Singer Laren toont dit voorjaar de impressionisten uit Nederland, Duitsland en Denemarken. In de schilderijen is goed te zien dat de zon aan de Noordzee minder schijnt. Donkere kleuren en blauwtinten domineren de schilderijen van de noordelijke impressionisten.
In 1874, dit jaar 150 jaar geleden, opende in Parijs de eerste tentoonstelling van de Franse impressionisten. Zo’n twintig jaar later raakte de impressionistische stijl met de losse schildertoets ook in Noord-Europa in zwang. In Singer Laren zijn dit voorjaar deze noordelijke impressionisten uit Nederland, Duitsland en Denemarken te zien.



Hans Peter Feddersen – Waddenzee
Peder Severin Krøyer – Anna Ancher en Marie Krøyer op het strand van Skagen
Haagse School
In Nederland vonden de impressionistische principes navolging bij de kunstenaars van de Haagse school. Toch lijken de werken maar weinig op de beroemde kleurrijke werken van Monet of Renoir. Wat meteen opvalt, is hoe anders het licht is in de Nederlandse schilderijen. In het werk van George Hendrik Breitner zien we een druilerige Nederlandse herfstdag. Op de Dam zien we de weerspiegeling van de voorbijgangers in de plassen. De kleuren zwart en bruin domineren het schilderij.
De frisse kleuren van het impressionisme zien we vooral bij kunstenaars, die zelf in Frankrijk gewerkt hebben. Zo experimenteerden Jan Toorop en Ferdinand Hart Nibbrig met het pointillisme nadat ze in Parijs kennis hadden gemaakt met het werk van Seurat.

Max Liebermann
Ook in Denemarken en Duitsland was het licht minder warm dan in Frankrijk. De Deense kunstenaars Michael Ancher, Peder Severin Krøyer gebruiken daarom een blauwer (koeler) palet dan hun Franse voorgangers. De kleuren passen beter bij de heldere licht aan de Noordzee, dat ze bestudeerden in Skagen, het Noordelijkste puntje van Denemarken.
Maar de ster van de show is Max Liebermann. Liebermann werkte in Parijs, Italië, Duitsland, Nederland en was lange tijd voorzitter van de Berliner Sezession. Singer Laren laat de veelzijdigheid van zijn werk zien. Groot zijn de verschillen tussen de losse penseeltoets van de werken geschilderd in de openlucht en de gedetailleerd uitgewerkte doeken uit het atelier.


Noordelijke impressionisten
De tentoonstelling brengt de impressionistische collecties van drie musea samen: het Nederlandse Singer Laren, het Duitse Museum Kunst der Westküste en het Landesmuseum Hannover. Vooral de werken uit Duitsland leveren leuke vergelijkingen op zoals twee schilderijen van tennisspelers aan de kust van Max Liebermann.
De musea hebben de werken thematisch gegroepeerd rondom onderwerpen als licht, strand, winter en reizen. Hoewel dit aardige ensembles oplevert, zijn de onderwerpen ook wat oppervlakkig. Hierdoor kent de tentoonstelling weinig uitdaging. De bezoeker leert mogelijk wat nieuwe Deense en Duitse kunstenaars kennen, maar zal met weinig nieuwe inzichten over het impressionisme naar buiten lopen.



Tonia
Spannender is de tweede tentoonstelling die op dit moment in het Singer Museum te zien. Het musem vertelt het verhaal van Tonia Stieltjes, die werkte vakbondsleidster en schildermodel. De tentoonstelling laat zien hoe belangrijk Tonia’s rol was in de stijd voor vrouwenrecht en de positie van dienstboden. Toch is tegenwoordig vooral bekend als model voor een reeks schitterende schilderijen van Jan Sluijters.
De kracht van de tentoonstelling zijn de recente werken die Iris Kensmil en Brian Elstak van haar maakten. Hiaten uit haar leven, zoals haar vriendschap met Piet Mondriaan en haar werk als vakbondsvrouw, krijgen zo meer aandacht. Het is alleen onbegrijpelijk dat het Singer Laren, deze expositie op een gangetje tussen de vaste collectie zalen heeft ingericht. Meer ruimte en aandacht zou verdiend zijn.


Tentoonstellingen 2024
Caspar David Friedrich (Kunsthalle, Hamburg) – Impressionisme van het Noorden (Singer, Laren) – Rembrandts Zintuigen (Lakenhal, Leiden) – Max Beckmann (Kunstmuseum, Den Haag) – Fotorealisme (Centraal Museum, Utrecht) – Frans Hals (Rijksmuseum, Amsterdam) – Surrealisme (Bozar/KMSKB, Brussel) – Laure Prouvost (de Pont, Tilburg) – Afrikaanse fotografie (Wereldmuseum, Rotterdam) – James Ensor (Bozar/KBR, Brussel) – Marina Abramovic (Stedelijk, Amsterdam) – Isaac Julien (Bonnefanten, Maastricht) – Boris Mikhailov (Fotomuseum, Den Haag) – Haagse School (Kunstmuseum/Panorama Mesdag, Den Haag) – Impressionisme (Orsay, Parijs) – the Art of Drag (Frans Hals, Haarlem)

