De strijd voor een onafhankelijk Nederland in de 17e eeuw zorgde voor een ongekende vernieuwingsdrang. De sfeer van welvarende handel, bevochten zelfstandigheid en strijd voor eigen identiteit gaf een flinke impuls aan de kunstenaars. De bakermat van deze ‘Hollandse school’ in de schilderkunst was te vinden in Haarlem.
In de 16e eeuw was Europa in de ban van een grote godsdienststrijd. Luther, Calvijn en Zwingli hadden zich afgekeerd van de katholieke kerk en predikten een protestantse kerkleer. Dit zorgde niet alleen voor grote onrust binnen de kerk, maar ook voor oorlogen tussen volken en landen. Het was aan het eind van de 16 eeuw erg onrustig in Vlaanderen. Het relatief rustige Haarlem werd op het eind van de 16e eeuw een toevluchtsoord voor veel Vlaamse kunstenaars. Het gaf een enorme impuls van de Hollandse schilderkunst en beeldhouwkunst. Met name het werk van drie schilders die samen tot het Nederlands Maniërisme worden gerekend is belangrijk voor de ontwikkeling van de Nederlandse kunst. Hun werk markeert het begin van de Hollandse school in de schilderkunst. Het begint als Karel van Mander zich in Haarlem vestigt.


Karel van Mander
De Vlaamse kunstenaar Karel van Mander reisde naar Italië om het schilderen te leren. Ook verbleef hij een tijd aan het Praagse hof. Rond 1583 kwam hij naar Haarlem op de vlucht voor de godsdienstoorlogen in België. Van Mander-kenner Hessel Miedema beschreef hoe Van Mander tijdens de oorlog werd overvallen door de groep Walen. Doordat er toevallig een Italiaanse ruiter langskwam en Van Mander ook Italiaans sprak, kon hij de ruiter overtuigen om hem te bevrijden.
In Nederland stichtte hij zijn eigen atelier waar hij met leerlingen schilderde naar naaktmodellen, een vernieuwing die opzien baarde. Toch werd hij met name bekend door zijn schilderboek, een overzicht van Nederlandse kunstenaarsbiografieën dat verscheen 1604. Dit boek gold als het meest invloedrijke kunstboek van zijn tijd. Het is nog altijd een van de meest gebruikte bronnen over Nederlandse en Duitse schilderkunst van de 15e en 16e eeuw. Karel van Mander groeide al snel uit een beroemdheid binnen Haarlem en andere Haarlemse schilders kwamen naar zijn atelier om te leren. Zo ontmoette Karel van Mander ook twee Nederlandse kunstenaars.



Cornelis van Haarlem
De geboren Haarlemenaar, Cornelis van Haarlem, bracht tijdens de onrusten in de tachtigjarige oorlog een tijd door in Vlaanderen waar hij kennismaakte met de Vlaamse kunst. Eenmaal terug in Haarlem paste hij deze voor Nederland nieuwe stijl toe in religieuze en mythologische composities. Van Haarlem werd zo voorloper van het Hollands maniërisme. Hij raakte bevriend met Karel van Mander en Hendrick Goltzius en droeg zo bij aan de ontwikkeling van het Haarlemse kunstklimaat dat gedurende de gehele gouden eeuw in Nederland de boventoon bleef voeren. Zijn stijl kenmerkt zich door gespierde lichamen in gekunstelde posities.
De stijl van Karel van Mander en Cornelis van Haarlem was vernieuwend voor Nederland en kenmerkte zich door gespierde personages in gedraaide lichaamshoudingen. Dit Hollands maniërisme was erg beïnvloed door de Renaissancekunst uit Italië, waar Michelangelo, Bronzino en Pontormo experimenteerden met verkort perspectief.



Hendrick Goltzius
De derde kunstenaar van de Haarlemse academie was Hendrick Goltzius, die met name bekend is geworden met zijn vele tekeningen en gravures. Goltzius had kennisgemaakt met de heersende maniëristische stijl tijdens een reis naar Italië. Hij schilderde veel bijbelse en mythologische voorstellingen en gebruikte hierbij uitdagende perspectieven om het menselijk lichaam weer te geven. Samen met Cornelis van Haarlem was zijn stijl revolutionair voor de Nederlandse schilderkunst, door de gewaagde composities en dynamiek in de werken.
Het werk van de drie Haarlemmers inspireerde kunstenaars in heel Nederland. Zo is het bekend dat Gerrit Sweelinck uit Amsterdam kwam om bij Van Haarlem in het atelier te werken. Ook verscheidene (Caravagistische) schilders uit Utrecht stonden in direct contact met de Haarlemmers. Gedurende de hele Gouden Eeuw zou Haarlem een sterke positie behouden binnen de Nederlandse schilderkunst en vele meesters voortbrengen.
Waar is de kunst van de vroege meesters uit Haarlem te zien?
Geïnteresseerden voor deze vroege periode van de Nederlandse schilderkunst kunnen het best naar Haarlem zelf afreizen. In het Frans Hals Museum zijn de kunstenaar te zien en uiteraard biedt ook het Amsterdamse Rijksmuseum een mooi overzicht van deze vroege Nederlandse meesters.
Lees ook onze andere artikelen over de Hollandse school en Nederlandse kunstenaars:







