Vrouwen spelen een hoofdrol in de popart van de jaren 1960. Reclame, strips en magazines stonden vol met stereotype weergaves van de vrouw. In de tentoonstelling Pop Models laat Museum MORE zien dat vrouwelijke kunstenaars in Europa dit beeld deden veranderen.
Alweer een tentoonstelling over vrouwelijke kunstenaars, hoor ik u denken. De afgelopen jaren grossieren musea in tentoonstellingen van ‘vergeten vrouwelijke kunstenaars’. Ook het persbericht van Museum MORE spreekt van “herontdekkingen van vrouwen in de popart, zoals de Italiaanse Ketty La Rocca en de Slowaakse Jana Želibská.” Wat dit persbericht echter verzuimt te vermelden, is wat deze vrouwen maakten of waarom hun werk zo enorm de moeite waard is.


Vrouwelijke kunstenaars
Het is het grote probleem van veel tentoonstellingen over vrouwelijke kunstenaars. Er is veel aandacht voor hun persoonlijke verhaal en hun onterechte afwezigheid in de kunstgeschiedenis, maar de kunstwerken zelf krijgen nauwelijks de spotlight. Museum MORE valt helaas in dezelfde valkuil. De tentoonstelling opent met een reeks werken van voornamelijk mannelijke kunstenaars, waarin vrouwen nogal stereotiep worden neergezet. Het menu is beperkt: de vrouw als huismoeder of de vrouw als lustobject. In de eerste zaal toont Museum MORE vooral collages, zoals de vrouw in het huiselijke interieur van Richard Hamilton – waarschijnlijk gekozen om de huismoederrol te illustreren.
Toch is dit een selectieve keuze. Hamiltons beroemdste collage (Just what is it that makes today’s homes so different, so appealing?, 1956) toont juist een naakte man in een interieur. Het ging Hamilton vooral om de consumptiemaatschappij, niet om de vrouw te laten zien als huismoeder. Ook het topstuk van de collage-zaal, het indrukwekkende Renaissance triptiek van Eduardo Paolozzi, gaat over de consumptie. Het plaatst iconen uit de kunstgeschiedenis tussen afbeeldingen uit advertenties, waarbij naakte vrouwen naast naakte mannen staan.

Feminisme
In het vervolg van de tentoonstelling eisen vrouwelijke kunstenaars een verbetering van de ongelijke positie van vrouwen. Vrouwen werden tot 1956 handelingsonbekwaam geacht en moesten na hun huwelijk stoppen met werken. Jana Želibská verbeeldt dit treffend in haar schilderij van een naakte vrouw in een hartje. Door het werk achter een doorschijnend gordijntje te hangen, benadrukt ze de positie van gehuwde vrouwen: thuis, achter de gordijnen. Ook de Italiaanse Ketty La Rocca blijkt een activistische kunstenaar. Zij maakte collages met Italiaanse teksten over misstanden in de maatschappij, zoals ‘Ho spiato i Monstri mangiarono carne’ (Ik zag dat de monsters vlees aten) waarin ze verwijst ‘de zwakte voor het vlees’ van katholieke priesters.
Het meest opvallende in dit sterke deel van de tentoonstelling is de grote diversiteit van de Pop Art. Veel mensen kennen alleen de werken van Amerikaanse Pop Art-kunstenaars als Andy Warhol of Roy Lichtenstein, die vaak directe kopieën maakten van de consumptiemaatschappij: soepblikken, strips, affiches. De Europese Pop Art is veel gelaagder dan die vaak platte Amerikaanse kunst. Neem ‘Vrouw en Tas’ van de Duitse kunstenaar Konrad Rueg: we zien een vrouw die opgaat in het behang. Is dit kritiek op de achtergestelde positie van vrouwen? Een karikatuur van de bloemetjesjurken van veel oma’s? Of kritiek op de consumptiemaatschappij waarin alles op elkaar lijkt?

Europese Pop Art
Het echt interessante onderwerp van Pop Models is de veelzijdigheid van de Europese Pop Art. Van de geweldige Nana’s van Niki de Saint Phalle, die de oermens vangt in haar kleurrijke beelden, tot een flipperkast van Woody van Amen – een wonderlijk object waar vrouwenbenen in panty’s uitsteken, maar ook engeltjes bovenop staan. Het zijn kunstwerken die vragen oproepen en uitnodigen tot eigen interpretaties. De slotzaal met een hortisculptuur van Ferdi en een enorm groepsportret van Jann Haworth is ronduit spectaculair.
Museum MORE toont overtuigend dat de Europese Pop Art ten onrechte niet dezelfde aandacht krijgt als haar Amerikaanse tijdgenoten. In plaats van een uitgekauwd verhaal over achtergestelde vrouwen te brengen, had het museum met deze sterke selectie kunstwerken een veel frisser verhaal kunnen vertellen. Dan hadden de vrouwelijke kunstenaars aandacht gekregen vanwege hun prachtige werk, in plaats van hun vrouw-zijn.

Tentoonstellingen in 2025
Henri Le Sidaner & Henri Martin (Singer Laren) – Jan Mankes (Museum Arnhem/Belvedere) – Samuel van Hoogstraten (Rembrandthuis) – Mona Hatoum (Kunsthal Kade) – Nieuw Parijs (Kunstmuseum Den Haag) – Interbellum (Museum Catharijneconvent) – Anselm Kiefer (Stedelijk/Van Gogh Museum) – American Photography (Rijksmuseum) – Good Mom/Bad Mom (Centraal Museum) – Leiden Collectie (H’Art Museum) – Kremer Collectie (Stedelijk Alkmaar) – Max Pechstein (Kunsthal) – Opening Fenix (Rotterdam) – Charley Toorop (Kröller-Müller) – herman de vries (Rijksmuseum Twenthe) – 4 Tentoonstellingen in Duitsland – When we see us (BOZAR) – Ryan Gander x Edgar Degas (Beelden aan Zee) – Imagine the Future (Amsterdam Museum) – Fiona Tan (Rijksmuseum) – Kehinde Wiley (Museum van Loon) – Pop Models (Museum MORE)

