Sinds de uitbraak van de oorlog in Oekraïne staat het werk van fotograaf Boris Mikhailov weer vol in de aandacht. Zijn foto’s over armoede vangen de uitzichtloze situatie van het Oekraïense volk. Maar in Fotomuseum Den Haag lijken de foto’s van Mikhailov meer te zeggen over Hongarije en Slowakije dan over Oekraïne.
Oekraïense soldaten voor een knalroze achtergrond, of twee matrozen met een teddybeer. De vroege foto’s van de Oekraïense fotograaf Boris Mikhailov zijn kleurrijk en kitsch. Als beginnende fotograaf in de Sovjettijd moest hij zich conformeren aan de regels van het regime. Zijn experimenten met naaktfotografie werden bij een inval van de KGB ontdekt en vernietigd. Hij fotografeerde sindsdien vooral alledaagse taferelen en Sovjetpropaganda, maar kleurde de foto’s in met felle kleuren als een stil protest. Binnen de grenzen van de censuur kon hij zo toch zijn stem laten horen.

Hoop op verbetering
Na de val van het ijzeren gordijn werd Oekraïne in 1991 onafhankelijk. De bevolking kreeg meer vrijheid, verkiezingen en vooral hoop op een betere toekomst. Op de foto’s van Boris Mikhailov is goed te zien dat vooruitgang hard nodig is. Het land was in grote armoede. Het zijn schrijnende beelden van de Oekraïense bevolking, zoals zwemmende mensen in een meer vol industrieel afval.
Voor de serie “By the ground” maakte hij panoramafoto’s vanaf zijn middel. Vrouwen in soepjurken en mannen zonder tanden lopen met wat schamele bezittingen in kale straten. De armoede op de foto’s deed Mikhailov denken aan een toneelstuk van Maxim Gorky (Nachtasiel, 1901-1902). “Ik realiseerde me dat we dat dieptepunt bereikt hadden, dat we er zelf in zaten”. Ook in de serie “At Dusk” toont hij extreme armoede. Mensen staan in de rij voor voedsel, of slapen op straat. Mikhailov kleurde de foto’s blauw, omdat de kleur voor hem symbool staat voor een overgang (van nacht naar dag, van Sovjet unie naar Oekraïne).

Case history
Het nieuwe kapitalisme bood kansen aan slimme zakenlieden. In een rap tempo vormde zich in Oekraïne een nieuwe rijke elite. Mikhailov herinnert zich deze tijd goed: “Charkiv was mooier geworden en er waren overal auto’s”. Maar de verbeterde leefomstandigheden waar de Oekraïeners zo op gehoopt hadden, bleef voor grote delen van de bevolking uit. Nog steeds leefden veel mensen onder de armoedegrens.
Mikhailov portretteerde daarom 400 daklozen in de serie Case History. Het is Mikhailovs beroemdste werk. Meestal worden enkele foto’s uit der serie levensgroot afgedrukt, maar in het fotomuseum zijn daarnaast nu 100 foto’s uit de serie op klein formaat te zien. Het zijn schrijnende beelden in de kou van de winter. Vaak zijn de mensen ten einde raad, zoals de man die halfnaakt in een Pietà-houding in de sneeuw zakt. Mikhailov gaf hen te eten en betaalde de mensen om te poseren. Hiermee hoopte hij hen te helpen overleven.

Actualiteit
De foto’s van Mikhailov laten zien dat de hoge verwachtingen van de bevolking na de val van het ijzeren gordijn onvoldoende zijn waargemaakt. Burgers leefden ondanks hun herwonnen vrijheid in armoedige omstandigheden. Deze teleurstelling is de voedingsbodem voor de opkomst van conservatieve machthebbers, die zich afzetten tegen dit nieuwe kapitalisme. Oekraïne kreeg zo afwisselend pro-Westerse en pro-Russische machthebbers.
Vanwege de oorlog in Oekraïne krijgen de foto’s van Boris Mikhailov recent weer veel aandacht. Maar hun betekenis gaat verder dan alleen Oekraïne. De foto’s geven inzicht in de huidige onvrede in Hongarije en Slowakije. Na jarenlang een pro-Westerse koers te hebben gevaren, hebben populistische partijen daar de macht gegrepen. Deze eurosceptische machthebbers hebben een sterk gevoel van nostalgie naar de communistische tijd. Misschien zeggen de foto’s zelfs iets over Nederland. Natuurlijk is de armoede in Nederland minder extreem dan in het Oekraïne van Mikhailov, maar ook in Nederland staan bestaanszekerheid en huisvesting onder grote druk. Heeft deze onvervulde hoop op een betere toekomst Wilders groot gemaakt?

Tentoonstellingen in 2024
Caspar David Friedrich (Kunsthalle, Hamburg) – Impressionisme van het Noorden (Singer, Laren) – Rembrandts Zintuigen (Lakenhal, Leiden) – Max Beckmann (Kunstmuseum, Den Haag) – Fotorealisme (Centraal Museum, Utrecht) – Frans Hals (Rijksmuseum, Amsterdam) – Surrealisme (Bozar/KMSKB, Brussel) – Laure Prouvost (de Pont, Tilburg) – Afrikaanse fotografie (Wereldmuseum, Rotterdam) – James Ensor (Bozar/KBR, Brussel) – Marina Abramovic (Stedelijk, Amsterdam) – Isaac Julien (Bonnefanten, Maastricht) – Boris Mikhailov (Fotomuseum, Den Haag) – Haagse School (Kunstmuseum/Panorama Mesdag, Den Haag) – Impressionisme (Orsay, Parijs) – the Art of Drag (Frans Hals, Haarlem)


Interessant artikel, bedankt. Maar de eerste foto promoot niets. Op de vrouwenlinten staat geschreven: “Veteraan van de Arbeid”, dit betekende niet alleen een goede verhoging van het pensioen, privileges en gratis reizen naar sanatoria en resorts, maar het was een eretitel, die erkenning betekende van hun diensten aan de staat. En mensen waren er trots op.