Zonder diagnose, geen behandeling. Tweehonderd jaar geleden begonnen Franse psychiaters hun patiënten in te delen in ziektebeelden. Kunstenares Fiona Tan onderzoekt in haar Rijksmuseum-tentoonstelling ‘Monomania’ deze geschiedenis en waarschuwt: we stoppen mensen nog altijd in hokjes.
Eeuwenlang stelden Franse artsen dat psychische aandoeningen niet genezen waren. Patiënten met hysterie of waanzin werden vaak opgesloten of verzorgd door de kerk. Maar in de jonge psychiater Étienne-Jean Georget wilde toch een poging wagen. Hij rekende af met verouderde denkbeelden en probeerde zijn patiënten te behandelen. In 1820 gaf hij kunstschilder Théodore Géricault de opdracht om 10 van zijn patiënten te schilderen (eerder hier beschreven). Fiona Tans fascinatie voor de schilderijen van Géricault stimuleerden haar om op zoek te gaan naar de geboorte van de psychiatrie. De collectie van het Rijksmuseum was het startpunt van haar onderzoek.

Installatie tentoonstelling. Foto: Rijksmuseum/Kelly Schenk
Classificeren
Étienne-Jean Georget gebruikte ‘monomanie’ in de 19e eeuw als verzamelnaam voor wat we nu kennen als psychoses, waanstoornissen en (manische) depressies. In de tentoonstelling zijn foto’s van patiënten uit het Salpêtrière in Parijs en het West Riding Assylum in York te zien. Wie waren deze mensen? Waar hadden ze last van? Om beter onderscheid te maken tussen de verschillende soorten ‘monomanie’ begonnen artsen hun patiënten te classificeren. Ze hoopten patiënten op basis van hun gezichtsuitdrukking en gedrag te kunnen diagnosticeren.
Tan verzamelde voorbeelden uit de wetenschap en uit de kunst. Zo blijkt Charles Darwin een toonaangevend boek over lichaamstaal en gezichtsuitdrukking te hebben geschreven. In dezelfde zaal zijn ook studies te zien van de Franse schilder Charles LeBrun (foto boven dit artikel) en de Oostenrijkse beeldhouwer Franz Xaver Messerschmidt. Hun nauwgezette studie van emoties tonen de wetenschappelijke interesse in de menselijke geest. Toch voelen de werken ook benauwend: emoties moeten plots in hokjes passen. Persoonlijke ervaringen lijken te verdwijnen.
Tan signaleert hier het begin van het hokjesdenken in de gezondheidszorg, dat op de dag van vandaag voortduurt. Ook tegenwoordig hebben mensen met psychologische klachten een diagnose nodig om zorg (vergoed) te krijgen. Als je niet binnen het hokje van een diagnose past, is het moeilijk hulp te krijgen.


Foto: Rijksmuseum/Albertine Dijkema
Ongemak
In de volgende zalen richt Fiona Tan zich op de verdiensten van Étienne-Jean Georget. Zo rekende Georget af met het vooroordeel dat hysterie en melancholie vrouwelijke aandoeningen zouden zijn. Om de achterstelde positie van de vrouw te benadrukken, richt Tan een kabinet in met 19e eeuwse meubels en snuisterijen. Tan laat zo zien dat welgestelde vrouwen gevangen zaten in hun huis. Ze suggereert dat de ‘vrouwelijk hysterie’ misschien wel het product was van hun leefomstandigheden. Maar door juist het interieur van een zeer welgestelde vrouw te tonen, die veel meer vrijheid en gemakken genoot dan armere tijdgenoten, gaat deze boodschap grotendeels verloren.
In de volgende kamer volgt Georgets rol in de forensische psychiatrie. Tan vertelt het verhaal van Henriette Cornier, die als dienstmeisje een meisje van 19 maanden vermoordde met een keukenmes. Georget slaagde er in om haar ontoerekeningsvatbaar te laten verklaren en stelde richtlijnen op voor een psychologisch onderzoek van verdachten. Het Rijksmuseum heeft over deze misdaad echter geen voorwerpen in de collectie. Een installatie van doopjurken en gebreide proeflappen moet als symbolische weergave dienen. Maar ondertussen zijn bezoekers vooral veel aan het lezen in hun tekstboekje.

Foto: Rijksmuseum/Albertine Dijkema
Fion Tan
De tentoonstelling ontspoort echt als Tan haar eigen werk toont. We zien de installatie “Pickpockets”, waarin ze politiefoto’s laat zien van zakkenrollers. Ze werden opgepakt tijdens de Wereldtentoonstelling van 1889 en gefotografeerd in het politiebureau. Koptelefoons bieden fictieve verhalen van de criminelen. Wat probeert Fiona Tan hier nou te zeggen? Dat je een mentale ziekte moet hebben om een kleine misdaad als zakkenrollen te plegen? De verzonnen verhalen doen bovendien weinig recht aan de getoonde mensen. Ze krijgen het verhaal van een ander op hun foto geplakt. In hoeverre sluit deze aan bij hun echte ervaring?
Uiteindelijk concludeert Fiona Tan dat een psychische aandoening gewoon een weeffoutje is. Ze vergelijkt het met handgemaakt kant. In de 19e eeuw zag men de onregelmatigheden als gebrek aan kwaliteit, terwijl deze foutjes tegenwoordig gezien worden als iets moois. De foutjes laten immers zien dat het kant ambachtelijk gemaakt is en niet door een machine. Wat volgt is een zaal vol blauwdrukken van kantpatronen uit de Rijksmuseumcollectie. Het is vast bedoelt als positief einde en waardering voor diversiteit. Maar juist de veelheid van blauwdrukken, zorgt ervoor dat de aandacht voor de individuele ontwerpen verdwijnt. Monomania verzandt zo in symboliek, ten koste van het persoonlijke verhaal.

Tentoonstellingen in 2025
Henri Le Sidaner & Henri Martin (Singer Laren) – Jan Mankes (Museum Arnhem/Belvedere) – Samuel van Hoogstraten (Rembrandthuis) – Mona Hatoum (Kunsthal Kade) – Nieuw Parijs (Kunstmuseum Den Haag) – Interbellum (Museum Catharijneconvent) – Anselm Kiefer (Stedelijk/Van Gogh Museum) – American Photography (Rijksmuseum) – Good Mom/Bad Mom (Centraal Museum) – Leiden Collectie (H’Art Museum) – Kremer Collectie (Stedelijk Alkmaar) – Max Pechstein (Kunsthal) – Opening Fenix (Rotterdam) – Charley Toorop (Kröller-Müller) – herman de vries (Rijksmuseum Twenthe) – 4 Tentoonstellingen in Duitsland – When we see us (BOZAR) – Ryan Gander x Edgar Degas (Beelden aan Zee) – Imagine the Future (Amsterdam Museum) – Fiona Tan (Rijksmuseum) – Kehinde Wiley (Museum van Loon) – Artus Quellinus (Paleis op de Dam)

