Pablo Picasso en Georges Braque vernieuwden rond 1910 de schilderkunst. Ze schilderden objecten opgebouwd uit geometrische vormen. In hun portretten lijk je iemand tegelijk van meerdere kanten te zien. Hoe ontstond het kubisme? Wie waren de belangrijkste kunstenaars? En wat waren de kenmerken van de kunststroming?
Pablo Picasso en Georges Braque ontwikkelden rond 1908 een hechte vriendschap. Ze schilderden in Parijs en in de Franse Pyreneeën, waar ze landschappen en portretten omzetten in geometrische vormen. In grijsbruine schilderijen zochten ze naar een nieuwe manier om naar de wereld te kijken. Ze braken met het lijnperspectief en experimenteerden met collage. In dit artikel een overzicht van de geschiedenis van het kubisme, de belangrijkste kunstenaars en de kenmerken van de stijl.


Begin van het Kubisme
Hoe ontstond het Kubisme?
Paul Cézanne woonde de laatste jaren van zijn leven in Aix-en-Provence, ver van het drukke stadsleven van Parijs. Na zijn dood werd in 1907 bij de herfstsalon een overzichtstentoonstelling van zijn werk georganiseerd. Voor het eerst in jaren was Cézannes werk op grote schaal in Parijs te zien. Pablo Picasso en Georges Braques bezochten de expositie en waren onder de indruk hoe Cézanne simpele vormen en kleurvlakken gebruikte om landschappen, zoals Mont St. Victoire, te schilderen. In de jaren erna begon Braque in de omgeving van Estaque de principes van Cézanne over te nemen. Hij schilderde huisjes in een groen landschap, waarbij hij klassiek lijnperspectief steeds verder losliet. Hij gebruikte versimpelde geometrische vormen zonder schaduwwerking waardoor de compositie tweedimensionaal aanvoelt.
Tegelijkertijd raakte Pablo Picasso geïnteresseerd in niet-Westerse kunst. In het Trocadero zag hij Afrikaanse maskers, die hem inspireerde tot een serie schilderijen waarin hij gezichten versimpeld. In ‘les Demoiselles d’Avignon’ toont hij een groep sekswerkers met Afrikaanse maskers als gezichten. Het schilderij wordt tegenwoordig gezien als een belangrijke eerste stap op weg naar kubisme, omdat Picasso harde hoekige vormen gebruikt voor het weergeven van de lichamen. Net als Braques landschappen gebruikt Picasso dus een vorm van versimpeling.

Waarom heet de kunststroming het Kubisme?
In 1908 exposeerde Georges Braques de landschapsschilderijen die hij had gemaakt in de omgeving van Estaque. Kunstcriticus Louis Vauxcelles zag de werken in de galerie van Daniel-Henry Kahnweiler in Parijs, en beschreef ze als ‘bizarreries cubiques’, wat zich vertaalt als ‘kubistische eigenaardigheden’. Hij verwees hiermee naar de kubus-achtige vormen van de huisjes. Sindsdien stonden de stijl van Braques en Picasso bekend als het kubisme. Kahnweiler bleef in de jaren erna de belangrijkste galerie voor het kubisme.


Wat waren de verschillende perioden van het Kubisme?
Na de eerste experimenten in 1907-1908 (tegenwoordig het proto-Kubisme genoemd), gaan Braque en Picasso vanaf 1909 intensief samenwerken. In de zomer van 1911 woonden en werkten ze samen in Céret in de Franse Pyreneeën. Deze eerste fase van het kubisme (1909-1912) heet het analytische kubisme. Het analytische kubisme kenmerkt zich door versimpeling van objecten in platte vormen in grijstinten. Personen en voorwerpen zijn op een schilderij vanuit verschillende hoeken weergegeven.
De tweede fase, synthetisch kubisme, gebruikt eenvoudiger vormen. Kunstenaars probeerden de werkelijkheid te “synthetiseren” door objecten zichtbaar herkenbaarte houden en te herleiden tot hun meest fundamentele vormen. In deze tijd begonnen kunstenaars ook collage-technieken te gebruiken waarbij krantenknipsels, behang, en andere niet-traditionele materialen werden gebruikt.

Kenmerken van het Kubisme
Meervoudig perspectief
Het belangrijkste kenmerk van het kubisme is de weergave van het zelfde object vanuit verschillende hoeken. In de portretten van Picasso zie je een vrouw tegelijk van voren als van opzij. Hierdoor raakt het lijnperspectief verstoord. Een schilderij heeft niet langer één of twee verdwijnpunten, die op de horizon liggen. Maar iedere kijkhoek komt nu met een eigen perspectief en verdwijnpunt. De schilderijen hebben dus een meervoudig perspectief.

