Wat is het classicisme?

Classicisme

Het classicisme keerde de rug toe aan de emotie en zocht zijn inspiratie in de oudheid. Orde, helderheid en evenwicht waren de hoogste idealen. Hoe ontstond het classicisme? Wie waren de belangrijkste kunstenaars? En wat waren de kenmerken van de kunststroming?

Het classicisme bloeide op in de zeventiende eeuw en vond zijn thuis vooral in Frankrijk en Rome. Kunstenaars als Nicolas Poussin en Claude Lorrain keken terug naar de Griekse en Romeinse oudheid voor inspiratie. Ze ontwikkelden een stijl die rust, geometrie en rationaliteit uitstraalde. Waar de barok de zintuigen overweldigde, sprak het classicisme het verstand aan.

Begin van het classicisme

Hoe ontstond het classicisme?

In de eerste decennia van de zeventiende eeuw domineerde de barok de Europese kunst. Schilders als Caravaggio en Rubens gebruikten voor hun schilderijen dramatische lichtcontrasten, kolkende composities en intense emoties. Maar niet iedereen was gecharmeerd van deze overdaad. Een groep kunstenaars, met name werkzaam in Rome en Parijs, experimenteerde daarom met een meer klassieke manier van werken.

Rome was in de zeventiende eeuw de magneet voor ambitieuze kunstenaars uit heel Europa. Daar konden zij de overblijfselen van de antieke beschaving uit de eerste hand bestuderen: tempels, beeldhouwwerken, triomfbogen. Voor kunstenaars als Nicolas Poussin en Annibale Carracci werd Rome een leerschool in klassieke orde en proporties. Tezelfdertijd groeide Parijs uit tot een machtscentrum dat kunst bewust inzette als propagandamiddel voor de Franse staat. Onder Lodewijk XIV werd het classicisme de officiële hofstijl: groots en rationeel. Het classicisme was daarmee ook een politiek statement.

Rafaël – Parnassus (detail)

Waarom heet de kunststroming het classicisme?

De naam is afgeleid van het Latijnse classicus, wat ‘van de hoogste klasse’ betekent. Classici in de Oudheid waren auteurs en kunstenaars die als maatstaf golden voor kwaliteit. Kunstenaars van de zeventiende eeuw die de Griekse en Romeinse oudheid als model namen, werden dan ook ‘classicisten’ genoemd.

Het woord ‘classicisme’ zelf werd pas later door kunsthistorici gebruikt om deze stroming te omschrijven, die in de 17e eeuw opkwam in Frankrijk. Er zijn echter ook navolgers van de klassieke kunstenaars in de renaissance, zoals Rafaël en Michelangelo. De classicisten uit de 18e en 19e eeuw, de tijd van Napoleon, worden meestal neoclassicisten genoemd.

Kenmerken van het classicisme

de Belvedere Apollo / de Laocoöngroep

Klassieken

De Griekse en Romeinse oudheid was voor classicistische kunstenaars de hoogste norm. Zij studeerden antieke beeldhouwwerken als de Apollo Belvedere en de Laocoöngroep, die in Rome te bezichtigen waren. Uit deze voorbeelden destilleerden ze ideale proporties voor het menselijk lichaam: geen realisme, maar idealisme. Mythologische en historische onderwerpen uit de Oudheid domineerden hun schilderijen, zoals scènes uit de Metamorfosen van Ovidius en de Odyssee van Homeros. Vaak zit er in de verhalen een morele boodschap verborgen. De toeschouwer moest niet worden meegesleurd door emotie, maar tot nadenken worden aangezet door een helder, leesbaar verhaal.

Lijn

Waar barokkunstenaars kleur en atmosfeer als leidend principe namen, stelde het classicisme de lijn centraal. Contouren waren scherp en precies; vormen werden duidelijk van elkaar gescheiden. Nicolas Poussin noemde dit principe de disegno: de tekening als basis van alle goede kunst. Kleur was bij classicisten ondergeschikt aan de compositie. Figuren werden zorgvuldig gegroepeerd, alsof ze een bevroren tableau vormen. Deze voorkeur voor lijn boven kleur was ook een filosofische keuze. Lijn stond voor de rede; kleur voor de zintuiglijke verleiding.

Tot eind 17e eeuw hadden de twee groepen aanhang binnen de Franse academie: de navolgers van Rubens (Rubenisten) werkten vanuit kleur en een losse penseelstreek en de navolgers van Poussin (Poussinisten) zetten perspectief en klassieke vorm centraal. Het verschil is goed te zien in bovenstaande schilderijen van de Sabijnse Maagdenroof. In het schilderij van Poussin zijn heldere lijnen gebruikt voor de architectuur op de achtergrond en zijn alle figuren goed los te onderscheiden. In tegenstelling tot het schilderij van Rubens, waar de mensen in de massa op lijken te gaan en de achtergrond vervaagd is.

