Strandtaferelen in Scheveningen: Van vissers tot flaneurs

Op iedere zomerdag staat er een lange file naar het strand van Scheveningen. Rondom het Kurhaus en de Pier liggen duizenden mensen te genieten van de zon en de zee. Toch is dit niet altijd zo geweest. In de schilderijen van Jozef en Isaac Israels is te zien hoe Scheveningen in een generatie veranderde van vissersdorp tot badplaats.

Zwemmende jongens in de zee en flanerende dames op het strand, Isaac Israëls schilderde Scheveningen als mondaine badplaats aan het begin van de 20e eeuw. In 1885 was het statige Kurhaus gebouwd en in 1901 opende de pier. Hotelgasten konden dankzij een brug direct vanuit het Kurhaus de pier op lopen. Op de schilderijen van Israëls is de pier, symbool van de moderne tijd, vaak op de achtergrond te zien.

Ezeltje rijden

Isaac Israels schilderde de toeristische kant van Scheveningen. Sinds in 1818 het eerste badhuis aan het strand van Scheveningen was geplaatst, groeide jaarlijks het aantal toeristen. Waar aan het begin van de 19e eeuw vooral mensen uit Den Haag naar de kust kwamen op zomerse dagen, was Scheveningen rond 1900 uitgegroeid tot een mondaine badplaats met restaurants en grand hotels.

Een populaire attractie voor kinderen was rond 1900 het ezeltje rijden. Verkopers, vaak zelf nog jonge jongens, stonden klaar met een aantal ezels om kinderen een ritje op het strand te laten maken. Israëls maakte zo’n 25 schilderijen met ezeltjes. Jonge meisjes zitten vaak in keurige kleding in zijwaartse zit, want dat was de enige fatsoenlijke manier, op de ezeltjes. Hun rijkdom wordt vaak nog benadrukt met een mooie hoed of haarband.

Visssersdorp

Tientallen jaren voor de komst van de rijke toeristen, had Scheveningen in de zomer een ander gezicht. De kinderen die aan het begin van de 19e eeuw op het strand speelden, behoorden niet tot de rijke families. Het waren de kinderen van de vissers. Terwijl vader op zee op haring viste, bleven vrouw en kinderen achter op het strand. Jozef Israëls, vader van de eerder genoemde Isaac, schilderde tientallen schilderijen van de visserskinderen op het strand.

Op de doeken zien we de kinderen pootje baden in de zee. Vaak spelen ze met zelfgemaakte bootjes van aangespoeld hout. Jozef Israëls was een belangrijke vertegenwoordiger van de Haagse school. Hij schilderde het simpele leven aan de zee, zoals de Franse Barbizon-kunstenaars het plattelandsleven schilderden. De kinderen dragen vaak versleten kledij. De grijze lucht vormt de achtergrond van de schilderijen om de melancholische sfeer te versterken. 

Vrouwen

Op de schilderijen van Jozef Israëls is vaak een oudere broer of zus met de jonge kinderen aan het spelen. Het was goed gebruik in de arme gezinnen, dat oudere kinderen voor de jongere zorgden. Vaders waren immers op zee en moeders waren druk met andere taken. Op de schilderijen van Bernard Blommers is te zien hoe de vrouwen van de vissers vis schoonmaakten en verkochten op het strand.

De vissers hadden een gevaarlijk beroep. Ze gingen in simpele houten boten de zee op ook in moeilijke weersomstandigheden. De vissers konden aan boord haring conserveren door ze te zouten en te ontdoen van ingewanden en kieuwen, ‘kaken’ genoemd. Hierdoor kon er steeds verder weg gevist worden. De Scheveningse vissers gingen zelfs helemaal richting de Shetland eilanden, ten noorden van Schotland, en waren vaak weken van huis.

Bomschuiten

Op de schilderijen van Hendrik Willem Mesdag zijn de boten van de arme vissers vaak te zien. Scheveningen had in de 19e eeuw geen haven, dus de vissersboten moesten direct op het strand landen. Scheveningse vissers gebruikten daarom zogenaamde ‘bomschuiten’, eenvoudige open vaartuigen met vlakke bodem. Door deze bodem kon een boot gemakkelijk stranden. De boten werden vervolgens met touwen verder het strand op getrokken. De boten waren hierdoor kwetsbaar en gingen niet lang mee.

Het Scheveningse strand was in de 19e eeuw dus gevuld met houten boten. Slechts een klein deel van het strand werd ’s zomers vrij gehouden voor de recreatie rondom het stedelijke badhuis. Vooral ’s winters, als de vissers thuis waren, lag het hele strand bezaaid met bomschuiten. Hierdoor waren delen van het strand niet geschikt voor recreatie.

Storm van 1894

In de nacht van zaterdag 22 op zondag 23 december 1894 trof een zware noordwesterstorm het Scheveningse strand. De wind kreeg vat op de bomschuiten op het strand. De ravage was enorm. Tientallen bomschuiten botsten op elkaar en raakten ernstig beschadigd. De meeste schepen waren niet meer te redden en waren rijp voor de sloop. Mesdag schilderde de vernielde schepen met op de achtergrond de koepel van het Kurhaus.

Na de storm besloot de overheid dat er een haven voor de schippers moest worden aangelegd. Na een lange procedure werd in 1904 de Scheveningse haven geopend. Hierdoor kwam een groter deel van het strand beschikbaar voor het toerisme. De spelende visserskinderen maakten nu plaats voor de badende stadsmensen. Zo ontstond het toeristische Scheveningen dat we zien op de schilderijen van Isaac Israëls en dat we nog steeds kennen.

Meer artikelen lezen?

Lees ook onze andere artikelen over de seizoenen:

2 gedachten over “Strandtaferelen in Scheveningen: Van vissers tot flaneurs”

    1. In bovenstaand artikel staat het werk van Jozef en Isaac Israëls centraal en zij hebben niet bijgedragen aan het panorama Mesdag.
      Maar niet getreurd, ik heb een artikel over panorama’s in voorbereiding!

Geef een reactie

Scroll naar boven

Ontdek meer van KunstVensters

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder