Dierenschilders waren populair in de 17e eeuw. Voor Prinses Amalia van Solms schilderde Paulus Potter rond 1650 een groot schouwstuk van een pissende koe. Het was levensecht werk geworden, waar Potter erg tevreden over was. Maar de prinses was minder enthousiast… Ze wees het schilderij af omdat ze het ‘onwelvoeglijk’ vond.
De dierenschilderkunst was een bescheiden genre in de 17e eeuw en ontstond waarschijnlijk uit allegorieën. Zo schilderde Jan Asselijn rond 1650 een bedreigde zwaan, die zijn eieren beschermt voor een aankomende hond. Vaak wordt de zwaan gezien als raadspensionaris Johan de Wit die Nederland (de eieren) beschermt tegen de vijand. Asselijn was een italianisant, die op zijn reizen door Italië tal van allegorieën had gezien en het genre zo meenam naar Nederland. De Bedreigde Zwaan werd door het Rijksmuseum als 1808 aangekocht als eerste schilderij van de nationale collectie.



Philips Wouwerman
Ook werden dieren vaak afgebeeld als onderdeel van landschappen. Philips Wouwerman was gespecialiseerd in militaire taferelen die de gruwelen van de oorlog toonden, zoals plunderingen en veldslagen. Wouwerman’s handelsmerk was het schimmelwitte paard dat in bijna al zijn composities voorkomt, vaak als lichtend middelpunt tegen de dramatische oorlogsscènes. Dit contrast tussen schoonheid en geweld kenmerkt veel van zijn werk.
Hij besteedde bijzondere aandacht aan de anatomie en beweging van paarden, die hij in allerlei houdingen en situaties wist vast te leggen, van steigerend in gevechtsscènes tot uitgeput bij soldatenkampementen. In “de Veldslag” domineren de paarden het gevecht. ZWouwerman’s composities combineerden vaak het militaire leven met pittoreske elementen: soldaten bij herbergen, legerkampen in landelijke omgevingen.




Jan Asselijn – Brullende os
Paulus Potter – de Stier / de Pissende Koe
Paulus Potter
Pas in de loop van de 17e eeuw Eeuw ontstonden er schilderijen, waarin dieren het hoofdonderwerp waren. Deze ontwikkeling paste in de toenemende specialisatie binnen de Nederlandse schilderkunst. Paulus Potter specialiseerde zich in vee, honden en wild. Potter werd geboren in Enkhuizen, maar werd een succesvol schilder in Den Haag waar hij naast Jan van Goyen woonde. Zijn meesterwerk “De Stier” in het Mauritshuis toont zijn buitengewone talent voor het natuurgetrouw weergeven van dieren. Het monumentale formaat (2,35 bij 3,39 meter) was ongekend voor een diervoorstelling. Potter overleed al op 28-jarige leeftijd aan tuberculose en liet hierdoor een bescheiden oeuvre achter.
Abraham Hondius specialiseerde zich op jachtpartijen en dan met name het afbeelden van honden. Zijn dramatische composities, zoals “De hertenjacht” en “De berenjacht” tonen wilde achtervolgingsscènes waarbij de honden een centrale rol spelen. Hondius was bijzonder bedreven in het weergeven van de gespannen spieren en energieke bewegingen van jachthonden. Hij bestudeerde de anatomie van honden nauwgezet. In 1666 verhuisde hij naar Londen waar hij een gretig publiek vond onder de aristocratie, die zijn jachtscènes zeer waardeerde.



Melchior d’Hondecoeter
Melchior d’Hondecoeter, die eerder besproken werd bij de kunstenaars van het Hollandse stilleven, was een specialist in het schilderen van vogels. In werken zoals ‘de Menagerie’ en ‘het Vogelconcert’ probeerde hij zoveel mogelijk verschillende soorten te laten zien. Melchior d’Hondecoeter bestudeerde de exotische vogels waarschijnlijk in de menagerie van Blauw Jan aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam. Bij Blauw Jan waren onder andere papegaaien, gieren, leeuwen, tijgers en apen te zien.
D’Hondecoeter combineerde zorgvuldige natuurobservatie met theatrale compositie: zijn vogels werden vaak in dynamische poses weergegeven, vechtend, fladderend of pronkend. Hij had een bijzondere voorliefde voor exotische soorten omdat ze symbool stonden voor luxe, status en de groeiende wereldhandel van de Nederlandse Republiek. Zijn schilderijen waren daardoor populair bij rijke handelaren.



Waar is de kunst van de Hollandse dierenschilders te zien?
Liefhebbers van de Hollandse dierenschilderkunst kunnen terecht in het Rijksmuseum, het Mauritshuis en Museum Boijmans van Beuningen.
Lees ook onze andere artikelen over de Hollandse school en Nederlandse kunstenaars:







