De 21e eeuw is de eeuw van Afrika. De tentoonstelling “When we see us” laat zien hoe 120 Afrikaanse kunstenaars uit de diaspora eindelijk hun eigen verhaal vertellen – en daarmee de westerse kijk op kunst fundamenteel uitdagen. Afrikaanse muziek en kunst vullen dit voorjaar de museumzalen van BOZAR in Brussel.
Groot was het enthousiasme toen de FIFA besloot het wereldkampioenschap voetbal in Zuid-Afrika te organiseren. Het was meer dan sport – het was een bevestiging dat Afrika eindelijk serieus genomen werd in de wereld. “Waka waka, eh, eh, this time’s for Africa” zong Shakira bij de opening van het toernooi in 2010, en die woorden klonken als een belofte. Het optimisme van 2010 is sindsdien wat getemperd, maar de invloed van Afrika groeit onmiskenbaar. Eind deze eeuw zal het continent bijna 4 miljard inwoners tellen – drie keer zoveel als nu. Megasteden als Kinshasa, Caïro en Lagos zijn uitgegroeid tot bruisende centra van handel en cultuur. Ook vinden Afrikaanse kunstenaars steeds vaker hun weg naar westerse museumzalen.

Centraal in de afbeelding: een schilderij van Kehinde Wiley
When we see us
BOZAR toont dit voorjaar Afrika door de ogen van de Afrikanen zelf. Honderdtwintig kunstenaars uit Afrika en haar diasporen rekenen af met Westerse vooroordelen. Zo toont Richard Onyango zijn relatie met Drosie, een rondborstige blanke vrouw. We zien hoe ze wordt rondgereden in haar Mercedes-Benz tussen de toeristenlodges. Haar luxe levensstijl bevestigt het stereotype van de rijke Europeaan, die ‘Afrika’ bezoekt en geen onderscheid maakt tussen de verschillende landen en culturen van Afrika.
Nergens wordt deze diversiteit duidelijker dan in de portretkunst. Hier ontmoeten we de gracieuze dames van Amoako Boafo, de gelaagde samengestelde portretten van Neo Matloga en de zelfverzekerde Afro-Amerikaanse jongeren van Kehinde Wiley. Het is een opvallend contrast: waar de Europese portretkunst lijkt vastgelopen in herhaling, bruist de Afrikaanse portrettraditie van vernieuwing. Het is alsof de eeuwenlange afwezigheid van zwarte gezichten in de kunstgeschiedenis nu een explosie van creativiteit heeft ontketend.

Rechts in de afbeelding: een schilderij van Monsengo Shula
Politiek
Bijzonder interessant zijn de regionale verschillen in de stijl en boodschap van de kunstenaars. Zo hebben de volkskunstenaars uit Congo een zeer kenmerkende stijl, die doet denken aan komische strips. Dat klinkt speels en kleurrijk, maar de werken hebben vaak een maatschappij-kritische of zelfs politieke boodschap. Monsengo Shula schilderde een persoon die half als man half als vrouw is gekapt en gekleed. Omstanders snappen er niets van. Shula vraagt hiermee aandacht voor de slechte positie van intersekse personen en transgenders in Congo.
Chéri Cherin viert de historische verkiezing van Barack Obama door de eerste zwarte Amerikaanse president te omringen met iconen als Nelson Mandela en Martin Luther King (zie foto boven het artikel). Mensen uit verschillende culturen zingen hem toe in een visuele hymne die het mondiale belang van Obama’s verkiezing onderstreept – een moment van erkenning voor zwarte mensen wereldwijd. Obama als ultieme inspirator.


Diaspora
Curatoren Koyo Kouoh en Tandazani Dhlakama kiezen met “When we see us” nadrukkelijk niet voor een nauwe definitie van Afrikaanse kunst. Ook schilderijen uit de Afrikaanse diaspora, zoals het Caribisch gebied of de Verenigde Staten, hebben hun plek gevonden in de tentoonstelling. De paralellen zijn enorm. Emma Pap schilderde een katholieke begrafenis, waarin nonnen in witte gewaden tussen naakte Afrikaanse vrouwen staan. Naast dit schilderij uit Congo hangt een werk uit Haïti van Wilson Bigaud. Het Bijbelverhaal van het huwelijk te Cana is hier in een Caribische omgeving geplaatst.
De verbinding van de Afrikaanse kunst met de rest van de wereld is zo een rode draad door de tentoonstelling. Zo staat de ontmoetingen tussen zwarte en witte mensen centraal in schilderijen van de Keniaanse kunstenaars Michael Armitage en Olivier Souffrant uit Haïti.

Bozar
Afgelopen jaar is een herwaardering van Afrikaanse kunst gaande in de kunstwereld. Na de grote ‘Paris Noir’ tentoonstelling in Parijs en de Harlem Renaissance expositie in New York is “When we see us” het volgende grote overzicht Afrikaanse kunst. Veel kunstenaars zullen bij het grote publiek niet bekend zijn, maar kunstliefhebbers zullen veel bekende namen tegenkomen: zoals Kehinde Wiley en Amy Sherald, de makers van de Obama portretten. Maar ook de eerste generatie pan-Afrikaanse kunstenaars, als Ben Enwonwu, Ibrahim El-Salahi, Horace Pippin en Wifredo Lam, zijn in de tentoonstelling vertegenwoordigd.
When we see us is een rijke tentoonstelling die de Afrikaanse kunst op de kaart zet. Met de verdere groei van de Afrikaanse bevolking en politieke belangen, zal de culturele invloed uit Afrika steeds groter worden. Het is slechts een kwestie van tijd dat Jacob Lawrence, Kehinde Wiley en Chéri Samba net zulke huishoudnamen zijn als Andy Warhol en Pablo Picasso. Waka waka, he he, this art time’s for Africa.

Tentoonstellingen in 2025
Henri Le Sidaner & Henri Martin (Singer Laren) – Jan Mankes (Museum Arnhem/Belvedere) – Samuel van Hoogstraten (Rembrandthuis) – Mona Hatoum (Kunsthal Kade) – Nieuw Parijs (Kunstmuseum Den Haag) – Interbellum (Museum Catharijneconvent) – Anselm Kiefer (Stedelijk/Van Gogh Museum) – American Photography (Rijksmuseum) – Good Mom/Bad Mom (Centraal Museum) – Leiden Collectie (H’Art Museum) – Kremer Collectie (Stedelijk Alkmaar) – Max Pechstein (Kunsthal) – Opening Fenix (Rotterdam) – Charley Toorop (Kröller-Müller) – herman de vries (Rijksmuseum Twenthe) – 4 Tentoonstellingen in Duitsland – When we see us (BOZAR)

