Eind 19e eeuw experimenteerden kunstenaars met felle kleuren, emotioneel geladen composities en geometrische vormen. De nieuwe stijl vormde een breuk met het impressionisme. Paul Gauguin, Vincent van Gogh en Paul Cézanne werden daarom post-impressionisten genoemd. Hoe ontwikkelde het post-impressionisme? Wie waren de belangrijkste kunstenaars? En wat waren de kenmerken van de stroming?
Terwijl de laatste impressionistische expositie in 1886 de deuren sloot, stonden jonge kunstenaars al te popelen om de grenzen van de schilderkunst opnieuw te verkennen. Wat als kleur niet langer diende om licht na te bootsen, maar om emoties te ontketen? Wat als de werkelijkheid slechts een startpunt was voor een diepere, persoonlijke waarheid? Deze vragen dreven een jonge generatie schilders om te experimenteren met nieuwe stijlen en technieken.

Begin van het Post-Impressionisme
Hoe ontstond het Post-Impressionisme?
In 1886 organiseerden de impressionisten hun achtste en laatste expositie. Vijftien jaar lang hadden Monet en consorten de kunstwereld bepaald met hun felgekleurde schilderijen, waarin ze het licht en de seizoenen probeerden te vangen. Jonge kunstenaars vonden dat het tijd was voor vernieuwing. Ze vonden de stad Parijs en omgeving beperkend en trokken daarom naar het platteland. Zo vormde Paul Gauguin een kunstenaarskolonie in Pont Aven, trok Vincent van Gogh naar Arles en bestudeerde Paul Cézanne Mont St. Victoire.
De impressionisten vormden een hechte groep met schilders, die samen tentoonstellingen organiseerden en bevriend waren. De post-impressionisten daarentegen werkten voornamelijk alleen. Iedere kunstenaar experimenteerde met een eigen techniek en stijl. Het post-impressionisme is daardoor eigenlijk een verzamelnaam voor verschillende experimentele stijlen, waaronder het cloissonisme en het pointillisme. Gezamenlijk zorgden de post-impressionisten voor een belangrijke stap naar de moderne kunst, waarin lijnperspectief werd losgelaten.

Waarom heet de kunststroming het Post-Impressionisme?
Het post-impressionisme was een Franse kunststroming die grofweg duurde van 1885 tot 1900. Maar de naam post-impressionisme ontstond pas in 1910. De Engelse kunstcriticus Roger Fry gebruikte de term post-impressionisme als titel voor de tentoonstelling ‘Manet en de postimpressionisten’. In de tentoonstelling toonde hij Franse kunstenaars uit de late 19e eeuw, waaronder Paul Cézanne, Georges Seurat en Paul Gauguin. Fry legde later uit: “Voor het gemak was het nodig deze kunstenaars een naam te geven, en ik koos, omdat die het vaagst en meest vrijblijvend was, de naam post-impressionisme. Dit gaf slechts hun positie in de tijd ten opzichte van de impressionistische beweging aan.”


Émile Bernard – Bretonse vrouwen
Paul Gauguin – Het visioen na de preek
Welke kunststromingen vormen samen het Post-Impressionisme?
Het post-impressionisme is een koepelterm voor verschillende kunstenaarsgroepen, die ontstonden tussen 1880 en 1890 en experimenteerden met vernieuwende kunststijlen. De belangrijkste kunststromingen zijn hieronder opgesomd:
- Pointillisme / Divisionisme / Neo-impressionisme: Techniek waarin kunstenaars puntjes in tegengestelde kleuren dicht bij elkaar plaatsten. De stijl werd door kunstenaars Georges Seurat en Paul Signac het divisionisme genoemd, en door Fenix Feneon beschreven als het neo-impressionisme, maar staat tegenwoordig vooral bekend als het pointillisme.
- Cloisonnisme / Synthetisme / School van Pont Aven: De kunstenaarsgroep van Paul Gauguin en Émile Bernard in Pont Aven werkte met dikke zwarte lijnen en kleurvlakken van verf. Ze noemden de stijl het cloisonnisme, later ook wel het synthetisme genoemd als verwijzing naar het omzetten van emoties in kleur en vorm (Frans: synthétiser).
- Symbolisme: Binnen het symbolisme probeerde kunstenaars niet direct de werkelijkheid te schilderen, maar symboliek en verwijzingen te gebruiken om emoties en ervaringen te schilderen. Sommige symbolistische kunstenaars werkten vrij klassiek, in de traditie van de romantiek. Andere symbolisten worden gerekend door het post-impressionisme vanwege de felle kleuren en moderne vormen, waaronder sommige werken van Gauguin.
- Individuele kunstenaars: Naast bovenstaande kunststromingen werkten veel post-impressionistische kunstenaars in een volledig persoonlijke stijl. Voorbeelden hiervan zijn Vincent van Gogh en Henri Toulouse-Lautrec.

Kenmerken van het Post-Impressionisme
Kleur
Waar impressionisten kleur gebruikten voor de weergave van licht, kozen de postimpressionisten bewust voor een kunstmatig kleurenpalet. Ze kozen felle kleuren om emoties over te brengen. Het scala aan kleuren stond hierdoor verder weg van de realiteit. Post-impressionisten waren minder bezig met een natuurgetrouwde weergave van de werkelijkheid dan de impressionisten. De pointillisten als Seurat en Signac waren hierop een uitzondering. Ook zij gebruikten felle kleuren voor de puntjes in hun schilderijen, maar doordat ze dichtbij elkaar geplaatst waren lijken de kleur op afstand wel natuurgetrouw.
De Franse kunstcriticus Charles Blanc had veel invloed op het post-impressionisme. Hij schreef een 14-delige geschiedenis van de schilderkunst en bedacht een kleurentheorie die door Vincent van Gogh, Georges Seurat en anderen werd gebruikt. Blanc beschreef hoe tegenovergestelde kleuren elkaar konden versterken. Hij gebruikte hiervoor een kleurenschema waarin de tegengestelde kleurcombinaties blauw-oranje, rood-groen en geel-violet centraal stonden. Seurat gebruikte altijd tegengestelde kleuren voor zijn puntjes. Ook in het werk van Vincent van Gogh is blauw-oranje/geel een veelvoorkomende combinatie, zoals in zijn kopieën van Millet.


Tegengestelde kleuren in schilderij van Georges Seurat
Experimenteren
Het post-impressionisme kenmerkt zich door het experimentele karakter van de beweging. Kunstenaars hadden geen gezamenlijke stijl, maar zochten individueel naar een nieuwe manier van schilderen. Waar Émile Bernard in Pont-Aven experimenteerde met dikke zwarte lijnen, werkte Paul Signac met kleine stipjes. Vincent van Gogh gebruikte juist streepjes in tegengestelde kleuren, terwijl Cézanne de lijn helemaal losliet en met kleurvlakken ging werken. Iedere post-impressionistische kunstenaar maakte zijn eigen ontwikkeling door. Vernieuwingen volgden elkaar in hoog tempo op. Nieuwe ‘stijlen’ als het cloissonisme en divisionisme waren vaak maar enkele jaren populair, totdat ze vervangen werden door nieuwe experimenten.

Emotie
Hoewel post-impressionistische kunstenaars dus divers waren in stijl en methode, vonden ze elkaar in nadruk op symboliek en gevoelens in hun werk. In de portretten van Paul Gauguin, Charles Laval en Vincent van Gogh is dit goed te zien. De schilderijen zijn meer dan uiterlijke kenmerken, maar hebben aandacht voor de gemoedstoestand van de geportretteerde. De lijdende Jezus in het zelfportret van Paul Gauguin benadrukt zijn eigen mentale problemen. Ook de herfstboom in het werk van Charles Laval is een symbool van somberheid. Post-impressionisten werken dus meer in de traditie van de romantiek en het symbolisme, waarin meer aandacht was voor de persoonlijke beleving dan de objectieve weergave van de werkelijkheid.



Charles Laval – Zelfportret
Vincent van Gogh – Café bij nacht
Kunstenaars van het Post-Impressionisme
Vincent van Gogh
Vincent van Gogh begon op 27-jarige leeftijd serieus te schilderen. In zijn vroege jaren schilderde hij vooral boerentaferelen in een donkere stijl. Na een moeilijke periode trok hij naar Parijs, waar hij kennismaakte met post-impressionisten zoals Henri de Toulouse-Lautrec en Émile Bernard. Hij begon te experimenteren in een kleurrijke stijl, die steeds persoonlijker en expressiever werd. In Arles creëerde Van Gogh iconische werken zoals “De slaapkamer” en de “Zonnebloemen“. Hij raakte er bovendien bevriend met de familie Roulin, waarvan hij alle gezinsleden portretteerde.
In 1888 reisde Paul Gauguin naar Arles om samen met Van Gogh te werken. De samenwerking was turbulent en eindigde in een zenuwinzinking van Van Gogh waarbij hij een deel van zijn oor afsneed. Tijdens zijn herstel in een kliniek “Saint-Rémy-de-Provence” maakte Van Gogh zijn meest revolutionaire schilderijen zoals “Sterrennacht” (1889) en “Olijfgaarden“. Hij bestudeerde er bovendien prenten van Millet en Delacroix, die hij namaakte in eigen stijl. De doeken kenmerken zich door het gebruik van dikke verflagen (impasto), streepjes en emotionele kleurgebruik. Van Gogh bleef worstelen met mentale problemen en maakte na een carrière van slechts 10 jaar een einde aan zijn leven in een korenveld buiten Auvers.



Paul Gauguin en de school van Pont Aven
Paul Gauguin werkte lange tijd als bankier tot hij op 45-jarige leeftijd voor de schilderkunst koos. In Pont-Aven (1886-1894) leidde hij een kunstenaarskolonie met Émile Bernard, waar ze het cloissonisme ontwikkelden. Kenmerkende werken uit deze periode zijn “De gele Christus” (1889) en “Visie na de preek” (1888), waarin hij felle kleuren en vereenvoudigde vormen gebruikte om spirituele ervaringen uit te beelden.
Gauguin was opgegroeid in Peru en had een grote interesse in niet-Westerse culturen. Na een reis naar Martinique met Charles Laval en een periode met Vincent van Gogh in Arles, besloot Gauguin in 1890 naar Tahiti te reizen. Hier creëerde Gauguin meesterwerken zoals “Wanneer ga je trouwen?” (1892) en “Waar komen we vandaan? Wat zijn we? En waar gaan we heen?” (1897-1898). Al worstelen kunsthistorici tegenwoordig met deze werken vanwege de problematische omgang van Gauguin met (jonge) vrouwen in Polynesië. Niettemin hebben Gauguins experimenten met primitivisme en symbolische kleuren grote invloed gehad op de ontwikkeling van de moderne kunst.

Georges Seurat en de pointillisten
Georges Seurat was een Franse kunstenaar die koos voor een wetenschappelijke benadering van het post-impressionisme. Opgeleid aan de École des Beaux-Arts, bestudeerde hij kleurtheorieën van Michel Chevreul en Charles Blanc. Seurat ontwikkelde het pointillisme (of divisionisme), waarbij hij kleine stipjes pure kleur naast elkaar plaatste. Als je deze schilderijen van afstand bekijkt, lijken de kleuren zich optisch te mengen. Hierdoor kom Seurat een grote helderheid in zijn schilderijen bereiken.
Jarenlang werkte Seurat aan de optimalisatie van de techniek met het schilderij “Een zondagmiddag op het eiland La Grande Jatte”, waarvoor hij honderden schetsen en olieverftestjes uitvoerde. Het vroegere “Badende mannen in Asnières” kan worden gezien als een opmaat naar dit pointillistische werk. Paul Signac was Seurats belangrijkste volger en een belangrijke theoreticus van het pointillisme. Later adopteerden ook Henri-Edmond Cross, Maximilien Luce en Théo van Rysselberghe de methode. Ondanks zijn korte leven, Seurat werd slechts 32 jaar, had hij zo grote invloed op de schilderkunst.



Paul Siganc – Haven van Rotterdam
Georges Seurat – Un dimanche après-midi à l’Île de la Grande Jatte
Henri de Toulouse-Lautrec
Henri de Toulouse-Lautrec was een Franse aristocraat wiens leven drastisch veranderde door twee beenbreuken in zijn jeugd, waardoor zijn groei stopte. Hierdoor was Toulouse-Lautrec een klein mannetje, die een bijzondere positie verwierf in het nachtleven van Parijs. Als vriend van sekswerkers en dansers werd hij toegelaten in het cabaret- en bordeelleven. Hij schilderde de intieme momenten, maar ook de schaduwkanten van de pracht en praal met ongekende eerlijkheid. Zijn stijl combineerde Japanse invloeden met expressieve lijnen en fotografische composities. Toulouse-Lautrecs werkte niet alleen als kunstschilder, maar experimenteerde ook met grafische kunst.


