Laat 17e eeuwse Genrekunst: Interieurs en Tronies

Het meisje met de parel, De liefdesbrief en Het melkmeisje van Johannes Vermeer behoren tot de beroemdste schilderijen uit de 17e eeuw. Opmerkelijk genoeg was Vermeer tijdens zijn leven niet bijzonder bekend. Wie waren dan wel de beroemde meesters van de genrekunst, de schilderkunst van het dagelijks leven?

De Nederlandse schilderkunst van het dagelijks leven aan het begin van de 17e eeuw bestond vooral uit boerentaferelen (lees hierover meer in het artikel over vroeg 17e eeuwse genrekunst. De drukke en overdreven scenes waren niet realistisch waren. In de loop van de 17e eeuw maakten deze ‘huishoudens van Jan Steen’ langzaam plaats voor meer serieuze afbeeldingen. Al bleven humoristische portretten van overdreven types (tronies) populair.

Judith Leyster

Judith Leyster was de meest prominente vrouwelijke kunstenaar van de 17e eeuw. Als dochter van een bierbrouwer kreeg ze, ongewoon voor die tijd, de kans om zich te ontwikkelen als kunstenaar. In 1633 werd ze als eerste vrouw toegelaten tot het Haarlemse Sint Lucasgilde. Haar oeuvre omvat verschillende genres, maar ze excelleerde vooral in tronies en genretaferelen met vrolijke figuren, zoals muzikanten, kaartspelers en lachende kinderen.

Haar schilderijen vertonen invloeden van Frans Hals, bij wie ze mogelijk in de leer is geweest, maar ze ontwikkelde een eigen herkenbare stijl. Kenmerkend zijn haar portretten tegen een donkere achtergrond, waarbij ze, net als de Utrechtse Caravaggisten, gebruikmaakte van sterke licht-donkercontrasten. Na haar huwelijk met de schilder Jan Miense Molenaer in 1636 nam haar artistieke productie sterk af, wat typerend was voor vrouwelijke kunstenaars in die tijd. Toch bleef ze betrokken bij het kunstenaarsvak door samen met haar man een kunsthandel te drijven.

Gabriël Metsu

Het zwaartepunt van de Nederlandse genrekunst verplaatste zich langzaam van Haarlem, waar Leyster en haar tijdgenoten werkten naar Leiden en Delft, waar een nieuwe generatie genreschilders opkwam. Jan Steen was in Leiden de leidende genrekunstenaar, die in 1648 betrokken was de bij oprichting van het lokale Sint Lucasgilde voor kunstschilders. Maar ook Gerard Dou behoorde tot de Leidse fijnschilders, die met hun minutieuze techniek klein genrestukken schilderden met alledaagse activiteiten.

Gabriël Metsu werd op slechts twintigjarige leeftijd toegelaten tot het Leidse Sint Lucasgilde. Als leerling van Gerard Dou maakte hij historiestukken en Bijbelse voorstellingen, maar verwierf hij vooral bekendheid met zijn genrekunst. Zijn stijl was veelzijdig, mede door invloeden van tijdgenoten als Vermeer en Jan Steen.

Johannes Vermeer

De beroemdste genreschilder uit de 17e eeuw is tegenwoordig de Delftse kunstenaar Johannes Vermeer. Er is weinig bekend over zijn opleiding, maar in 1653 werd hij lid van het Delftse Sint Lucasgilde. Vermeer produceerde slechts 37 werken. Vrouwen spelen een hoofdrol in het werk van Johannes Vermeer. Vaak schilderde hij deugdelijke vrouwen in een huiselijke omgeving: het Melkmeisje, de Kantwerkster of een Virginaalspeelster. Vaak is gesuggereerd dat Vermeer een camera obscura gebruikte om zijn schilderijen te maken.

Zijn genrestukken kenmerken zich door een verstilde atmosfeer en bijzonder lichtgebruik, vaak binnenvallend door een raam. Toch was Vermeer tijdens zijn leven niet beroemd. Pas in 1866 werd hij herontdekt door de Franse criticus Théophile Thoré-Bürger. Sindsdien is er veel aandacht voor zijn schilderijen. Het meisje met de parel is misschien wel zijn beroemdste werk.

Pieter de Hooch

Pieter de Hooch was een belangrijke tijdgenoot van Vermeer, die zich eveneens specialiseerde in huiselijke taferelen. De Hooch’s schilderijen tonen vaak binnenruimtes met doorkijkjes naar andere kamers of binnenplaatsen. Zijn composities zijn zorgvuldig opgebouwd met geometrische precisie, waarbij hij gebruik maakte van diagonale lijnen en verschillende lichtbronnen om diepte te creëren. Kenmerkend zijn de tegelvloeren, die hij gebruikte om het perspectief te versterken. In tegenstelling tot Vermeer’s focus op individuele figuren in verstilde momenten, plaatste De Hooch vaak meerdere figuren in zijn interieurs, meestal bezig met huiselijke activiteiten.

De Nederlandse schilders hebben in de 17e eeuw door het afbeelden van het dagelijks leven een nieuw onderwerp geïntroduceerd in de schilderkunst. Genrekunst is sindsdien niet meer weg te denken in de kunstgeschiedenis. Vooral in de 19e eeuw met de opkomst van het realisme herleefde de interesse voor het dagelijks leven.

Waar is de Nederlandse genrekunst te zien?

Genrekunst van Vermeer is te zien het Amsterdamse Rijksmuseum en het Haagse Mauritshuis. Werk van de Hooch, Leyster en Metsu is daarnaast te zien het Prinsenhof in Delft, het Frans Hals Museum en Museum Boijmans van Beuningen.

Lees ook onze andere artikelen over de Hollandse school en Nederlandse kunstenaars:

Geef een reactie

Scroll naar boven

Ontdek meer van KunstVensters

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder