot kunst. In de brieflezende vrouw van Johannes Vermeer zien we op de achtergrond een wereldkaart. Zou de brief afkomstig zijn van een geliefde op reis?



Portretten
Het portret onderging in de Hollandse School een revolutie. Niet langer was het alleen de adel die zich liet vereeuwigen, ook de welvarende burgerij eiste haar plaats op het doek op. Kooplieden, regenten en gildenmeesters liet zich portretteren. Frans Hals en Rembrandt van Rijn excelleerden in realistische portretten, dankzij virtuoos gebruik van licht en donker. Rembrandt experimenteerde met de portretkunst in tientallen zelfportretten, waarin zijn stijl steeds losser wordt. Groepsportretten, zoals de beroemde schuttersstukken, weerspiegelden de maatschappelijke status van welvarende burgers binnen de Republiek. Een tiental schuttersstukken van Frans Hals zijn te zien in het Frans Hals Museum in Haarlem.



Frans Hals – Lachende Cavalier
Rembrandt van Rijn – Zelfportret
Specialisatie
De Hollandse School kenmerkt zich door de vergaande specialisatie onder kunstenaars. In tegenstelling tot hun Europese tijdgenoten, kozen Nederlandse schilders ervoor zich te bekwamen in specifieke genres. Willem van de Velde specialiseerde zich in zeegezichten, Rachel Ruysch werd beroemd om haar bloemstillevens, en Paulus Potter legde zich toe op het schilderen van dieren. Kunstenaars konden hierdoor hun onderwerpen en techniek steeds verder perfectioneren. Daarnaast had specialisatie ook een praktische kant: het stelde kunstenaars in staat om efficiënter te werken en hun eigen niche in de competitieve kunstmarkt te vinden.

Kunstenaars van de Hollandse school
Gerard van Honthorst en de Caravaggisten
Aan het begin van de 17e eeuw was Rome het middelpunt van de Europese schilderkunst. Caravaggio maakte er furore met dramatische schilderijen vol licht-donkereffecten. Gerard van Honthorst reisde naar Rome en Florence om de Italiaanse kunst te bestuderen. Na zijn terugkomst in 1620 vestigde hij zich in Utrecht, waar hij samen met Dirck van Baburen en Hendrick ter Brugghen in de stijl van Caravaggio ging werken. Van Honthorst specialiseerde zich in schilderijen met beperkt licht, bijvoorbeeld een kaars, zodat een intieme sfeer ontstaat. In de Koppelaarster schilderde hij een oude vrouw (de koppelaarster) die een rijke man samenbrengt met een knappe vrouw. Van Honthorst had opdrachtgevers in heel Europa.

Rembrandt van Rijn
Rembrandt van Rijn is de belangrijkste kunstenaar van de Hollandse school, dankzij zijn vernieuwende stijl en veelzijdige onderwerpen. Na een leertijd in Leiden, vestigde hij zich in 1631 in Amsterdam als portretschilder. Hij nam de licht-donkereffecten over van de Utrechtse Caravaggisten en schilderde rijke burgerlieden in groot detail, zoals Marten en Oopjen. Rembrandt maakte in deze jaren talloze zelfportretten als vingeroefeningen om zijn stijl te verbeteren. In 1642 schilderde Rembrandt de Nachtwacht voor de kloveniersdoelen. het dynamische groepsportret van de schutterij van Frans Banning Cocq zou uitgroeien tot zijn beroemdste schilderij. Spectaculair zijn de late schilderijen van Rembrandt, waarin hij met dikke lagen verf (impasto) en veel kleur trefzekere doeken maakte. In zijn eigen tijd wist men de losse stijl maar moeilijk te waarderen, maar tegenwoordig behoren het Joodse Bruidje en de Staalmeesters tot zijn meest geliefde schilderijen.



Frans Hals en het portret
In de 17e eeuw was er een grote vraag naar portretten in Nederland. De rijke burgerij zag de portretten als statussymbool en bevestiging van hun verworven maatschappelijke positie. Tussen alle portretschilders was Frans Hals het meest vernieuwend. Zijn losse schilderstijl zorgde voor levensechte doeken. Hij maakte ook groepsportretten van schutters en regenten, zoals de stemmige schilderijen van de regenten en regentessen van het Haarlemse oude mannenhuis. Naast portretten van de elite, maakte hij speelse schilderijen van dronkelappen, muzikanten en zigeuners. Deze tronies waarin karaktereigenschappen werden uitvergroot, waren bedoeld ter vermaak. Juist door zijn losse penseelstreek werd Frans Hals opnieuw populair in de 19e eeuw, toen moderne kunstenaars zijn werk herontdekten.


Judith Leyster en het dagelijks leven
Onder invloed van Vlaamse kunstenaars in de traditie van Brueghel, begonnen Nederlandse kunstenaars boerentaferelen te schilderen. Adriaen Brouwer, Jan Miense Molenaer en Adriaen van Ostade schilderden het kroegleven. Het zijn humoristische schilderijen van boeren en burgers in herbergen of tijdens dorpsfeesten. De landschapsschilderijen met kleine dorpen zijn de eerste genrekunst van de Hollandse school. Onder aanvoering van Judith Leyster veranderde de stijl van de boerenschilderijen. Leyster schilderde de dronken boeren alsof het portretten waren, waarin vaak maar enkele personen worden afgebeeld. In 1633 werd ze als enige vrouw lid van het Haarlemse Sint Lucasgilde voor kunstenaars. In 1636 trouwde Leyster met Jan Miense Molenaer. Naar haar huwelijk zijn er nauwelijks meer schilderijen van haar hand bekend. Omdat er in de inboedel na de dood van Jan Miense Molenaer schilderijen van ‘juffr. Molenaer’ zijn beschreven, wordt algemeen aangenomen dat Leyster na haar huwelijk niet gestopt is met schilderen. Mogelijk werkte ze mee aan de doeken van haar man.



Jan Steen
De beroemdste komische schilder van de 17e eeuw was Jan Steen. Mogelijk was Steen een leerling van Adriaen van Ostade, maar zeker is dat hij vijf jaar lang werkte met landschapschilder Jan van Goyen. Vanaf 1648 stond Steen ingeschreven bij het Leidense Sint Lucasgilde en werkte hij ook regelmatig samen met Gabriel Metsu. Jan Steen schilderde chaotische groepsportretten van huishoudens, kroegen of andere dagelijks taferelen. De schilderijen hebben vaak een vermanende ondertoon. Meer dan het plezier te vieren, zijn de schilderijen een waarschuwing tegen slecht gedrag. De onrustige genrestukken van Steen zijn zo kenmerkend, dat het gezegde ‘een huishouden van Jan Steen’ naar ze vernoemd is. Minder bekend dan zijn genrestukken, zijn de Bijbelse en mythische schilderen van zijn hand. Steen was een succesvol schilder en zijn werk kreeg al tijdens zijn leven waardering. Hij woonde onder meer in Utrecht, Haarlem en Delft.

Johannes Vermeer
Johannes Vermeer specialiseerde zich in het Hollands interieur. Vaak tonen zijn dezelfde ruimte, de eerste verdieping in zijn huis op de Oude Langendijk, met een grote raampartij aan de linkerzijde. Er is veel gespeculeerd of Vermeer in deze kamer een Camera Obscura gebruikte bij het maken van zijn schilderijen. Maar zeker is dat de werken zeer fijn geschilderd zijn met veel details. Waarschijnlijk was zijn productie daarom laag: er zijn maar 37 schilderijen van Vermeer bewaard gebleven. Na zijn dood werd Vermeer eeuwenlang vergeten, totdat hij in de 19e eeuw werd herontdekt door de Franse kunstcriticus Théophile Thoré-Bürger. Vermeer had een grote invloed op andere kunstenaars, zoals Pieter de Hooch en Gabriël Metsu en eeuwen later zelfs Salvador Dali.


Jan van Goyen en landschapskunst
In de 16e eeuw waren landschappen vaak het achtergrond voor Bijbelse taferelen, zoals de Vlucht naar Egypte. Maar in Nederland ontwikkelde het landschap zich tot een los genre in de 17e eeuw. Jan van Goyen trok met een schetsboek door heel Nederland op zoek naar de mooiste plekjes. Vervolgens werkte hij de schetsen in het atelier uit tot volwaardige schilderijen. De pontjes en waterlandschappen zijn hierdoor geen realistische weergave van de werkelijkheid, maar vooral een idyllisch beeld. Ook latere Nederlandse landschapschilders nemen het minder nauw met de werkelijkheid. Jacob van Ruisdael maakt de berg van het kasteel van Bentheim hoger dan in werkelijkheid voor een theatraal effect.


Willem van de Velde en de zeeschilders
In de 17e eeuw was Nederland één van de belangrijkste zeemachten ter wereld. Schepen bevoeren de wereldzeeën om specerijen, vruchten en servies te importeren. Kunstenaars als Jan Porcellis, Willem van de Velde (vader en zoon) en Ludolf Bakhuysen waren daarom populair. Willem van de Velde de oude ging mee tijdens zeeslagen om schetsen te maken. Terug op land werkte hij de schetsen uit tot pentekeningen. Zijn zoon Willem van de Velde de jonge gebruikte de schetsen om schilderijen te maken. De zeegezichten waren zo populair dat ze op uitnodiging van de Engelse koning zelfs in Engeland gingen werken.