Ontleding van de vorm
Kubistische schilderijen kenmerken zich door versimpeling van objecten in geometrische vormen. Al in de proto-Cubistische werken van Braque in Estaque is goed te zien hoe detail plaatsmaakt voor de basale kleurvlakken. Hiermee volgt Braque de werkwijze van Cézanne, die alleen nog kleurenperspectief gebruikte om diepte te creëeren. Later laten Picasso en Braque ook het gebruik van kleur helemaal los, zodat er geen enkele dieptewerking in de schilderijen overblijft. Het analytisch kubisme uit de periode 1910-1912 bestaat daarom uit voornamelijk grijs-bruine composities.

Collage
Georges Braque en Juan Gris gingen rond 1912 experimenteren met collages. Ze schilderden stillevens waaraan ze kranten toevoegden. De teksten van de krantenkoppen droegen zo bij aan de betekenis van het werk. De stillevens tonen pijpen, glazen alcohol en kranten, als een afspiegeling van het caféleven in Parijs waar vrouwen niet welkom waren. De kubistische collages worden daarom tegenwoordig gezien als vrij masculine werken. Al schilderde Juan Gris ook enkele werken met bloemen, koffiekopjes en kranten als weergave van een vrouwelijke omgeving. De collages laten zo zien hoe gescheiden de leefwereld van mannen en vrouwen nog was rond 1900.


Pablo Picasso – Ma Jolie
Kunstenaars van het Kubisme
Pablo Picasso
Geboren in Malaga kwam Pablo Picasso op jonge leeftijd naar Parijs. In zijn vroege schilderijen experimenteerde hij met kleur om emoties als melancholie (blauwe periode) en geluk (roze periode) over te brengen. Picasso woonde met andere kunstenaars in het Bateau Lavoir ateliercomplex in Montmartre. Hier ontstond een hechte vriendschap en samenwerking met de Fransman Georges Braque. Samen domineerden ze tussen 1909 en 1914 de richting van het kubisme, gesteund door galeriehouders als Daniel-Henry Kahnweiler en Paul Rosenberg en verzamelaars als Gertrude Stein.
Na de hoogtijdagen van het kubisme groeide Pablo Picasso uit tot één van de belangrijkste moderne kunstenaars van de 20e eeuw. Hij nam surrealistische invloeden over in zijn schilderijen, zonder zich ooit echt aan te sluiten bij de groep. Picasso maakte kleurrijke vrouwenportretten van zijn vele liefdes waarin hij vasthield aan kubistische principes zoals meervoudig perspectief. Ook bestudeerde hij graag mythologie en oude meesters. Picasso maakte in de jaren 50 series gebaseerd op Les Femmes d’Alger van Eugène Delacroix en Le Dejeuner sur l’Herbe van Edouard Manet. Daarnaast experimenteerde Picasso met keramiek en beeldhouwkunst. Juist door deze veelzijdigheid, maar altijd in een zeer herkenbare stijl, bleef de aandacht voor Picasso’s kunst altijd bestaan.
Georges Braque
De loopbaan van Georges Braque begon als huisschilder, totdat hij in 1900 in de avonduren lessen ging volgen aan de École des Beaux-Arts in Le Havre. Initieel werkte Braque in het felle kleuren volgens de principes van het fauvisme. Samen Pablo Picasso ontwikkelde Braque vanaf 1907 de belangrijkste principes van het kubisme. Hij experimenteerde met geometrische vormen en het loslaten van het lijnperspectief. Hoewel hij tegenwoordig minder beroemd is dan Picasso, was juist Braque degene die als eerste collages en trompe l’oeil gebruikte in zijn schilderijen.
Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog in 1914 meldde Braque zich aan bij het Franse leger. In mei 1915 liep Braque ernstig hoofdletsel op tijdens de slag bij Carency en werd hij tijdelijk blind. Na de oorlog ontwikkelde Braque zijn eigen stijl, waarin geometrische vormen een hoofdrol bleven spelen. Zijn werk zat op het grensvlak tussen figuratie en abstracte. Braque maakte veel stillevens, gebruikte vaak muziekinstrumenten en vogels in zijn werken. Hij overleed in 1963 in Parijs.

Juan Gris
De Spaanse schilder en graficus Juan Gris verhuisde hij naar Parijs in 1906. Gris ontwikkelde een eigen stijl binnen het kubisme, gekenmerkt door heldere kleuren en geometrische vormen. Hij creëerde prominente kubistische schilderijen en collages, vaak met muziekinstrumenten, documenten en alledaagse voorwerpen. Tot zijn bekendste werken behoren “Portret van Picasso” en “Stilleven met gitaar”. Gris overleed jong, op 40-jarige leeftijd, speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van het vroege kubisme.

Jacques Lipchitz
De Litouwse beeldhouwer Jacques Lipchitz werkte vanaf 1909 in Parijs. Hij was de eerste kunstenaar, die de kubistische principes toepaste in de beeldhouwkunst. Net als in de schilderkunst gebruikt Lipchitz geometrische vormen en meervoudig perspectief. Ook dezelfde thema’s zoals muziekinstrumenten komen terug in de beelden, zoals in bovenstaande beelden van mannen met gitaren. Vanaf 1920 werkte Lipchitz steeds vaker met abstracte vormen. Vanwege zijn Joodse achtergrond ontvluchtte hij Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij werkte sindsdien in New York en werd Amerikaans staatsburger.