Paul Cézanne
Paul Cézanne begon zijn kunstenaarsloopbaan als impressionist en exposeerde zijn werk samen met Monet, Degas en Renoir op de impressionistische tentoonstelling. Zijn vroege schilderijen zijn vooral landschappen. Later schilderde hij ook portretten van zijn vrouw Marie-Hortense Piquet, baders en de boeren op het landgoed van zijn familie. “De kaartspelers” is hiervan het beste voorbeeld.
Pas op hoge leeftijd ontwikkelde Cézanne zijn revolutionaire benadering van vorm en ruimte. Cézanne reduceerde de natuur tot geometrische vormen – cilinders, kegels en bollen. In zijn serie schilderijen van de “Mont Saint Victoire” (1885-1906) versimpelt hij het landschap in simpele kleurvlakken. Hij laat het lineaire perspectief los en creëert dieptewerking met kleur. Hierdoor had zijn werk grote invloed op Pablo Picasso en Georges Braque, die met het kubisme voortbouwden op Cézannes geometrische benadering. Henri Matisse noemde hem daarom “de vader van het modernisme.”


Schilderij: De Binnenplaats van de Gevangenis van Vincent van Gogh
Vincent van Gogh schilderde de Binnenplaats van de Gevangenis tijdens zijn verblijf in de kliniek van Saint-Rémy. Verveeld door beperkte bewegingsvrijheid binnen de kliniek vroeg hij zijn broer Theo om hem prenten van Millet, Delacroix, Rembrandt en Doré op te sturen. In februari 1890 maakte Van Gogh vervolgens kopieën van de Gevangenis van Gustave Doré. Vincent schreef over het werk aan Theo: “Ik heb getracht kopieën te maken van de Drinkers van Daumier en van de Gevangenis van Doré; het is erg moeilijk.”
In oorspronkelijke werk “Newgate: The Exercise Yard” lopen de gevangen in een rondje op de binnenplaats van een Londens gevangenis. Van Gogh nam de compositie over, maar gebruikte een zelfportret voor de middelste gevangene. Hij laat hiermee zien dat hij zich gevangen voelt binnen de muren van de kliniek in St. Remy. Van Gogh gebruikte voor het schilderij penseelstreepjes in tegengestelde kleuren (blauw-oranje), volgens de kleurentheorie van Charles Blanc. De Binnenplaats van de Gevangenis is daarmee een goed voorbeeld van de post-impressionistische stijl van Van Gogh.

Kunst na het Post-Impressionisme
Fauvisme
Het post-impressionisme legde met zijn expressieve kleurgebruik de fundamenten voor het fauvisme. Gauguin en Van Gogh toonden dat kleuren niet realistisch hoefden te zijn maar emotioneel konden werken. Cézanne reduceerde vormen tot geometrische elementen. Deze innovaties inspireerden kunstenaars zoals Henri Matisse, André Derain en Maurice de Vlaminck rond 1905. Het fauvisme was nog radicaler in het kleurgebruik door verf rechtstreeks uit de tube te gebruiken en niet langer te mengen. Matisse’s en Derains schilderijen van de Dans laten de pure kleuren zien in versimpelde vormen. Het fauvisme was dus een radicale voortzetting van post-impressionistische experimenten.


André Derain – de Dans
Kubisme
De schilderijen van Paul Cézanne vormden de basis voor het kubisme. In 1907 schilderde Pablo Picasso “Les Demoiselles d’Avignon” waarmee hij de eerste stappen zette naar het kubisme. In het kubisme laten kunstenaars objecten zien vanuit meerdere gezichtspunten tegelijk. Hiervoor gebruiken de kubisten geometrische vormen, die een direct gevolg zijn van de experimenten van Paul Cézanne.


Albert Gleizes – l’Homme au Balcon
Meer weten over andere kunststromingen?
Lees ook onze artikelen over andere kunststromingen:







