Jacques-Louis David: De revolutionaire schilder die voor Napoleon koos

Jacques-Louis David

Jacques-Louis David schilderde iconische taferelen van de Franse Revolutie en stemde zelfs voor de executie van koning Lodewijk XVI. Maar toen Napoleon Bonaparte aan de macht kwam, ruilde de revolutionaire kunstenaar zijn idealen in voor een positie als keizerlijke hofschilder. Hoe herkennen we zijn revolutionaire overtuigingen in zijn beroemdste werken?

Op 23 januari 1793 stemde de Nationale Conventie over het lot van koning Lodewijk XVI. Enkele maanden eerder was de koning van de troon gestoten en hadden de revolutionairen de Franse republiek uitgeroepen. De vraag die nu voorlag, was of Lodewijk XVI geëxecuteerd moest worden vanwege hoogverraad tegen het Franse volk. Na urenlange beraadslagingen werd er gestemd: een meerderheid van de afgevaardigden stemde voor dood door onthoofding. Onder hen ook de Franse kunstschilder Jacques-Louis David.

Jacques Louis David – De lictoren brengen Brutus de lichamen van zijn zonen

Jacques-Louis David

Jacques-Louis David was een vreemde eend tussen de revolutionairen. Veel kunstschilders waren trouw aan het oude regime of waren het land uit gevlucht. Ze hadden jarenlang geprofiteerd van de opdrachten van de koninklijke familie. Door de revolutie waren hun opdrachten opgedroogd. De schilderkunst ging een onzekere tijd tegemoet. Kunsthistorici hebben daarom lang gespeculeerd waarom David de revolutie heeft gesteund. Niemand weet het zeker, maar mogelijk was zijn jeugdige temperament en enthousiasme voor een nieuwe tijd.

In 1789 vlak na de uitbraak van de revolutie schilderde David het verhaal van Brutus, stichter van de Romeinse republiek. Op het doek is te zien hoe de lichamen van zijn zonen worden binnengebracht tot grote ontzetting van de hele familie. De zonen van Brutus hadden geprobeerd een machtsgreep te plegen om de monarchie te herstellen. Brutus zelf had daarom de opdracht gegeven om hen te vermoorden. De politieke boodschap van het doek is duidelijk: om de Franse republiek te laten slagen moet men offers brengen.

Jacques-Louis David – de Eed op de Kaatsbaan

Schilder van de revolutie

Het schilderij van Brutus viel op bij de revolutionaire leiders. David kreeg daarom de opdracht om een schilderij te maken over een belangrijk moment in de Franse revolutie: de Eed op de Kaatsbaan. Het werk moest de eed laten zien die vertegenwoordigers van de burgerij zwoeren op zaterdag 20 juni 1793. De mannen riepen zichzelf uit tot volksvertegenwoordigers en beloofden het land een grondwet te geven. David maakte een compositie waarin centraal Bailly, burgemeester van Parijs, op een tafel staat en de eed voorleest. Om hem heen staan belangrijke revolutionaire zoals de Graaf van Mirabeau (rechts op de voorgrond) en de journalist Marat (op het balkon).

Het moest een enorm schilderij van negen meter breed en zes meter worden. David begon daarom fondsen te werven. 3000 mensen droegen bij aan het project en zouden als dank een prent van het werk ontvangen. Toch maakte David het werk nooit af, omdat het gedurende de voortgaande revolutie lastig was te bepalen wie er op het doek moest worden afgebeeld. Nadat het verraad van Mirabeau, die in 1790 in overleg was getreden met de koninklijke familie, in december 1793 bekend werd, staakte David het project. Voorstudies van het schilderij zijn te vinden in het Louvre, het Paleis van Versailles en het Musée Carnavelet.

Jacques-Louis David – Sabijnse Maagdenroof

Mythologische allegoriën

Liever richtte David zich daarom op allegorische verbeeldigen van de revolutie. In 1791 schilderde hij daarom de Sabijnse maagdenroof. In dit verhaal uit Vergilius’ Aeneis hadden de Trojanen zich na een lange tocht over de Middelandse zee gevestigd in Italië. Ze hadden echter te weinig vrouwen om hun volk te bestendigen. Ze ontvoerden daarom een groep vrouwen van de lokale Sabijnen. Wie echter de versie van Jacques-Louis David herkent ziet op de achtergrond de torens van de Bastille, de stadsgevangenis van Parijs. Hiermee verwijst David naar de gevechten om de Bastille, waar de Franse revolutie in 1789 mee begon.

Ook de Eed van de Horatii, een schilderij uit 1785, heeft onmiskenbaar een revolutionaire boodschap. Het schilderij toont het Romeinse verhaal uit de “Stichting van de Stad” van Livius, waarin de Horatii en de Curatii met elkaar in conflict raken. Op het doek zweren de Horatii aan hun vader dat zij het gevecht ofwel zullen winnen ofwel zullen sterven. Het was een verzinsel van David, want deze eed wordt door Livius niet beschreven. Tijdgenoten zagen het doek als een eed aan de revolutionaire principes. Het schilderij wordt tegenwoordig gerekend tot een hoogtepunt van het neoclassicisme vanwege de geordende compositie in drie delen. David contrasteerde de rechte lichamen van de mannen met de gebogen lichamen van de vrouwen.

Jacques-Louis David – Eed van de Horatii

Dood van Marat

Ondertussen ontstonden er tussen de revolutionairen steeds vaker conflicten. Een groep gematigde bourgeois rond leiders als Brissot en Madame Roland, Girondijnen genoemd, wilden een gedecentraliseerde republiek met economische vrijheid. Tegenover hen stonden de radicale Jakobijnen vanuit Parijs, geleid door Robespierre, Danton en de fanatieke journalist Marat. Zij eisten een sterke centrale macht en sociale maatregelen voor het volk. Het conflict escaleerde in 1793: de Jakobijnen beschuldigden de Girondijnen van verraad en lieten hen executeren. Wat volgde was een extreem gewelddadige periode, waarin Robespierre regeerde met ijzeren vuist totdat hij in 1794 zelf geëxecuteerd werd.

In deze periode werden er verschillende politieke moorden gepleegd. Marat werd vermoord door een aanhanger van de Girondijnen, terwijl hij in bad zat ter behandeling van zijn huidziekte. De moord zorgde voor een golf van verontwaardiging. David kreeg daarom de opdracht om een schilderij te maken ter herinnering aan deze verschrikkelijke daad. Op 14 november overhandigde hij het schilderij aan de Conventie, die het een centrale plaats gaf in haar vergaderzaal in het Tuilerieënpaleis. Het hing hier naast een eerder schilderij van David over de moord op Louis-Michel Lepeletier, eveneens een vooraanstaande revolutionair. Het schilderij van Lepeletier is helaas verloren gegaan en is alleen nog bekend van de kopiën.

Napoleon

Na de val van Robespierre kwam Jacques-Louis David in de gevangenis terecht. Ondanks zijn opsluiting had hij het goed voor elkaar. Hij werd ondergebracht in het luxe Palais du Luxembourg en kreeg de mogelijkheid om te schilderen. Uit deze periode is een zelfportret en een schilderij van de tuinen van het paleis bewaard gebleven. Na twee periodes van enkele maanden in de gevangenis kwam hij weer vrij. Frankrijk stond nu onder bewind van vijf ‘directeuren’, die probeerden rust te brengen in de regering. Maar deze periode duurde niet voor lang.

Op 9 november 1799 pleegde de Franse generaal Napoleon met gelijkgestemden een staatsgreep. Het betekende het einde van de Franse revolutie en het begin van een nieuwe periode, die zou leiden tot de kroning van Napoleon tot keizer in 1804. Al in 1799 kreeg David de opdracht om Napoleons gewaagde oversteek van de Alpen te vereeuwigen. David voldeed aan dit verzoek met “Napoleon over de Sint-Bernardpas”. Na de proclamatie van het Keizerrijk in 1804 werd David zelfs de officiële hofschilder van het regime. Jacques-Louis David, jarenlang voorvechter van de revolutie, liet zich nu betalen door de nieuwe machthebber.

Meer artikelen lezen?

Lees ook onze andere kunstverhalen:

Geef een reactie

Scroll naar boven

Ontdek meer van KunstVensters

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder