Hoe moeten we de multi-culti schilderijen van Gauguin begrijpen?

Een zelfportret als Jezus Christus, een Peruaanse mummie in Bretagne en de maagd Maria tussen de naakte vrouwen van Tahiti: Hoe moeten we de schilderijen van Paul Gauguin begrijpen?

In 1882 stortte de wereld van Paul Gauguin in. Hij werkte als beurshandelaar in Parijs en verloor veel geld toen de beurzen opeens gigantisch daalden. Gauguins huwelijk met zijn Deense vrouw Mette kwam onder druk te staan. In 1885 besloot Mette zelfs met hun vijf kinderen terug naar Denemarken te verhuizen. Gauguin bleef alleen achter in Parijs: arm en depressief. Hij gooide het roer om. Aangemoedigd door Camille Pissarro, maakte Gauguin van zijn hobby zijn werk. Hij stopte als beurshandelaar en ging verder als kunstschilder.

School van Pont Aven

Primitivisme

In deze moeilijke periode van zijn leven, verlangde Gauguin steeds vaker terug naar het ongecompliceerde leven van zijn jeugd. Als kind woonde hij meerdere jaren in Peru. Zijn vader was journalist en moest Frankrijk ontvluchtten na de revolutie van 1848. Samen met zijn vrouw en kinderen trokken hij daarom naar Peru. Gauguin genoot immens van zijn jeugd in Peru. Hoewel hij maar twee jaar in het land woonde, bleven de onuitwisbare indrukken van Peru hem de rest van zijn leven bij.

Gauguin schreef over zichzelf: “Ik ben een wilde. Er is niets verrassends of vernieuwends in mijn werk behalve dit wilde uit mijzelf”. Hij wilde daarom de stad uit, en droomde van het platteland of zelfs exotische oorden als Martinique en Tahiti. In 1886 spendeerde hij de zomer in Pont Aven aan de kust van Bretagne. Samen met andere kunstenaars startte hij in Bretagne een kunstenaarskolonie. Hier hoopte hij zichzelf terug te vinden.

Symboliek

In Bretagne trof Gauguin een sterk gelovige bevolking, hard werkend op de landerijen en gekleed in traditionele klederdracht. Het katholieke geloof begon in Bretagne een steeds grote rol te spelen in het werk van Gauguin. In tegenstelling tot kunstenaars uit de Renaissance of de Barok, schilderde Gauguin geen Bijbelse verhalen. In zijn schilderijen verbindt Gauguin het dagelijks leven juist met Bijbels figuren. Geloof was niet iets van oude verhalen, geloof zat in iedereen.

Gauguin wees de sterke scheiding tussen het hemelse en aardse af. Hij zei: “Het denken wordt de geest genoemd, terwijl de instincten, gevoel en het hart deel uitmaken van de materie. Wat een ironie!” In 1889 maakt Gauguin een reeks schilderijen waarin hij zijn eigen zelfportret gebruikt als het hoofd van Jezus. In de Gele Jezus, gebaseerd op een Christusbeeld in de kerk van Tremalo, gebruikt hij zijn eigen zelfportret, omdat hij zich identificeerde met het lijden van Christus. Later schilderde hij ook een Groene Jezus, omgeven door biddende Bretonse vrouwen, gebaseerd op de Cavalerie van Briec. De groene kleur benadrukt de grond waar Jezus uit voorkomt, het aardse van zijn lichaam.

Synthetisme

Theosofie

Paul Gauguin was aanhanger van de theosofie, die eind 19e eeuw populair werd. Volgens de theosofische principes zijn wetenschap, filosofie en religie gebaseerd op dezelfde universele, tijdloze waarheid. Dogma’s worden verworpen, mensen moeten zelf actief de wereld onderzoeken. De kerngedachte van de theosofie is dat alles wat leeft voortkomt uit dezelfde bron. Zowel fysiek als mentaal zijn mensen (maar ook dieren en planten) verbonden en hebben dus invloed op elkaar. Verschillen tussen het aardse en het goddelijke bestaan niet, want alles komt voor uit dezelfde oorsprong.

In 1889 decoreerde Gauguin twee deuren van een herberg in Le Pouldu, Bretagne. In de herberg kwamen de kunstenaars van de Pont Aven school samen waaronder Meijer de Haan, Emile Bernard en Paul Serusier. Paul Gauguin schilderde een zelfportret als duivel met een aureool om zijn hoofd. Het toont de theosofische gedachte dat zowel het goede als het kwade in hemzelf zit. Op de andere deur schilderde hij de Nederlands-Joodse kunstenaar Meyer de Haan. Op tafel liggen twee boeken: Sartor Resartus van Thomas Carlyle en Paradise Lost van John Milton. Het zijn boeken die religie en filosofie samenbrengen. Het paste binnen Gauguins levensovertuiging dat alle geloven ter wereld gebaseerd waren op dezelfde principes.

Mummies

In 1877 vond de Franse onderzoeker Pierre Vidal-Senèze een aantal bijzondere mummies in Peru. De mummies hadden een bijzondere houding met opgetrokken knieën en handen tegen het hoofd. In 1878 werden de archeologische vondsten in Parijs tentoongesteld, waar Paul Gauguin ze mogelijk zag. De mummies duiken in 1889 op in de Bretonse schilderijen van Gauguin met veelzeggende titels als de Bretonse Eva en Leven en Dood. Opnieuw verbindt Gauguin in zijn schilderijen zo meerdere culturen met elkaar.

De theosofische levensovertuiging van Paul Gauguin blijkt in zijn meesterwerk “Waar komen wij vandaan? Wat zijn we? Waar gaan we naartoe?“. Gauguin maakte het schilderij in Tahiti, waar hij zich definitief had gevestigd in 1896. Het schilderij toont een landschap, met halfnaakte Tahitianen vol met symbolische verwijzingen. Het schilderij is als een levenscyclus van geboorte (rechts) tot aan de dood (links), gepersonifieerd door een Peruaanse mummy. In het midden staat een soort Eva figuur, die naar een appel grijpt. Hoewel de koloniale wijze waarop Gauguin werkte en zijn misbruik van lokale vrouwen (eerder uitgebreid besproken in dit artikel) tegenwoordig veel vragen oproepen, toont Gauguin in dit schilderij dat alle culturen voor hem gelijk waren. Volgens zijn theosofische levensovertuiging kwamen ze immers allemaal voort uit dezelfde bron.

Meer lezen over de kunst van de 19e eeuw?

Geef een reactie

Scroll naar boven

Ontdek meer van KunstVensters

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder