Wat hebben Jean Dominique Ingres, Edgar Degas en Paul Cézanne met elkaar gemeen? Allemaal schilderden ze naakte baders. Begin 19e eeuw ontstond het thema voor schilderijen van geïdealiseerde godinnen. Toen kunstenaars ook gewone meisjes gingen schilderen, zorgde dat voor een shock. Uiteindelijk werden de baders statements van moderne kunst.
In de serie vrienden van het impressionisme schreef ik de afgelopen jaren artikelen over de ontwikkeling van de schilderkunst in 19e eeuw. Het was een dynamische tijd. Klassieke mythologische thema’s maakten plaats voor schilderijen van het dagelijks leven. Kunstenaars begonnen te experimenteren met kleur en licht. Nergens is de ontwikkeling van de moderne kunst zo goed te zien als in de 19e eeuwse schilderijen van baders. Als slotstuk van de serie daarom een overzicht van de baders in de kunstgeschiedenis.



Titiaan – de Dood van Actaeon
Peter Paul Rubens – Diana en haar nymfen
Klassieke baders
Eeuwenlang was het naakt voorbehouden aan mythologische onderwerpen, zoals de mythe van Actaeon. Op een van zijn jachtpartijen trof Actaeon de naakte godin Diana en haar nymfen. Hij bleef staan om de naakte vrouwen te begluren, totdat Diana hem opmerkte. Als straf veranderde ze hem in een hert. Hierop sloegen zijn jachthonden meteen aan. Ze herkenden hem niet als hun meester Actaeon en verscheurden het hert.
Giuseppe Cesari schilderde het verhaal in 1602. We zien de verschrikte vrouwen badend in de rivier. Met hun armen bedekken ze hun naakte lichamen. Diana, herkenbaar aan de halve maan op haar hoofd, heeft net de vervloeking van Actaeon uitgesproken. Op zijn hoofd begint al het gewei te groeien. Op de doeken van Titiaan en Rubens is de naaktheid bescheidener. Er is slechts een naakte borst te zien.


Gustave Courbet – de Baadsters
Delacroix en Courbet: tussen mythe en realiteit
Groot was de schok op de salon van 1853. Gustave Courbet exposeerde hier een levensechte baadster. We zijn getuige van twee vriendinnen, die een snelle duik hebben genomen op een warme dag in het bos. Geen mythologische verhaal, maar gewoon een normale vrouw van vlees en bloed. Ze stapt net uit het water. Haar voluptueuze billen zijn slechts nauwelijks bedekt door een witte handdoek. Courbet schilderde het tafereel op een doek van 2 meter hoog, een formaat dat normaal was voorbehouden voor grote mythologische en historische werken.
Het schilderij zorgde voor een schandaal op de jaarlijkse salon. Criticus Théophile Gautier sprak van “een monsterlijke kont met opgevulde kuiltjes aan de onderkant die alleen de afdruk van een passement (borduursel) missen”. Het was ongehoord om een naaktportret te tonen van zo’n ordinaire vrouw. Als reactie op het schilderij maakte Eugène Delacroix een landschap vol baadsters. Ook hij koos niet direct voor een mythologische verhaal, maar de geïdealiseerde weergave van de vrouwen past beter bij de klassieke traditie.



William Adolphe Bouguereau – de Baadster
William Adolphe Bouguereau – de Golf
Bouguereau: in de traditie van de klassieken
Toch bleef het klassieke naakt nog tientallen jaren populair. In 1856 schilderde Jean-Auguste Dominique Ingres een naakte vrouw met een kruik in haar handen. Ze vertegenwoordigt een waterbron. Water stroomt vanuit de kruik naar beneden, als een symbool voor poëtische inspiratie. Hoewel Ingres een model gebruikte voor het schilderij, de dochter van de conciërge, is het zeer symbolische en geïdealiseerd portret. De bloemen benadrukken haar puurheid, en haar “kwetsbaarheid voor mannen die haar willen plukken”.
William Adolphe Bouguereau schilderde in zijn loopbaan nog tientallen schilderijen van baadsters in de stijl van Ingres. Sommige schilderijen hebben een duidelijke symbolische betekenis, met naakte vrouwen als personificatie van dagdelen of seizoenen, andere werken tonen mythologische voorstellingen. Maar vaker nog schilderde hij gewoon baadsters, knappe jonge vrouwen in de zee of in een boslandschap.

Ingres: het afgewezen schilderij
In 1852 schilderde Jean Auguste Dominique Ingres een Turks badhuis vol naakte vrouwen. Frankrijk was in de ban van het oriëntalisme, maar Ingres was nooit in Turkije of het Midden-Oosten geweest. Voor zijn compositie viel hij daarom terug op zijn oude schilderijen. “De Baadster van Valpinçon” uit 1824 en zijn “Grande Odalisque” gebruikte hij als inspiratie. Ingres vond het ironisch dat hij op hoge leeftijd nog een erotisch werk schilderde. Trots zette hij daarom de tekst AETATIS LXXXII (“op 82-jarige leeftijd”) op het schilderij.
Een kennis van Napoleon III kocht het schilderij in 1862, maar bracht het werk al na enkele dagen terug naar Ingres. Zijn vrouw vond het werk ongepast en wilde het niet in haar huis hebben. Het duurde uiteindelijk tot 1865 dat “Het Turkse Bad” een nieuwe eigenaar vond. De oude Turkse ambassadeur Khalil Bey kocht schilderij voor zijn collectie erotische kunst, waar ook Courbets L’Origine du Monde deel van uitmaakte.




Degas: voyeurisme bij de badkuip
Edgar Degas verruilde het klassieke landschap voor de intimiteit van het eigen huis. Zijn baadsters zitten daarom in een teil of een badkuip. Vrouwen zijn bezig zich te wassen met een spons of zich af te drogen met een handdoek. Als toeschouwer voel je je een gluurder bij een huiselijk tafereel. Degas zei over de schilderijen: “Mijn vrouwen zijn eenvoudige, eerlijke wezens die zich met niets anders bezighouden dan hun fysieke bezigheden… het is alsof je door een sleutelgat kijkt.” Degas versterkt dit effect door de vrouwen altijd van achter weer te geven. Ze kunnen niet zien dat jij meekijkt.



Pierre-Auguste Renoir – Baders (1918-1919)
Pierre-Auguste Renoir – Grote baders (1884-1887)
Pierre-Auguste Renoir
Na een periode in Rome raakte Renoir ook in de ban van de baders. Hij maakte een groot schilderij van badende vrouwen, waarin hij de nieuwe stijl van het impressionisme combineerde met de klassieke invloeden van de rococo. François Bouchers schilderij van de badende Diana diende als voorbeeld voor zijn moderne versie van de Baadsters. De opgetrokken knie van de badende vrouw spiegelde hij voor zijn eigen schilderij, maar de mythologische thematiek verdween. Renoir schilderde zwemmende vrouwen, die samen plezier maakten.
Critici moesten erg wennen aan de mengelmoes van Rococo en Impressionisme. Waarom greep Renoir terug op het verleden in plaats van het impressionisme verder te vernieuwen? Maar zijn collega-kunstenaars Berthe Morisot en Claude Monet bewonderden het schilderij enorm. Monet stelde: “Renoir maakte een prachtig schilderij van baders. [Het doek wordt] niet door iedereen begrepen, maar wel door velen.”

Georges Seurat
De vernieuwing van het baders-thema kwam uiteindelijk van Georges Seurat (het post-impressionisme). In plaats van badende vrouwen in een idyllisch landschap of klassieke mythologische verhalen, haalt hij de baders naar de stad. In “Baders in Asnières” toont hij de vrije tijdsbesteding van veel stadbewoners op een mooie zomerdag. Terwijl de fabrieken op de achtergrond doordraaien, nemen de mensen een duik in de Seine. Niet langer zijn baders alleen mooie vrouwen, Seurat schildert ook mannen en kinderen.
Tijdgenoten van Seurat bewonderde het schilderij vooral vanwege het kleurgebruik. Signac zei: “Het begrip van de contrastwetten, de methodische scheiding van elementen – licht, schaduw, lokale kleur en de interactie van kleuren – en hun juiste balans en verhoudingen geven dit doek zijn perfecte harmonie.” Later zou Seurat vooral beroemd worden als uitvinder van het pointillisme, maar in dit vroege werk gebruikt hij vooral nog losse penseelstreken van tegengestelde kleuren vlak bij elkaar.



Paul Cézanne: baders als een modernist
Uiteindelijk was het Paul Cézanne, die baders naar de moderne kunst bracht. In bijna 140 werken van baders experimenteerde Cézanne met modern kleurgebruik. Hij brak radicaal met de traditionele perspectiefleer en construeerde de menselijke figuren uit geometrische vormen – cilinders, kegels en bollen. Geïnspireerd door de Grandes Baigneuses van Renoir, werkte hij uiteindelijk toe naar zijn eigen versie van de Grandes Baigneuses.
In het werk maken de lichamen deel uit van de natuurlijke omgeving, waarbij de grenzen tussen figuur en achtergrond vervagen. Het landschap rechts op de achtergrond is versimpeld tot kleurvlakken en mensen zijn niet realistisch geschilderd. Hierdoor had het werk een enorme impact op kunstenaars als Picasso en Matisse. Cézanne’s baders zijn daardoor een belangrijke voorloper van de moderne kunst.
Meer artikelen over 19e eeuwse kunst?
Lees ook onze andere artikelen over het impressionisme en andere 19e eeuwse kunststromingen:







