Rembrandt terug in Amsterdam voor 750e verjaardag

Rembrandt van Rijn - Leiden Collection

H’ART Museum viert de 750e verjaardag van Amsterdam met een tentoonstelling van Hollandse meesters uit de Leiden Collection. Tientallen schilderijen van Rembrandt, Vermeer en Dou zijn daardoor weer even in Nederland. De tentoonstelling biedt een inkijkje in de rijke portretkunst en de mode van de 17e eeuw.

Het wemelt van witte kragen in het H’ART Museum. Opgekruld en gesteven, of fijntjes geborduurd, de kraag was het pronkstuk van een man met aanzien. Zelfs predikant Conradus Viëtor die in een portret van Frans Hals ingetogen zwarte kleding draagt, heeft een schitterende witte kraag. Het wit maken van een kraag was een flink karwei. De stoffen moesten dagenlang gebleekt worden in de zon. Meters opgevouwen witte stof was daarom een teken van rijkdom.

Mode

Dit voorjaar zijn zo’n 75 portretten uit de Leiden Collection van de Amerikaanse verzamelaar Thomas Kaplan in Amsterdam te zien. Een rondje door de tentoonstelling is als een onderdompeling in 17e eeuwse mode. Tussen 1600 en 1625 domineerde zwarte kleding het modebeeld van de Nederlandse elite. Na 1630, toen Nederland steeds welvarender werd door de internationale handel, zien we een geleidelijke verschuiving naar weelderige gekleurde stoffen en prominente sieraden, die de nieuwe rijkdom en wereldse contacten van de kooplieden symboliseerden. In de schilderstijl vindt eenzelfde verandering plaats: van donkere achtergronden naar klassieke tuinlandschappen.

Wie goed naar de kragen uit de Leiden Collection kijkt, ziet dat ook kragen aan mode onderhevig waren. Waar de kraag in de jaren 20 het liefst als een brede band om de nek zat, zien we de kragen later meer als doeken om de schouders. Dit had ook te maken met de laatste haarmode, waarin kapsels steeds langer werden. De kraag zat dan in de weg. Rond 1700 verdwijnt de witte kraag helemaal uit de mode.

Rembrandt

Het is de tweede keer in korte tijd dat werken uit de Leiden Collection in H’ART Museum te zien zijn. In 2023 waren vooral historiestukken naar Amsterdam gehaald. In mijn recensie van destijds klaagde ik over de marketing, die erg op Rembrandt gericht was, terwijl er nauwelijks werk van Rembrandt te zien was. Dat is nu wel anders. Maar liefst 17 schilderijen en een tekening van Rembrandts hand zijn komende maanden in H’ART Museum te zien. Thomas Kaplan bezit hiermee bijna de helft van alle Rembrandts, die nog in particuliere collecties zitten.

Rembrandt leerde in de jaren 20 van de 17e eeuw het schildersvak in Leiden, waar tegelijkertijd Jan Lievens aan het werk was. Ze stonden model voor elkaars schilderijen. In het Gehoor uit de serie schilderijen van de vijf zintuigen (recent ook al te zien in de Lakenhal) staat Lievens op de achtergrond. Ook qua schilderstijl stuwden Lievens en Rembrandt elkaar op tot grotere hoogten. Boekhouder aan zijn schrijftafel uit 1628 laat zien dat Lievens net als Rembrandt experimenteerde met schaduwen in het gezicht.

De uitgebreide portrettenverzameling maakt het mogelijk om de ontwikkeling van Rembrandts schilderstijl te bestuderen. Na zijn vroege periode in Leiden, verhuisde hij naar Amsterdam om te werken als portretschilder. In H’ART Museum hangen verschillende portretten van rijke Amsterdammers, vaak fijn geschilderd met veel detail. Pas op het eind van zijn leven, ontdekt Rembrandt dat hij met een grove penseelstreek een veel emotioneler effect kan bereiken. Neem bijvoorbeeld de doorleefde handen in het het portret van de oude vrouw. Het is alsof iedere ader bovenop op haar hand ligt, extra gespannen door Rembrandts impasto-techniek.

Leidse fijnschilders

Met zoveel werken van Rembrandt zou je bijna vergeten dat er ook nog andere kunstenaars te zien zijn. Toch zou je de tentoonstelling net zo goed kunnen verkopen als een expositie van de Leidse fijnschilders. Rembrandts eerste leerling, Gerard Dou, is namelijk een van de sterren van de tentoonstelling. In een zelfportret uit 1628 liggen voor de schildersezel glanzende schalen, een boek en rijkversierde stoffen. Het schilderij is meer dan een zelfportret, maar vooral een bewijs van zijn kunde in het weergeven van verschillende materialen.

Frans van Mieris, Gabriël Metsu en Jan Steen laten zien dat de fijnschilderkunst zich specifiek ontwikkelde in Leiden. In Metsu’s Elegante Dame aan haar schrijftafel hangt op de achtergrond een schilderij van een boot. Schrijft ze haar man een brief, terwijl hij op reis is? Ze heeft zich voor het schrijven wel bijzonder netjes aangekleed in een mantel met een witte bontkraag. Rijkdom blijkt ook uit de zilveren inktpot met een klein wereldbolletje.

Maar nergens zijn de Leidse fijnschilders zo indrukwekkend als op een klein portretje van een oude man van Gerard Dou. Alleen Dou kan met zo’n fijne penseelstreek iedere rimpel en ieder huidvlekje levensecht weergeven. Zijn penseel kan slechts enkele haartjes hebben gehad, zo dun zijn de lijntjes geschilderd. De man draagt geen witte kraag, maar een simpele bruine pij. Zo blijkt maar dat je geen witte kraag nodig hebt, om indruk te maken!

Zelf kennismaken met de Nederlanders uit de 17e eeuw? De portretten uit de Leiden Collection zijn nog tot en met 24 augustus te zien in H’ART Museum.

Tentoonstellingen in 2025

Henri Le Sidaner & Henri Martin (Singer Laren) – Jan Mankes (Museum Arnhem/Belvedere) – Samuel van Hoogstraten (Rembrandthuis) – Mona Hatoum (Kunsthal Kade) – Nieuw Parijs (Kunstmuseum Den Haag) – Interbellum (Museum Catharijneconvent) – Anselm Kiefer (Stedelijk/Van Gogh Museum)American Photography (Rijksmuseum)Good Mom/Bad Mom (Centraal Museum)Leiden Collection (H’ART Museum)

Meer lezen over bijzondere privé-collecties met Hollandse meesters uit de 17e eeuw? Hou de komende weken de KunstVensters-website in de gaten voor artikelen over de Kremer collectie en de Six collectie!

Geef een reactie

Scroll naar boven

Ontdek meer van KunstVensters

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder