Museum Arnhem toont dit najaar de kunst van het derde rijk. Naast propaganda voor het Duitse leger hangen er ook landschappen en boerentaferelen. Deze relatief onschuldige werken roepen fundamentele vragen op over onze kunstbeleving. Waarom werden de werken decennia lang verborgen? En wie bepaalt of werken goed of fout zijn?
Het regime van Adolf Hitler gebruikte kunst als propagandamiddel om de nationaalsocialistisch ideeën onder de aandacht te brengen. Abstracte en modernistische kunst werd afgewezen en moest ruimte maken voor realistische werken en klassieke toonbeelden. Beroemd is de grote tentoonstelling met ontaarde (‘entartete’) kunst waar de verboden werken te zien waren. Minder bekend zijn de jaarlijkse Große Deutsche Kunstausstellungen in München, waar zoals tijdens de Parijse salons de nieuwe kunst werd getoond.

Kunst in het derde rijk
In Museum Arnhem is dit najaar te zien welke nationaalsocialistische schilderijen getoond werden op deze jaarlijkse tentoonstellingen. Zo hingen er typische propaganda-schilderijen zoals Das Grossere Opfer van Adolf Reich. Op het doek is de Hitlerjugend geld aan het ophalen voor Winterhulp aan de arme bevolking, terwijl een soldaat op krukken langsloopt. De boodschap is duidelijk: de donatie is slechts een kleine bijdrage ten opzichte van de opoffering van het leger.
Er zitten ware pareltjes tussen de getoonde propagandakunst. Wat te denken van de Trojaanse held Paris in lederhosen op een Alpenweide? De troosteloze blik van de onderwerpende Afrodite in het schilderij van Ivo Saliger haalt het laatste beetje sensualiteit uit het schilderij. Dit schilderij gaat over macht, niet over liefde. Net zo bevreemdend is de naakte arische vrouw in Brief am Morgen van Martin Amorbach. Soft-porno in een compositie die doet denken aan Johannes Vermeer.

Goed of fout?
Maar er was meer dan alleen propaganda te zien op de Große Deutsche Kunstausstellungen. Zo hingen er portretten, boerentaferelen, landschappen en stillevens. Deze onderwerp pasten binnen de “Blut und Boden” (bloed en bodem) retoriek van de nazi’s, waarin een zuivere afkomst werd gepropageerd.
Neem bijvoorbeeld een schilderij van een ploegend paard van Julius Paul Junghanns. Het harde werk, het Duitse landschap en de idealisering van het boerenleven pasten perfect binnen de Duitse retoriek. Werk van Junghanns werd daarom bijna ieder jaar getoond op de Duitse kunsttentoonstelling. Veel van zijn werken werden aangekocht door nazi-kopstukken. Na de oorlog werden de werken geconfisqueerd door de Amerikanen en decennia lang niet tentoongesteld.
Maar wat kon Junghanns hier zelf aan doen? Al ver voor de opkomst van de nazi’s schilderde Junghanns dieren en boerentaferelen. Zijn werken doen denken aan de gerespecteerde Franse kunst van Jean-François Millet, alleen op groter formaat. Junghanns was zelf nooit lid van de NSDAP en raakte in een diepe psychologische crisis toen hij er na de oorlog achterkwam welke misdaden de nazi’s hadden gepleegd. Is zijn werk fout omdat de nazi’s het toevallig mooi vonden?

Kwaliteit
De meeste werken in de tentoonstelling over het derde rijk zijn gemaakt door professionele kunstenaars, die studeerden aan kunstacademies. Hun thematiek mag dan niet zo vernieuwend zijn als bijvoorbeeld de ‘ontaarde’ expressionisten en surrealisten, maar kwalitatief zijn de schilderijen niet slecht. Doordat hun werken decennia lang zijn weggestopt, zijn hun namen tegenwoordig nauwelijks nog bekend. Zullen de schilderijen in de toekomst opnieuw gewaardeerd worden?
De tentoonstelling raakt zo aan essentiële vragen over onze kunstbeleving. Wanneer is het kunst van kwaliteit? Als de stijl vernieuwend is? Als het schilderij goed is uitgevoerd? Of als het gemaakt is door een bekende kunstenaar? Het Museum Arnhem laat de bezoeker zelf een antwoord zoeken op deze vragen.

Tentoonstellingen in 2023:
Kees van Dongen (Singer, Laren) – Brave New World (Fundatie, Zwolle) – Vermeer (Rijksmuseum, Amsterdam) – Sofonisba Anguissola (Rijksmuseum Twenthe, Enschede) – Bentvueghels (Centraal Museum, Utrecht) – Rembrandts tijdgenoten (Hermitage, Amsterdam) – Primitieven (MORE, Gorssel) – Henry Moore (Beelden aan Zee, Scheveningen) – Jaren 20 (Kunsthalle, Bonn) – Hollandse Meesters (Arp Museum, Rolandseck) – Van Gogh in Auvers (Van Gogh, Amsterdam), Futurisme (Kröller-Müller, Otterlo) – Ode aan Antwerpen (Catharijneconvent, Utrecht) – Patricia Kaersenhout (Bonnefanten, Maastricht) – Made in Paris (Folkwang, Essen) – Middellandse Zee (Singer, Laren) – Soutine (K20, Düsseldorf) – Hilma af Klint (Kunstmuseum, Den Haag) – Ai Weiwei (Kunsthal, Rotterdam) – Anselm Kiefer (Voorlinden, Wassenaar) – Aan de Seine (Van Gogh, Amsterdam) – Mummieportretten (Allard Pierson, Amsterdam) – Familie Brueghel (Noordbrabants, Den Bosch) – Oekraïne (Fundatie, Zwolle) – Derde Rijk (Museum Arnhem) – Ellen Gallagher (Stedelijk, Amsterdam) – Dieric Bouts (Museum M, Leuven)

