Wie waren de meesters van het Nederlandse landschap?

Ooit stonden landschappen alleen op de achtergrond van een schilderij. Maar in de 17e eeuw ontwikkelden Nederlandse kunstschilders het landschap tot een onafhankelijke genre. Nederlandse koopmannen hadden graag een landschap van hun geboortestreek aan de muur. Kunstenaars trokken daarom de natuur in om rivieren, bossen en bergen te bestuderen.

Tijdens de nadagen van de Vlaamse Renaissance begonnen kunstenaars als Pieter Brueghel steeds meer aandacht te besteden aan de achtergrond van hun bijbelse en mythologische schilderijen. Ook de vroege Haarlemse schilders zoals Hendrick Goltzius en Karel van Mander gaven het landschap een prominentere plaats in hun werk. Maar uiteindelijk was het Esaias van de Velde die in 1612 het eerste echte Nederlandse landschapschilderij maakte: Twee ruiters in een duinlandschap, tegenwoordig te zien in het Rijksmuseum Twenthe. In tegenstelling tot gestileerde en geidealiseerde landschappen van de Renaissance, was het werk van Van der Velde zeer realistisch.

Esaias van der Velde maakte zijn vroegste landschappen in Haarlem en al snel kreeg hij daar navolging van Hercules Segers. Segers was in de leer geweest bij de Vlaamse kunstenaar Gillis van Coninxloo die zich in Amsterdam had gevestigd. Segers legde zich toe op berglandschappen, die hij zelf bedacht en niet echt bestonden. Zijn werk leunt erg op de Vlaamse traditie.

Hendrick Avercamp

Een andere leerling van Gillis van Coninxloo was Hendrick Avercamp. Avercamp ontwikkelde zijn eigen specialisatie binnen de landschapskunst: het winterlandschap. De vrolijke ijspret die hij afbeeldde, was erg levendig. De werken zijn gevuld met tientallen personen. Het zijn schilderijen waar je minutenlang naar kan kijken en steeds weer iets nieuws in kan ontdekken.

Avercamp schilderde zijn werken in een tijd dat Nederland erg koude winters had. De periode staat ook wel bekend als de kleine ijstijd. Avercamp gebruikte in zijn werk een atmosferisch perspectief. Dat betekent dat hij de kleuren in de horizon vager en donkerder maakte. Hiermee weet hij met de vele wit- en grijstinten een gevoel van diepte te creëren.

Jan van Goyen

Jan van Goyen door heel Nederland. In tegenstelling tot de denkbeeldige landschappen van Van der Velde en Segers, probeerde hij de plaatsen realistisch te schilderen. Van Goyen tekende daarom ieder mooi uitzicht dat hij tegenkwam in zijn kleine schetsboekje. Duizenden schetsen moet hij hebben gemaakt op zijn lange reizen door Nederland, Duitsland en Frankrijk. Er zijn vier van deze boekjes bewaard gebleven. Later werkte hij in zijn atelier de belangrijkste schetsen uit tot schilderijen. Hierbij werkte hij vaak in monochroom, dit betekent dat hij slechts 1 of 2 kleurtinten gebruikte, bijvoorbeeld grijs en groen.

Van Goyen was het resultaat van een lange voorzichtige ontwikkeling van de landschapskunst in Nederland. In de Middeleeuwen en de Renaissance werden landschappen alleen gebruikt voor de achtergrond van schilderijen. Dit veranderde in de Nederlandse 17e eeuwse kunst, doordat schilders zich specifiek op het landschap gingen specialiseren. Hiermee bereikten de Nederlandse schilders een sterk realisme en sfeervolle afbeeldingen.

Jacob van Ruisdael

Jacob van Ruisdael kiest juist voor woeste en imposante landschappen. Van Ruisdael werd opgeleid door zijn vader en zijn oom Salomon van Ruisdael en reisde door Nederland en Duitsland. De landschappen die hij tegenkwam, maakte hij in zijn atelier groter en mooier dan in werkelijkheid. In zijn schilderijen van Kasteel Bentheim bijvoorbeeld zien we enorm berglandschap, terwijl de burcht op een bescheiden heuvel lag. Juist deze overweldigende landschappen zouden in de 19e eeuw kunstenaars in de Romantiek inspireren.

Van Ruisdael werkte ook veel in de omgeving van Haarlem. Hij maakte schilderijen van de stad vanuit de duinen. Op de voorgrond van de doeken zijn de lakenblekerijen te zien, waar de zonnen de stoffen deed bleken. Deze zogenaamde ‘Haarlempjes‘ zijn tegenwoordig te zien in musea over de hele wereld.

Aelbert Cuyp

In de tweede helft van de 17e eeuw werd de Nederlandse landschapkunst wat levendiger en exotischer. Ondanks dat hij nooit in Italië is geweest, begon Aelbert Cuyp landschappen te schilderen in een Italiaanse stijl. Hij combineerde het heldere gele Italiaanse licht met heuvellandschappen en wazige achtergronden. Het maakt zijn schilderijen dromerig van sfeer.

Cuyp’s landschappen vol paarden en koeien waren populair Engeland en de Verenigde Staten. Op grote schaal werden de schilderijen van Cuyp uit Nederland geïmporteerd. Kunstenaars als John Constable en William Turner lieten zich inspireren door Cuyp’s schilderijen. De Nederlandse landschapskunst raakte zo verspreid over de hele wereld.

Waar is de kunst van de Nederlandse landschapsschilders te zien?

Nederlandse landschapskunst is in heel Nederland te zien. Grote collectie zijn te vinden in het Mauritshuis, het Dordrechts Museum, Rijksmuseum Twenthe, het Valkhof Museum en natuurlijk het Amsterdamse Rijksmuseum.

Lees ook onze andere artikelen over de Hollandse School en Nederlandse kunstenaars:

Geef een reactie

Scroll naar boven

Ontdek meer van KunstVensters

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder