Willem de Kooning ging sneller schilderen toen hij stopte met drinken

Willem de Kooning stond bekende om zijn trage werkwijze. De Kooning dronk veel, was zelden tevreden over zijn werk en bleef schilderijen aanpassen. Totdat hij stopte met alcohol drinken! Opeens ging zijn productie gigantisch omhoog!

In de eerste dagen van juni 1950 pakte Willem de Kooning een doek van 1,5 bij 2 meter en begon intensief te werken. Maandenlang was hij bezig met een schilderij van een zittende vrouw. Steeds als het doek bijna klaar was, begon hij opnieuw. Uren zat hij naar het schilderij te staren, nooit tevreden met het resultaat. Na anderhalf jaar ononderbroken strijd gaf hij het op. Het canvas werd weggegooid.

Luckiest studio visit

In 1952 zag kunsthistoricus Meyer Schapiro het onafgemaakte schilderij in het atelier van Willem de Kooning. Hij was meteen getroffen door de expressieve stijl van De Kooning. Daarom besloot Willem de Kooning het alsnog af te maken. Kunstcriticus Peter Schjeldahl noemde het later ‘het gelukkigste atelierbezoek uit de kunstgeschiedenis’, omdat Woman I van De Kooning zonder het bezoek van Schapiro was vernietigd.

In de zomer van 1952 werd Woman I voor het eerst geëxposeerd en kreeg het lovende kritieken. Uiteindelijk zou Willem de Kooning nog vijf vergelijkbare schilderijen maken van vrouwen (zie artikel over deze serie). Deze Woman-serie is het hoogtepunt van De Koonings loopbaan.

Excavation (1950)

Willem de Kooning

Voordat Willem de Kooning kunstenaar werd, werkte hij als huisschilder. In sommige werken is zijn achtergrond nog te zien. Zoals in ‘Excavation’ uit 1950. Hij bouwde het werk op uit meerdere lagen dikke verf. Vervolgens pelde hij stukke verf weer van het doek met een paletmes. Hij werkte maandenlang aan het afpellen of ‘opgraven’ van diepere lagen in het schilderij. Het schilderij toont vrouwen, die werken in een rijstveld. Maar is vooral een bijna abstract spel van kleur en structuur.

In de naoorlogse jaren ontwikkelden De Kooning, Rothko en Jackson Pollock een vernieuwende stijl, die tegenwoordig bekend staat als het abstract expressionisme. In het werk van de abstract expressionisten stond het proces van schilderen centraal. Zo zijn in de schilderijen van De Kooning vaak de dikke penseelstreken te zien en blijven druppels uitgelopen verf zichtbaar. Juist deze sporen van expressie dragen bij aan de kracht van het doek.

Alcoholisme

Hoewel De Kooning’s schilderijen er uitzien alsof ze snel zijn gemaakt, ging er vaak een lange strijd aan vooraf. Hij bleef doeken eindeloos bewerken en aanpassen. Mogelijk had dit te maken met zijn alcoholgebruik. Willem de Kooning dronk veel en had daardoor veel last van katers, stemmingswisselingen en depressies. Schilderijen die hij dronken maakte, vond hij de volgende dag waardeloos.

Pas toen hij flinke gezondheidsklachten ontwikkelde en meerdere malen was opgenomen in het ziekenhuis, kickte hij af van zijn alcoholverslaving. Hij was ondertussen in de 70. Het resulteerde in de meest productieve periode van zijn loopbaan, waarin hij honderden schilderijen maakte. De werken waren ook rustiger, meer balans.

Helaas duurde de periode niet lang. De Kooning kreeg in de jaren 80 ernstige dementie, waarschijnlijk ook door zijn heftige alcoholgebruik. Hij kon hierdoor niet meer schilderen.

Meer artikelen uit de Canon van de Nederlandse Kunst:

Geef een reactie

Scroll naar boven

Ontdek meer van KunstVensters

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder