Frans Hals verdiende veel geld met het verkopen van schilderijen van ‘een nieuwe, vreemde schilder’. Grappige werken van drinkende en vechtende boeren vonden snel een groot publiek. Deze nieuwe vreemde schilder was Adriaen Brouwer, pionier van de Nederlandse genrekunst. Toen Brouwer erachter kwam hoeveel geld zijn leermeester aan zijn schilderijen verdiende, besloot hij voortaan zijn eigen werken te verkopen…
Adriaen Brouwer, wiens korte leven van 1605 tot 1638 duurde, was gespecialiseerd in schilderijen van het kroegleven. Tussen de tabaksrook zien we drinkgelagen, ruzies en gokpartijen. Brouwer laat zien hoe boeren in de drank vluchten om even weg te zijn van het harde dagelijks leven op het platteland. De kracht van Brouwers werk zit hem in details, zoals een urinerende man of een vozend paartje in de hoek van de kamer.



Willem Buytewech – Interieur met vrolijk gezelschap
Genrekunst
Adriaen Brouwer, een leerling van Frans Hals, is waarschijnlijk uit Vlaanderen naar Nederland gevlucht. Antwerpen en omgeving waren strijdtoneel van de oorlog tussen Spanje en de Nederlanden en hierdoor was het er niet veilig. Brouwer werkte het grootste deel van zijn leven in Haarlem en Amsterdam, maar zijn stijl was duidelijk geïnspireerd door de Vlaamse kunst. Genrekunst -schilderkunst van het dagelijks leven- was namelijk een Vlaamse uitvinding. Het waren Pieter Brueghel de Oude en zijn navolgers zoals Joachim Beuckelaar die in de 16e eeuw de eerste schilderijen maakten van gewone mensen.
Maar Brouwer was niet de enige genrekunstenaar die actief was in Haarlem. Vaak wordt Willem Buytewech, eveneens een leerling van Frans Hals, genoemd als schilder van de eerste Nederlandse genrestukken rond 1615. Ook Esaias van de Velde (zijn profiel is eerder hier beschreven) is één van de vroege Haarlemse genreschilders. Al waren beide schilders ook zeer actieve landschapskunstenaars.



Adriaen van Ostade
Tegelijk met Brouwer heeft waarschijnlijk ook Adriaen van Ostade in het atelier van Frans Hals gewerkt. In “de Schoolmeester” geeft Van Ostade een tijdsbeeld van de 17e eeuw. Het schilderij toont een plattelandsschool met een schoolmeester die in een eenvoudig interieur les geeft aan een groep kinderen van verschillende leeftijden. De schoolmeester zit op een verhoogde positie en is bezig met het controleren van het schrijfwerk van een leerling.
Ostade schilderde graag personen met bedenkelijke reputatie zoals advocaten en kwakzalvers. Deze werken lijken soms portretten, maar zijn vooral karikaturen. Het zijn typeringen van de beroepsgroep of de persoonlijkheid. Het werk van Ostade was populair in de 17e eeuw. Hij maakte meer dan 800 werken en was een belangrijke persoon in het Haarlemse kunstenaarsgilde.





Adriaen van Ostade – de Schoolmeester / Dansende boeren
Jan Miense Molenaer – Muziekinstrumentenhandelaar
Jan Miense Molenaer
Ook Jan Miense Molenaer was als schilder van het dagelijks leven actief in Haarlem. Hij schilderde vrolijke gezelschappen, muzikanten, herbergscènes en boerentaferelen. Zijn werk werd beïnvloed door Frans Hals en toont levendige, expressieve figuren in losse penseelstreken. Hij was getrouwd met Judith Leyster, die eveneens kunstschilder was.
Jan Miense Molenaer introduceerde humor in de genrekunst. Zijn schilderijen zijn niet precies geschilderd, maar vooral bedoeld om een lach op je gezicht te toveren. Zo speel zijn serie over de Vijf Zintuigen, een klassiek thema in de schilderkunst, zich af in de kroeg. De karikaturale schilderijen van Molenaer waren populair bij de gegoede burgerij, die graag een komisch werk aan de wand hadden hangen.





Jan Steen
Maar de beroemdste komische schilder van de 17e eeuw was Jan Steen. Mogelijk was Steen een leerling van Adriaen van Ostade, maar zeker is dat hij vijf jaar lang werkte met landschapschilder Jan van Goyen. Vanaf 1648 stond Steen ingeschreven bij het Leidense Sint Lucasgilde en werkte hij ook regelmatig samen met Gabriel Metsu. Jan Steen schilderde chaotische groepsportretten van huishoudens, kroegen of andere dagelijks taferelen. De schilderijen hebben vaak een vermanende ondertoon. Meer dan het plezier te vieren, zijn de schilderijen een waarschuwing tegen slecht gedrag.
De onrustige genrestukken van Steen zijn zo kenmerkend, dat het gezegde ‘een huishouden van Jan Steen’ naar ze vernoemd is. Minder bekend dan zijn genrestukken, zijn de Bijbelse en mythische schilderen van zijn hand. Steen was een succesvol schilder en zijn werk kreeg al tijdens zijn leven waardering. Hij woonde onder meer in Utrecht, Haarlem en Delft. In Delft begon hij zelfs een herberg, die vanwege de slechte economische situatie failliet ging. Hierdoor zat hij een groot deel van zijn leven in de schulden. Steen overleed in 1679 in Leiden.





In weelde siet toe / Soo de oude songhen
Waar is de kunst over het dagelijks leven te zien?
Liefhebbers van de vroege genrekunst kunnen terecht in het Rijksmuseum, het Mauritshuis, de Lakenhal voor een mooi overzicht van deze vroege Nederlandse meesters. Volgende week volgt het tweede artikel over Genrekunst in Nederland, met daarin aandacht voor Johannes Vermeer en Pieter de Hooch.
Lees ook onze andere artikelen over de Hollandse School en Nederlandse kunstenaars:








Heel veel waardering voor de kunstvensters.
Helaas ben ik docent, dus merk ik kleine foutjes op:
De kracht van Brouwers werk zit hem in details, zoals [aan] een urinerende man of een vozend [paardje] paartje in de hoek van de kamer.
Ik ben blij met docenten zoals u op de website! Foutjes verbeterd! Het paard kon ik immers ook niet ontdekken 😉