Op 6 augustus viert de katholieke kerk het ‘Feest van de Transfiguratie’. Katholieken staan op deze dag stil bij het Bijbelverhaal over de gedaanteverandering van Jezus. Wat is de betekenis van de transfiguratie?
De transfiguratie (gedaanteverandering) van Jezus is een wonder dat staat beschreven in de evangeliën van Matteüs, Marcus en Johannes. Het verhaal vertelt hoe Jezus tijdelijk in het hemelse licht zweeft. God roept hem tot zich en Jezus spreekt met de profeten Mozes en Elia. Binnen het geloof is het verhaal belangrijk omdat het de goddelijkheid van Jezus toont.
‘Jezus nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee, een hoge berg op waar ze alleen waren. Voor hun ogen veranderde hij van gedaante, zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht.’
– Matteüs 17:1-2

Profeten en Apostelen
Rafaël schilderde de Transfiguratie vlak voor zijn dood. Het schilderij kent een groot contrast tussen het hemelse licht (boven) en de donkere aarde (onder). In het bovenste beeld zweeft Jezus tussen Elia en Mozes. Jezus staat zo op gelijke hoogte met de profeten, gepersonifceerd door Elia, en de goddelijke wet, uitgebeeld op de tafelen in de hand van Mozes.
Onder Jezus zijn drie apostelen te zien die met hem meegingen de berg op: Petrus, Jakobus en Johannes. Zij zijn de symbolen voor Hoop, Geloof en Liefde, wat benadrukt wordt door de kleur van hun gewaden groen, geel/blauw en rood. Zij wenden zich af van het hemelse licht omdat het pijn doet aan de ogen van gewone stervelingen. Het is uitzonderlijk dat alle 12 apostelen staan afgebeeld. Meestal staan alleen Petrus, Jakobus en Johannes op schilderijen van transfiguratie. Linksvoor zit een apostel met een boek in zijn hand. Dit is de evangelist-apostel Matteüs, die de transfiguratie beschreef in zijn evangelie.

Genezing
Het is niet makkelijk alle apostelen te herkennen. Maar in het algemeen wordt aangenomen dat de vier centrale apostelen Filippus (in het geel), Andreas (zittend), Simon (oude man achter Filippus) en Judas Taddeus (wijzend naar het jongetje) zijn. De apostel uiterst links is Judas Iskariot.
De achtergebleven apostelen proberen een jongetje te genezen. Hij heeft een epileptische aanval en daardoor geen controle over zijn ledematen. Het is een verwijzing naar een verhaal uit het evangelie van Matteüs (Matteüs 17:14-21). Volgens de bijbel proberen de apostelen een jongen te genezen van demonen, maar lukt ze dat niet. Verschillende apostelen wijzen daarom naar boven, om aan te geven dat ze moeten wachten op de terugkeer van Jezus. Hij zal het jongetje genezen.
De twee jongens aan de linkerkant van het schilderij zijn Justus en Pastor. Deze twee heiligen werden als kind vermoord door de Romeinse keizer in 304 en worden herdacht op 6 augustus. Hun herdenking is dus op dezelfde dag als de Transfiguratie. Rafaël heeft ze daarom aan het schilderij toegevoegd.


Symboliek
Het schilderij van Rafael staat bol van de symboliek. Naast het kleurgebruik van de gewaden en het verschil tussen licht (hemel) en donker (aarde), zie je dat bijvoorbeeld terug in de compositie. Zowel het bovenste als het onderste deel van de compositie zijn een soort cirkels, waardoor het cijfer 8 ontstaat. Acht is het symbool van de overwinning en nieuw leven. De compositie van het bovenste deel bestaat bovendien uit driehoeken, een klassiek schoonheidsideaal uit de renaissance.
Alles tezamen maakt dit de Transfiguratie van Rafael tot een van de absolute topstukken uit deze tijd. Het werd gemaakt voor de kathedraal van Narbonne en was nog niet helemaal af toen Rafael in 1520 overleed. Zijn leerlingen legden de laatste hand aan het stuk. Kardinaal Giulio de Medici was zo gelukkig met het werk, dat hij besloot het in Rome te houden. Uiteindelijk kwam het toch nog in Frankrijk terecht toen Napoleon het schilderij meenam voor het Louvre na zijn overwinningen in Italië. Pas nadat Napoleon verslagen was, keerde het terug naar Rome, waar het doek tegenwoordig te zien is in de Vaticaanse musea.
Volg de kunstbijbel!
Kerkelijk jaar
Geboorte van Jezus (25 december) – de Kindermoord in Bethlehem (28 december) – de Besnijdenis van Jezus (3 januari) – Driekoningen (6 januari) – de Doop van Jezus (zondag na Drie Koningen) – het Huwelijk te Kana (tweede zondag na Drie Koningen) – de Presentatie in de Tempel (2 februari) – de Vlucht naar Egypte (17 februari) – Wonderen van Jezus – Annunciatie (25 maart) – de Visitatie (31 mei) – Geboorte van Johannes de Doper (24 juni) – Herrijzenis van Lazarus (29 juli) – de Transfiguratie (6 augustus) – Maria-Hemelvaart (15 augustus) – Kroning van Maria (22 augustus) – Onthoofding van Johannes de Doper (29 augustus) – Geboorte van Maria (8 september) – Allerheiligen (1 november) – Allerzielen (2 november) – Presentatie van Maria in de Tempel (21 november) – Christus Koning (laatste zondag van het kerkelijke jaar) – Onbevlekte Ontvangenis (8 december) – het Laatste Oordeel
Paascyclus
Palmpasen – de Tempelreiniging – het Laatste Avondmaal – Jezus op de Olijfberg – de Kruisweg – de Kruisiging – de Kruisafneming – de Wederopstanding – Noli me tangere – de Ongelovige Thomas – Hemelvaart – Pinksteren – Heilige Drie-Eenheid