Marie Laurencin
De in Parijs geboren Marie Laurencin werd initieel opgeleid tot porseleinschilder. Later leerde ze schilderen op de Académie Humbert, waar Georges Braque en Francis Picabia haar klasgenoten waren. In de vroeg jaren van kubisme trok ze daarom veel op met Picasso en Braque, rondom de Bateau Lavoir. Ze ontmoette hier ook de dichter Guillaume Appollinaire, met wie ze 6 jaar getrouwd was. In deze vroege periode maakte Laurencin kubistische schilderijen. Maar al snel ontwikkelde ze haar eigen stijl met feeërieke doeken vol zachte pasteltinten.

Andere kubisten
Vanaf 1911 ontstond er een groep kunstenaars, die kubistische schilderijen exposeerden op de jaarlijkse Salon d’Automne. Robert en Sonia Delaunay, Albert Gleizes, Fernand Léger, Henri Le Fauconnier en Jean Metzinger waren de belangrijkste kunstenaars van deze ‘Salon Kubisten’. Naast het tonen van hun werken op grote tentoonstellingen, onderscheidden de Salon-kubisten zich ook van Picasso en Braque doordat ze vaak op grotere schaal werkten. Ook waren de schilderijen van Léger, Gleizes en Metzinger kleurrijker dan de schilderijen van Picasso en Braque. Metzinger en Gleizes schreven ook het eerste boek over het kubisme (Over het kubisme, 1912). Vanaf 1912 exposeerden de kubisten gezamenlijk onder de titel Salon de la Section d’Or, als een verwijzing naar de gulden snede. Na de start van de Tweede Wereldoorlog viel de groep uit elkaar.
Schilderij: Guernica van Pablo Picasso
Op 26 april 1937 bombardeerden Duitse vliegtuigen het Baskische dorpje Guernica in opdracht van generaal Franco, die een militaire coup was gestart. Het bombardement duurde drie uur en legde het hele dorp in de as. 1600 onschuldige burgers kwamen om het leven. Picasso schilderde de slachtoffers van het verwoestende bombardement voor het Spaanse paviljoen van de wereldtentoonstelling in 1937 in Parijs. In slechts vijf weken kreeg hij het 8 meter brede doek af. Hij gebruikte een driehoekige compositie en gebruikte dieren om het lijden van de slachtoffers weer te geven. Na de wereldtentoonstelling ging het schilderij op een reis langs musea over de hele wereld, voordat het terecht kwam in New York. Pas na de val van het Franco-regime kwam Guernica terug naar Spanje, waar het sindsdien tentoongesteld wordt in het Reina Sofia Museum in Madrid.
Kunst na het Kubisme
Navolgers: Futurisme en Orphisme
De kubistische ideeën werden al snel overgenomen door andere kunststromingen. Zo ontstond in Italië het futurisme, een stroming waarin kunstenaars beweging probeerden weer te geven. De kubistische principes zoals het meervoudig perspectief boden een goede oplossing om meerdere fases van een beweging in hetzelfde beeld weer te geven. In Frankrijk zelf was het kubisme een eerste belangrijke stap richting abstracte kunst. Robert en Sonia Delaunay experimenteerde met kleurrijke geometrische vormen. Hun werk en dat van Frantisek Kupka wordt gerekend tot het orphisme, een overgangsstroming tussen figuratie en abstractie. Waar Picasso en Braque alleen in grijs- en bruintinten werkten, kenmerken het futurisme en het orphisme zich juist door een sterk kleurgebruik.


Reactie: Retour à l’ordre
In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en kwam er een abrupt einde aan de ontwikkelingen van het kubisme. Georges Braque en andere kunstenaars moesten naar het front en de jaarlijkse Salon d’Automne ging niet door tijdens de oorlog. Na de oorlog had de samenleving behoefte om terug te keren naar het normaal. Het modernisme en de vooruitgang had een verschrikkelijke oorlog gebracht, waarin nieuwe wapens voor miljoenen doden hadden gezorgd. Hierdoor was er ook binnen de kunst een korte perIode (1919-1922) waarin het modernisme plaatsmaakte voor klassiekere werken. Zelfs Pablo Picasso en Georges Braque maakte in deze periode weer figuratieve werken. In Duitsland mondde deze ‘retour à l’orde’ uit in de Nieuwe Zakelijkheid, waarin Otto Dix en Georg Grosz extreem realistische schilderijen maakten.
Meer weten over andere kunststromingen?
Lees ook onze artikelen over andere kunststromingen:










Erg informatief, helder beschreven!
Lees deze artikelen graag. Weer even terug naar de vele jaren geleden gevolgde kunstgeschiedenis.