Kernbegrip - Mythologie
Claude Lorrain – een klassiek landschap

Hiërarchie van kunstvormen

Het classicisme was lange tijd de dominante stroming aan de Franse Académie Royale de Peinture et de Sculpture. Hier werd een strikte rangorde van onderwerpen onderwezen, de zogenoemde hiërarchie van genres. Bovenaan stonden de historieschilderkunst en de mythologische voorstelling: grootse scènes met meerdere figuren die een verhaal vertelden met morele lading. Daaronder volgden het portret, het genreschilderij (alledaagse taferelen), het landschap en ten slotte de stillevens. De academie bepaalde wat goede kunst was en hoe kunstenaars opgeleid dienden te worden. Wie hoog op de hiërarchische ladder wilde klimmen, moest grootse historische composities kunnen schilderen. Dit systeem zou de Europese kunstwereld domineren tot ver in de negentiende eeuw.

Kunstenaars van het classicisme

Nicolas Poussin

In 1594 werd Nicolas Poussin geboren in Normandië, maar hij bracht het grootste deel van zijn carrière door in Rome. Hij studeerde er de antieke sculptuur en de werken van Rafaël, en ontwikkelde een stijl die helderheid en intellectuele diepgang combineerde. In 1640 vroeg koning Lodewijk XIII hem terug te komen naar Frankrijk om aan het hof te schilderen, maar al snel vertrok hij weer naar Rome. Op de achtergrond van zijn schilderijen staan daarom vaak Italiaans-aandoende landschappen.

Poussin werkte langzaam en methodisch: hij maakte kleine wasmodellen van zijn figuren en bestudeerde hun schaduwval voordat hij het penseel pakte. Zijn schilderijen zijn opgebouwd als tonelen: figuren staan in een rustige, beredeneerde ordening, het landschap fungeert als architectonisch decor. Poussins werk is zwaar van klassieke verwijzingen en filosofische betekenis. Hij gold al tijdens zijn leven als de grootste classicistische schilder van zijn tijd en beïnvloedde generaties kunstenaars die na hem kwamen.

Charles le Brun

Charles le Brun was de machtigste kunstenaar van het Franse hof onder Lodewijk XIV. Als eerste schilder van de koning had hij de leiding over alle artistieke projecten van de monarch, van de schilderdecoraties van Versailles tot de ontwerpen voor tapijten en zilverwerk. Le Brun was ook directeur van de Académie Royale en bepalend voor de manier waarop het classicisme in Frankrijk werd onderwezen en gepropageerd.

Zijn theoretische werk Conférence sur l’expression dient als een handleiding voor classicistische schilders die verheven historietaferelen wilden uitbeelden. Zijn eigen werken, zoals de grote plafondschilderingen in Versailles, combineren classicistische ordening met barokke grandeur in dienst van de Franse staatsmacht. In 1661 kreeg hij de opdracht een monumentale cyclus over het leven van Alexander de Grote te schilderen. De cyclus was een gigantisch succes en wandtapijten op basis van de schilderijen dienden als decoratie van barokke paleizen in heel Europa.

Claude Lorrain – Inscheping van de Koningin van Sheba

Claude Lorrain

Claude Lorrain was de meester van het classicistische landschap. Hij werkte zijn hele carrière in Rome, waar hij de Campagna, de uitgestrekte vlakte rond de stad, nauwgezet bestudeerde. Het gouden ochtend- of avondlicht in zijn schilderijen is het belangrijkste kenmerk van zijn werk. Zijn schilderijen tonen ideale landschappen met zuivere luchten, antieke ruïnes en zachte waterpartijen.

Lorrains landschappen zijn geen weergave van de werkelijkheid, maar een idealisering ervan. Bomen, heuvels en architectuur zijn zorgvuldig gerangschikt om een gevoel van harmonieuze dieptewerking te creëren. Hij had de gewoonte zijn composities vast te leggen in schetsboeken, het zogenoemde Liber Veritatis. Zijn invloed op het landschapsschilderen in Europa was enorm: van Constable tot J.M.W. Turner, allen keken op naar Claude.

Annibale Carracci – de Overwinning van Bacchus en Ariadne

Annibale Carracci

Annibale Carracci uit Bologna was een van de eersten die bewust reageerde op de extremen van het maniërisme en de weg vrijmaakte voor het classicisme. Samen met zijn broer Agostino en neef Ludovico richtte hij in Bologna een Accademia degli Incamminati op – een kunstacademie die tekenen naar de natuur combineerde met studie van de Oudheid en Rafaël.

Zijn meesterwerk zijn de fresco’s in het Palazzo Farnese in Rome (voltooid rond 1600), waar hij mythologische scènes weergaf. Het plafond in dit paleis is een directe reactie op de fresco’s van Michelangelo in de Sixtijnse kapel. Maar Carracci baseerde de lichamen in zijn fresco’s direct op antieke beelden uit de Farnese collectie. Carracci vormt zo een scharnier tussen de kunst van de Renaissance en het classicisme van de zeventiende eeuw.

Gerard de Lairesse – Achilles tussen de dochters van Lycomedes 

Gerard de Lairesse

De belangrijkste vertegenwoordiger van het classicisme in de Nederlanden was Gerard de Lairesse. Hij werd geboren in Luik in 1641 en vestigde zich rond 1665 in Amsterdam, waar hij uitgroeide tot een gezocht decoratieschilder voor patricische interieurs. Zijn werk kenmerkt zich door strenge composities, heldere kleuren en een uitgesproken voorkeur voor mythologische onderwerpen.