Pieter Claesz en het stilleven
Rijkdom kon je niet alleen laten zien door een mooi portret te laten maken, maar ook de dure producten uit verre landen te importeren. De handelaren van de VOC en andere rijke burgers lieten daarom stillevens produceren, met luxe producten zoals specerijen, tropische vruchten en luxueus servies. Pieter Claesz en Willem Claesz Heda specialiseerden zich in het onderwerp. De stillevens met etenswaren werden in de zeventiende eeuw ook wel ‘ontbijtjes’ genoemd.

Paulus Potter en de dierenschilderkunst
In de 17e eeuw ontstonden ook schilderijen, waarin dieren het hoofdonderwerp waren. Paulus Potter groeide uit tot de bekendste dierenschilder, vanwege zijn schilderijen van vee, honden en wild. Potter werd geboren in Enkhuizen, maar werd een succesvol schilder in Den Haag waar hij naast Jan van Goyen woonde. Philips Wouwerman was een echte paardenschilder, die zich specialiseerden in oorlogstaferelen met ruiters. Melchior d’Hondecoeter was een specialist in het schilderen van vogels. In werken zoals ‘de Menagerie’ en ‘het Vogelconcert’ probeerde hij zoveel mogelijk verschillende soorten te laten zien. Hij gebruikte zijn talent ook als onderdeel van stillevens, waarbij de vogels als trofeeën van de jacht worden gepresenteerd.


Schilderij: de Nachtwacht van Rembrandt van Rijn
Rembrandt van Rijn schilderde in 1642 een groepsportretten voor de schutters van de kloveniersdoelen. Het schilderij, tegenwoordig bekend als de Nachtwacht, is toont schutterij van kapitein Frans Banninck Cocq en zijn luitenant, omringd door leden van de burgerwacht. Rembrandt brak met de traditionele statische groepsportretten door een dynamische, levendige scène te creëren. In het centrum staan de kapitein en zijn luitenant prominent afgebeeld, terwijl de andere schutters op verschillende posities en activiteiten worden getoond. Een meisje in een geelwitte jurk contrasteert opvallend met de donkere achtergrond. Het schilderij is beroemd om zijn unieke lichtgebruik, dramatische compositie en de manier waarop Rembrandt beweging en energie weet vast te leggen. In de oorlog moest het schilderij tijdelijk worden opgeslagen in de mergelgrotten in Zuid-Limburg om het werk te beschermen tegen de gevechten. Tegenwoordig is de Nachtwacht het hoogtepunt van de eregalerij in het Rijksmuseum, waar het doek op dit moment een uitgebreide restauratie ondergaat.


Guido Reni – de Kindermoord in Bethlehem
Caravaggio – de Kruisiging van Petrus
Kunst na de Hollandse school
Tijdgenoten: Barok
In de 16e eeuw was Europa in de ban van vele geloofsoorlogen tussen katholieken en protestanten. De protestanten stonden een puurder geloof voor waarin de bijbel centraal stond en nauwelijks ruimte was voor kunst. Hierdoor is er in Nederland in de 17e eeuw zeer beperkt religieuze kunst gemaakt. Elders in Europa, waar de katholieken de baas bleven, was dit anders. De katholieke kerk besloot tijdens het Concilie van Trente om de kunstproductie juist op te voeren. Ze besloten dat kunst een manier was om Bijbelse verhalen over te brengen op het volk. In de barokkunst uit Italië, Frankrijk en Spanje probeerden kunstenaars juist om Bijbelverhalen invoelbaar te maken. Ze benadrukten daarom juist de emoties van de hoofdpersonen uit de Bijbelverhalen.

John Constable – Salisbury Cathedral
Navolgers: Engelse landschapskunst
De Engelse landschapsschilder John Constable vond in de Nederlandse landschapsschilders een belangrijke bron van inspiratie. Constable schilderde landschappen in de traditie van Jacob van Ruysdael. Maar later probeerden Engelse landschapskunstenaars de grootsheid van natuurfenomenen als regen, storm en wind te gebruiken als metafoor voor emoties. In het romantische werk van Joseph Mallord William Turner is dit goed te zien. De opkomende zon als symbool van een nieuw begin domineert het schilderij dat hij maakte over de opbouw van Carthago. In het schilderij van de reis van de Romeinse generaal Hannibal over de Alpen schilderde Turner een sneeuwstorm, als metafoor voor de tegenslagen.
De landschapskunst speelde ook een grote rol in de Amerikaanse romantiek. De opkomst van de romantiek viel samen met de ontdekking van de Amerikaanse binnenlanden. Kunstenaars gingen mee op expedities door de Rocky Mountains en andere natuurgebieden. Frederic Church, Albert Bierstadt en Thomas Moran maakten grote landschapsschilderijen. Het waren geen realistische afbeeldingen van de werkelijkheid, maar romantische werken vol symboliek. Beroemd is de serie die Thomas Cole maakte over de stadia van het leven.
Meer weten over andere kunststromingen?
Lees ook onze artikelen over andere kunststromingen:







