Van religieuze symboliek tot radicale abstractie: Museum het Catharijneconvent laat zien hoe kunstenaars nieuwe wegen zochten tijdens in het interbellum. In de tentoonstelling is te zien hoe kunstenaars “tussen hemel en oorlog” worstelden met de grote vragen van hun tijd.
Toenemende internationale spanningen, aristocratische leiders en stijgende prijzen in de supermarkt: het lijkt een samenvatting van het nieuws in de afgelopen week. Maar niets is minder waar. Het is een beschrijving van de maatschappelijke onrust tussen de twee wereldoorlogen. Museum het Catharijneconvent laat in de tentoonstelling “Tussen hemel en oorlog” zien hoe kunstenaars tijdens het interbellum op zoek gingen naar nieuwe manieren om met de veranderende wereld om te gaan.


Jan Toorop – De Pelgrim
Covers van “de Gemeenschap”
Geloof
Veel kunstenaars vonden in het onrustige politieke klimaat hun heil in het geloof. Het bekendste voorbeeld is Jan Toorop. In zijn grote houtskooltekening ‘De Pelgrim’ (1,5 x 1,5 meter) laat hij de worstelingen zien die hijzelf heeft doorstaan op weg naar zijn bekering tot het katholicisme. Het werk zit vol katholieke verwijzingen: Maria met Jezus omgeven door harpspelende engelen, een koning met koningin en de ruiters van de apocalyps. Een ander opvallend werk is het glas-in-loodraam van een Sint Maartenoptocht door Joep Nicolas, waarin het Heiligenverhaal en de optocht samen zijn afgebeeld.
Museum Catharijneconvent staat ook stil bij het 100-jarig jubileum van het innovatieve katholieke kunsttijdschrift ‘De Gemeenschap’. Modernistische kunstenaars als Otto Freundlich, Gerrit Rietveld en Willem Maas ontwierpen de covers. Dit zijn geen traditionele katholieke plaatjes, maar juist vernieuwende collages en abstracte kunstwerken. Wie zegt dat katholieke kunst niet modern kan zijn?



Zaaloverzichten Museum Catharijneconvent
Gemeenschapszin
Wat opvalt in de tentoonstelling is de enorme hang naar gemeenschapszin tijdens het interbellum. Ook niet-katholieke kunstenaars zochten gelijkgestemden op om zich te verenigen. Sommige verenigingen waren politiek getint, zoals de sterke communistische en nationaal-socialistische bewegingen. Anderen vonden elkaar meer in spirituele levensovertuigingen, zoals de theosofie. Aanhangers van de theosofie onderschreven dat alle religies en grote filosofieën uit dezelfde basisprincipes bestonden en dus verschillende uitingen waren van dezelfde universele wijsheid. Deze levensovertuiging is goed te zien in het werk van Olga Fröbe-Kapteyn. Ze brengt symbolen van verschillende wereldgodsdiensten, zoals yin-yang en het Tau-kruis, samen in abstracte werken.
Andere kunstenaars gingen nog een stap verder. Ze probeerden de realiteit zoveel mogelijk uit hun kunstwerken te bannen en versimpelden de wereld tot abstracte vormen. Kazimir Malevich schilderde een wit vierkant over een Russisch-orthodox kruis, alsof hij Jezus heeft vervangen door iets nog puurders. Ook Wassily Kandinsky zocht in abstractie naar een hogere betekenis. In Museum Catharijneconvent hangt een zwarte kosmos waarin felgekleurde abstracte vormen zweven.


Wassily Kandinsky – Strahlenlinien
Vangen van de tijdsgeest
Hoewel Malevich en Kandinsky onbetwist de meest vooruitstrevende kunstenaars van de tentoonstelling zijn, roepen hun werken in deze context soms vragen op over relevantie. Terwijl de wereld in brand stond, verdiepten zij zich in abstracte expressie. Toch kan men betogen dat juist deze zoektocht naar nieuwe vormentaal een reactie was op een wereld waarin traditionele zekerheden wankelden. In Museum Catharijneconvent blijken vooral de beeldhouwers de tijdsgeest direct te vatten. De treurende moeder in de Pietà van Käthe Kollwitz, waarvan tegenwoordig een grote versie als oorlogsmonument in Berlijn staat, toont de onmacht en de rouw na de Eerste Wereldoorlog.
Maar het krachtigste beeldje is slechts 20 cm hoog en toont het Bijbelverhaal van David en Goliath. Het is alsof de vingerafdrukken van de kunstenaar nog zichtbaar zijn in de verwrongen figuren. Hier is echte strijd te zien. De Franse kunstenaar Jacques Lipchitz maakte het ruw bronzen beeld als protest tegen de organisatie van de Olympische spelen in Berlijn 1936. Het beeldje herinnert ons dat de krachtigste aggressor niet altijd wint. In een tijd waarin ook wij geconfronteerd worden met groeiende mondiale spanningen, biedt Lipchitz’ kleine maar krachtige protest een sprankje hoop dat anno 2025 bijzonder welkom is.

Tentoonstellingen in 2025
Henri Le Sidaner & Henri Martin (Singer Laren) – Jan Mankes (Museum Arnhem/Belvedere) – Samuel van Hoogstraten (Rembrandthuis) – Mona Hatoum (Kunsthal Kade) – Nieuw Parijs (Kunstmuseum Den Haag) – Interbellum (Museum Catharijneconvent)