De Lairesse was ook een invloedrijk theoreticus. Zijn Groot Schilderboek (1707) werd een standaardwerk voor kunstenaars in de Nederlanden en ver daarbuiten. Hierin legde hij de principes van het classicisme uitvoerig uit: de hiërarchie van genres, de regels van compositie, de omgang met kleur en lijn. Ironisch genoeg verloor De Lairesse zijn gezichtsvermogen rond 1690 door syfilis en schilderde hij daarna niet meer – maar zijn theoretische nalatenschap bleef nog decennia doorwerken.

Eustache le Sueur – de Preken van St Paulus

Andere classicisten uit de 17e eeuw

Buiten de grote namen waren er talloze kunstenaars die het classicisme in hun werk vertegenwoordigden. De Franse schilder Simon Vouet was een vroege verspreider van classicistische idealen in Parijs, nadat hij jarenlang in Rome had gewerkt. Eustache le Sueur werkte in Parijs en was sterk beïnvloed door Poussin; zijn cyclus over het leven van de heilige Bruno geldt als een hoogtepunt van het Franse classicisme. De Italiaan Pietro da Cortona bewoog zich op de grens van classicisme en barok, en zijn plafondfresco in het Palazzo Barberini toont hoe vloeiend die grens kon zijn. In de Nederlanden was Caesar van Everdingen een van de weinige schilders die het classicistische ideaal consequent nastreefde in een omgeving die sterk werd gedomineerd door het realisme van de Hollandse School.

Schilderij: Et in Arcadia ego van Nicolas Poussin

Et in Arcadia ego van Nicolas Poussin toont een groepje herders in een idyllisch landschap. Ze omringen een grafmonument en lezen de inscriptie: ‘Et in Arcadia ego‘. Het betekent ‘Ook in Arcadië ben ik aanwezig’, waarbij de ‘ik’ de dood zelf is. Poussin schilderde twee versies, waaronder bovenstaand schilderij uit het Louvre (1637-1638). De compositie is een schoolvoorbeeld van classicistische principes. De figuren zijn rustig gerangschikt op de horizontale as met beheerste symbolische gebaren. Het landschap op de achtergrond is harmonisch en helder verlicht. Poussin confronteert de toeschouwer met de vergankelijkheid van het leven, zelfs in het meest Arcadische paradijs.

Het schilderij had invloed op de cultuur ver buiten de schilderkunst. De zin Et in Arcadia ego werd een geliefde uitdrukking in de literatuur en filosofie van de achttiende en negentiende eeuw. In Engeland lieten aristocraten de tekst zelfs op grafmonumenten in hun tuinen plaatsen. Poussin had met dit werk een van de krachtigste memento mori-schilderijen van de westerse kunst geschapen.

Kunst na het classicisme

Barok

Het classicisme en de barok bestonden in de zeventiende eeuw grotendeels naast elkaar – en in gesprek met elkaar. Waar de barok de zintuigen wilde overweldigen met kleur, beweging en dramatisch licht, zette het classicisme in op rede, lijn en rust. Toch waren de grenzen vloeiend: Annibale Carracci werkte in de stijl van beide stromingen, en zelfs Poussin kon in zijn vroege werk barokke invloeden niet geheel verbergen.

Na de zeventiende eeuw verloor het classicisme aan invloed tegenover de weelderige rococo van de vroege achttiende eeuw – een versierde, speelse stijl die lijnrecht inging tegen classicistische soberheid. Maar aan kunstacademies werd nog eeuwenlang gediscussieerd over wat de beste benadering was: de kleur en emotie van de barok of de lijn en de rede van het classicisme.

Caravaggio – Sint Hieronymus

Neoclassicisme

In de tweede helft van de achttiende eeuw keerde het classicisme terug, nu onder de naam neoclassicisme. De opgravingen van Pompeii en Herculaneum hadden de Oudheid opnieuw in het brandpunt van de aandacht geplaatst. Kunsttheoreticus Johann Joachim Winckelmann omschreef de Griekse kunst als de belichaming van ‘edele eenvoud en stille grootheid’ – een formulering die de geest van het oorspronkelijke classicisme vrijwel letterlijk herhaalde.

Schilders als Jacques-Louis David maakten grootse historische composities die het morele en politieke ideaal van de Verlichting moesten uitdrukken. In de context van de Franse Revolutie en het napoleontische tijdperk kregen classicistische deugden een nieuwe urgentie: orde, helderheid en burgerzin. Het neoclassicisme was daarmee geen louter artistieke beweging, maar een politieke daad. De erfenis van Poussin en zijn tijdgenoten was nog lang niet uitgewerkt.

Jacques-Louis David – de Kroning van Napoleon

Meer weten over andere kunststromingen?

Lees ook onze artikelen over andere kunststromingen:

Geef een reactie

Scroll naar boven

Ontdek meer van KunstVensters

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder