Wat is het Impressionisme?

Claude Monet, Pierre-Auguste Renoir, Edgar Degas en andere kunstenaars begonnen in de 19e eeuw in de buitenlucht te schilderen. De Franse kunstschilders schilderden landschappen en de moderne stad. Hoe ontstond het impressionisme? Wie waren de belangrijkste kunstenaars? En wat waren de kenmerken van de kunststroming?

Honderdvijftig jaar geleden organiseerden Monet, Renoir, Degas en Pissarro de eerste tentoonstelling van het impressionisme. De schilderijen waren licht, kleurrijk en gemaakt met een losse penseelstreek. De impressionisten schilderden vooral ‘en plein air’ en zetten zich af tegen de gevestigde orde. In dit artikel een overzicht van de geschiedenis van het impressionisme, de belangrijkste kunstenaars en de kenmerken van de stijl.

Begin van het Impressionisme

Hoe ontstond het Impressionisme?

Vanwege de aanleg van de spoorwegen was het voor kunstenaars steeds makkelijker om te reizen. Doordat verf in tubes beschikbaar kwam, konden kunstenaars ook buiten schilderen in de openlucht. De treinen en tubes zorgden voor een opleving van de landschapsschilderkunst. Franse kunstenaars als Jean-François Millet en Théodore Rousseau werkten in de bossen rondom Barbizon. Deze school van Barbizon wordt als voorlopers van het impressionisme gezien.

Vanaf 1850 liep er spoorweg vanuit Parijs naar Rouen en de dorpjes aan de Normandische kust. In de zomer kwamen kunstenaars daarom naar de kust om zeegezichten te schilderen. Eugène Boudin, Johan Barthold Jongkind en Claude Monet schilderden samen rondom Honfleur en Étretat. Ze raakten geïnteresseerd in het spel van het licht, de weerspiegeling van het water en de invloed van het veranderende weer. Ze werkten in de openlucht met lichte kleuren en een losse penseelstreek.

Claude Monet - Impression, soleil levant
Claude Monet – Impression, soleil levant

Waarom heet de kunststroming het Impressionisme?

De schilderijen van de impressionisten en andere moderne kunstenaars waren een stijlbreuk met de klassieke kunst van de academie. Op de jaarlijkse salon van 1863 werden de schilderijen van Jongkind, Boudin en andere kunstenaars daarom afgewezen door de jury, die voornamelijk uit academici bestond. Het hoge aantal afwijzingen zorgden voor een enorm schandaal, waardoor keizer Napoleon III de noodzaak zag ook de geweigerden een tentoonstellingsruimte te geven. Naast de officiële salon werd in 1863 daarom een ‘Salon der Geweigerden” gehouden met onder andere Edouard Manet’s Le déjeuner sur l’herbe.

Edouard Manet kwam graag in Café Guerbois aan de rue des Batignolles in Parijs. In het café ontmoette hij Claude Monet, Pierre-Auguste Renoir, Frédéric Bazille, Edgar Degas, Camille Pissarro, en Paul Cézanne. In 1874 besloot deze groep van Batignolles kunstenaars om een eigen tentoonstelling te organiseren, als alternatief voor de salon. Ze richtten daarom de Société anonyme des artistes peintres, sculpteurs et graveurs op en nodigden ook andere kunstenaars uit om te exposeren. In de studio van fotograaf Nadar opende op 15 april 1874 de eerste tentoonstelling van deze nieuwe vereniging.

Kunstcriticus Louis Leroy publiceerde in het satirische magazine Le Charivari een recensie van de tentoonstelling onder de titel “L’Exposition des impressionnistes”. Hij had het woord ‘impression’ overgenomen van de titel van Claude Monet’s schilderij “Impression, soleil levant”. Hoewel hij in het artikel de nieuwe kunststroming vooral belachelijk maakte, is het impressionisme sindsdien de naam van de kunststroming.

Impressionisme kenmerken

Kenmerken van het Impressionisme

Licht

De impressionistische kunstenaars gebruikten een lichter schilderspalet, dan de kunstenaars van de Barbizon. Er kwamen steeds meer synthetische pigmenten op de markt in felle kleuren. Claude Monet, Pierre-Auguste Renoir en Camille Pissarro experimenteerden met de nieuwe kleuren om de lichtval weer te geven. Het felle zonlicht is goed te zien in de schilderijen die Monet maakte van zijn vrouw met een parasol. Ook Renoir speelde met licht en schaduw. In “de Schommel” gebruikt hij blauw, rood en paars om de schaduwen weer te geven. De felle en lichte kleuren van het impressionisme passen bij een zomerse dag, alsof de schilderijen overbelicht zijn.

het Moment

Lichtval en kleuren van een landschap zijn afhankelijk van het moment van de dag, het seizoen van het jaar en het weer. Impressionisten probeerden deze veranderende omstandigheden te vangen in hun schilderijen. Juist door snel te werken en in de openlucht te schilderen konden ze ‘het moment’ vereeuwigen. Vanaf 1880 maakte Claude Monet daarom schilderijenseries, waarin hij hetzelfde onderwerpen tientallen keren schilderde. In onderstaande schilderijen van hooibergen in het landschap is goed te zien hoe de kleuren van het landschap worden bepaald door lichtval en seizoenen. Vergelijkbare series maakte Monet van de kathedraal van Rouen en de bruggen van Londen.

Plein Air

Eeuwenlang trokken landschapsschilders de natuur in om te schetsen en te tekenen, maar maakten ze de uiteindelijke schilderijen in het atelier. Het had een praktische reden. Kunstschilders maakten hun verf zelf en konden de vers gemaakte verf niet lang bewaren. Soms namen ze kleine beetje verf mee in varkensblaasjes, maar dit was veel gedoe en alleen mogelijk met kleine hoeveelheden verf. Vanaf de 19e eeuw kwam verf beschikbaar in tubes. Hierdoor werd het makkelijker om verf mee te nemen. De impressionisten maakten gebruik van deze nieuwe mogelijkheden en schilderden het liefst in de openlucht (‘en plein air‘).

Impressionisme - Plein Air

Kunstenaars van het Impressionisme

Claude Monet

Claude Monet leerde schilderen in het atelier van de Zwitserse academiekunstenaar Charles Gleyre. Ook Pierre-Auguste Renoir, Frédéric Bazille en Alfred Sisley volgden lessen bij Gleyre. In de zomers trok Monet graag naar de Franse kust om te schilderen in de openlucht. Hij ontmoette hier Eugène Boudin, Johan Barthold Jongkind en Camille Pissarro. Samen ontwikkelden ze de belangrijkste principes van het impressionisme: overdadig licht, losse penseelstreken en het vastleggen van het moment. Hij schilderde landschappen, maar ook het moderne leven van de stad zoals de treinen van Gare St. Lazare.

In 1870 vluchtte Monet naar Londen, weg van de Frans-Pruisische oorlog. Op de terugreis naar Frankrijk bezocht hij Nederland, waar hij de molens bij Zaandam en de bollenvelden schilderde. Vanaf 1872 woonde Monet buiten Parijs. Eerst in Argentieul, later in Vétheuil en Poissy schilderde hij de Seine, onder andere vanaf zijn atelierboot. Vanaf 1884 woonde hij in Giverny, waar een huis met een grote tuin bezat. De waterlelies en de Japanse brug in de vijver waren een eindeloze bron van inspiratie. Monet maakte tientallen schilderijen met waterlelies, waaronder de meterslange werken in het Musée de l’Orangerie.

Pierre Auguste Renoir - Bal bij Moulin de la Galette
Pierre Auguste Renoir – Bal bij Moulin de la Galette

Pierre-Auguste Renoir

Pierre-Auguste Renoir studeerde in het atelier van de academiekunstenaar Charles Gleyre. Maar na een reeks afwijzingen voor de officiële salon, sloot hij zich aan bij de groep impressionisten rondom Claude Monet. In tegenstelling tot Monet, Pissarro en Sisley was Renoir geen landschapsschilder. Hij had succes met portretten, vanwege zijn ongedwongen stijl en prettige kleurgebruik in de traditie van Delacroix. In het Bal bij Moulin de la Galette en Lunch in het Boothuis toont Renoir zich een meester in het afbeelden van de rijke burgerij. De schilderijen waren een groot succes.

Vanaf 1880 bleef Renoir zijn stijl steeds veranderen. In 1881 reisde hij naar Algerije en kwamen er oriëntalistische invloeden in zijn werk. Voor een serie schilderijen van baders bestudeerde hij de neoclassicistische werken van Ingres en andere academieschilders. Na 1890 worden zijn schilderijen steeds zoeter. Zijn losse penseelstreek en helder kleurgebruik doen denken aan de klassieke werken van Rubens. Kunstcritici vonden deze latere werken van Renoir te weinig vernieuwend, maar de frivole schilderijen waren populair bij het grote publiek.

Edgar Degas

Edgar Degas kwam uit een rijke handelsfamilie. Hij leerde schilderen als kopiist in het Louvre en leerling van de École des Beaux Arts. In zijn vroege jaren maakte hij historische schilderijen, die goed werden ontvangen. Hij exposeerde jaren achter elkaar op de salon, totdat de Frans-Pruisische oorlog uitbrak in 1870. Degas ging in dienst bij de nationale garde. Na de oorlog brak hij een tijd door bij zijn Amerikaanse familie in New Orleans.

Eenmaal terug in Frankrijk liet Degas de academiekunst achter zich en sloot hij zich aan bij de kunstenaarsgroep rondom Claude Monet. Hij exposeerde op de tentoonstellingen van de impressionisten, maar zijn stijl bleef realistisch. Degas werkte niet in de openlucht, maar bleef schilderen in zijn atelier. Degas richtte zich op het moderne uitgaansleven, zoals de danseresjes in de Opera, de cafés en de paardenrennen. Pas op het eind van zijn carrière gebruikte Degas vaker uitbundige kleuren in zijn schilderijen.

Berthe Morisot - Zomerdag in het Bois du Boulogne
Berthe Morisot – Zomerdag in het Bois du Boulogne

Berthe Morisot

Berthe Morisot kwam uit een welvarende familie en kreeg les in schilderkunst tijdens haar opvoeding. Ze ging werken als kopiist in het Louvre en kwam zo in contact met Edgar Degas en Edouard Manet. Morisot exposeerde zowel op de officiële salon, als op de tentoonstellingen van de impressionisten. In 1874 trouwde ze met Eugène Manet, de broer van kunstschilder Edouard Manet voor wie ze vaak model had gestaan.

Als vrouwelijke kunstenaar kon Morisot niet het nachtleven in de cafés en theaters schilderen. Daarom zijn in het werk van Morisot vaak huiselijke taferelen te zien met vrouwen en kinderen. Ze schilderde graag in de openlucht in tuinen en parken. Haar losse penseelstreek en treffende kleurgebruik laat haar enorme talent zien voor de impressionistische stijl. Vooral het gebruik van de kleur wit en transparante kleurlagen zijn kenmerkend voor de schilderijen van Morisot.

Camille Pissarro

Camille Pissarro krijgt vaak minder erkenning dan bijvoorbeeld Monet of Renoir voor zijn rol in de ontwikkeling van het impressionisme. Toch was hij overal bij. Zijn werken werden afgewezen voor de beruchte salon van 1863 en opgehangen in de salon der geweigerden. Hij exposeerde op de tentoonstellingen van de impressionisten, schilderde met Monet en Cézanne landschappen in de openlucht en werkte met Monet en Sisley in Londen tijdens de oorlogsjaren. Later omarmde hij ook het pointillisme van Seurat.

Pissarro schilderde honderden landschapsschilderijen. Waar Monet vooral gericht was op de Seine, toonde Pissarro vaak het boerenland: Akkers, velden en boerderijen. Hij maakte naast landschappen ook portretten van boeren en dorpsbewoners. Op het eind van zijn leven schilderde hij ook series met stadsgezichten zoals de Brug van Rouen, de Boulevard Montmartre en de Tuilerieën. Net als Monet bestudeerde hij in deze reeksen de effecten van het licht, seizoenen en weersomstandigheden.

Gustave Caillebotte - Regen in Parijs
Gustave Caillebotte – Regen in Parijs

Gustave Caillebotte

Net als Edgar Degas kwam Gustave Caillebotte uit een rijke familie. Hij studeerde kort aan de École des Beaux Arts, maar bracht vooral tijd om buiten de school met Edgar Degas en Giuseppe de Nittis. Caillebotte had op jonge leeftijd veel geld geërfd. Hierdoor kon hij financieel ondersteuning bieden aan de eerste tentoonstelling van de impressionisten. Ook zijn eigen schilderijen waren op de tentoonstellingen van de impressionisten te zien. Daarnaast was hij kunstverzamelaar. Na zijn dood vormde zijn collectie de basis voor de collectie impressionisme van het Musée d’Orsay.

Caillebotte gebruikte in zijn schilderijen een realistische stijl, die geïnspireerd was op de fotografie. Zijn broer Martial Caillebotte werkte als fotograaf. Caillebotte toonde het moderne stadsleven van Parijs, zoals de treinen, de bruggen en de nieuwe boulevards. Vooral zijn grote werken van de Pont de l’Europe en de straten van Parijs in de regen waren een groot succes.

Claude Monet – Gare Saint Lazare

Schilderij: Gare Saint Lazare van Claude Monet

Op station Saint Lazare vertrokken dagelijks de treinen naar Normandië. Bij de binnenkomst van de treinen vulde de stationshal zich met de stoom van de locomotieven. Het was een schitterend spel met licht en rook. Monet trok daarom zijn mooiste kleren en duurste schoenen aan om toestemming te vragen aan de stationschef. Monet was nog geen beroemde schilder in deze tijd, maar maakte indruk met zijn verschijning. De stationschef gaf Monet zijn volledige medewerking in de veronderstelling dat Monet een alom gewaardeerde schilder was.

Pierre-Auguste Renoir vertelde dat Monet slim gebruik maakte van de situatie: ‘Hij liet treinen stoppen, perrons evacueren en locomotieven werden gevuld met kolen om de rook te maken die Monet wenste’. Uiteindelijk resulteerde het in twaalf schilderijen van het station. Zes werken werden tentoongesteld op de derde impressionistische tentoonstelling van 1877, waar ze werden opgehangen naast het schilderij van de Pont de l’Europe van Gustave Caillebotte.

Tijdslijn impressionisme

Kunst na het Impressionisme

Na de zevende tentoonstelling van de impressionisten in 1882 viel de groep langzaam uit elkaar. Waar de impressionisten in de vroege jaren werden afgewezen op d de salons en elkaar nodig hadden om te exposeren, kregen de kunstenaars nu individueel succes. Kunsthandelaar Durand-Ruel gaf Boudin, Monet, Renoir en Pissarro allemaal eigen tentoonstellingen in zijn galerie. Onderling hadden de impressionisten ook minder contact. Monet, Sisley en Pissarro waren ver buiten Parijs gaan wonen. Ondertussen stond er een jonge generatie kunstenaars op, die de stijl en de onderwerpen van het impressionisme te vrijblijvend vonden.

Post-Impressionisme

In 1886 werd de laatste tentoonstelling van de impressionisten georganiseerd. De nieuwe generatie kunstenaars als Odilon Redon, Georges Seurat en Paul Signac stalen hier de show. Ze voerden spannende nieuwe experimenten uit met kleur. De kunst van na deze laatste impressionistische tentoonstelling in 1886 wordt het post-impressionisme genoemd. Het post-impressionisme is een verzamelterm voor meerdere kunststromingen, waaronder het pointillisme, het cloissonisme en het symbolisme.

Georges Seurat – Baigneurs à Asnières

Pointillisme

Georges Seurat en Paul Signac toonden in 1886 de eerste pointillistische schilderijen, waarbij ze puntjes van primaire kleuren verf naast elkaar plaatsten. Op afstand lijken de kleuren zich te mengen. Ze hoopten hiermee een weergave van kleuren te bereiken, die nog puurder was dan in het impressionisme. De stroming werd in korte tijd extreem populair. Camille Pissarro, Henri Edmond-Cross, Théo van Rysselberghe en Maximilien Luce gebruikten de techniek voor nieuwe landschapsschilderijen. Vincent van Gogh raakte ook sterk beïnvloed door het pointillisme, maar schilderde vaak met korte streepjes in plaats van losse puntjes.

Cloisonnisme

Het cloissonisme is een post-impressionistische kunststroming, die ontstond rondom Pont Aven in Bretagne. Paul Gauguin, Emile Bernard en Paul Sérusier brachten hier de zomers gezamenlijk door. Ze schilderden het platteland en boeren in klederdracht. Ze ontwikkelden een stijl waarin ze dikke donkere lijnen gebruikten, met felle afzonderlijke kleurvlakken. Daarom wordt de stroming ook cloissonisme genoemd, naar het Franse ‘cloisson’ voor afscheidingen. Het cloissonisme was slechts een kortdurende stroming, waarvan de ideeën later werden overgenomen door Les Nabis en het Fauvisme.

1 gedachte over “Wat is het Impressionisme?”

  1. Jacob Reitsma

    In Zaandam is het MonetAtelier met reproducties van de 25 Zaanse Monet’s, en ook is het mogelijk om met een gids wandelingen te maken langs de locaties waar Monet heeft geschilderd, en zijn er al meer dan 10 murals met impressies van Monet’s Zaanse impressies.

    zie MonetinZaandam.nl

Geef een reactie

Scroll naar boven

Ontdek meer van KunstVensters

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder