De koeien van Paulus Potter: Wat gebeurde er met het Nederlandse rund?

Paulus Potter - Vier koeien in de wei

De koeien op schilderijen van Paulus Potter (1625-1654) zien er heel anders uit dan moderne koeien. Ze zijn klein, ranker gebouwd en hebben gevarieerde kleuren. Vierhonderd jaar na zijn geboorte ontdekken we waarom de Nederlandse koe zo drastisch veranderde – en hoe Potter zijn iconische dieren eigenlijk schilderde.

Op 20 november 1625 werd Paulus Potter gedoopt in Enkhuizen. Zijn precieze geboortedatum kennen we niet, maar zeker is dat hij geboren werd in een creatieve familie. Zijn vader werkte als kunstschilder, glazenier en vervaardiger van goudleren behang en ook zijn oom was kunstschilder. Zelf leerde Potter het vak van Jacob de Wet in Haarlem, waar hij voor ‘acht Vlaamse pond’ schilderlessen mocht volgen. Al op jonge leeftijd schreef Potter zichzelf in als kunstschilder bij het Sint Lucasgilde in Delft. Zijn specialiteit was het schilderen van dieren. Vooral runderen, maar ook paarden en honden komen regelmatig op zijn schilderijen voor.

de Koeien van Potter

Paulus Potter toont een geïdealiseerd beeld van het platteland. De koeien liggen op hun gemak in de wei, of staan op een warme dag met hun hoeven in het water. Een goed voorbeeld is “het Spiegelende Koetje” uit het Mauritshuis. Op dit pastorale tafereel staat een groep koeien bij een landelijke schuur. De dieren hebben lange poten en slanke lichamen. Hun bonte vachten variëren van roodbruin tot gevlekt zwart-wit. Op de achtergrond van he tafereel zijn zwemmende boeren te zien. Maar het schilderen van mensen was niet zijn sterkste kant: de figuren ogen vaak wat onbeholpen.

Het meest opvallende verschil met hedendaagse koeien is echter de slanke bouw. Ze staan hoog op hun poten en hebben kleine uiers. Vergeleken met Potters koeien zijn moderne runderen echte bodybuilders. Waren er in de 17e eeuw andere koeienrassen in Nederland? Of is de voeding tegenwoordig zo anders? Wat maakt de koeien van Paulus Potter zo anders dan die van nu?

de Koeien van nu

Kunstschilder Marleen Felius heeft veel onderzoek gedaan naar koeien. Op haar schilderijen zien we de zwart-wit gevlekte koeien, die tegenwoordig het meest in de Nederlandse wei te vinden zijn. Dit van oorsprong Fries-Hollandse rund werd in Amerika doorgefokt met als doel de melkproductie te verhogen. Het ras kwam als Holstein-Friesian in de tweede helft van de 20e eeuw terug naar Nederland. Hoewel het een dubbeldoelkoe is, die zowel voor vlees als melk gebruikt kan worden, is het ras vooral gefokt op de hoge melkproductie.

In 2016 promoveerde Felius aan de Universiteit van Utrecht op de geschiedenis van runderrassen. Haar onderzoek laat zien dat het doorfokken van runderen in Nederland pas rond 1800 op grote schaal gebeurde. De fokprogramma’s probeerden de productiecapaciteit te verbeteren door met de sterkste runderen door te fokken. Vanaf dit moment ontstonden honderden runderrassen met elk hun eigen uiterlijke kenmerken. Het oudste stamboek van een runderrassen komt uit het Zwitserse kanton Schwyz, waar Braunvieh werd gefokt tussen 1775 en 1782.

Vóór 1800 leefde in Nederland een soort oerrund, dat zowel voor melkproductie, vleesproductie als werk op het land, zoals ploegen, gebruikt werd. De koeien kregen geen specifiek voer, maar aten van het land. In tijden van schaarste was er ook voor het vee minder te eten. Op de schilderijen van Potter zien we dit multifunctionele oerrund, dat dus kleiner en ranker was dan de huidige koeien.

Paulus Potter – de Stier

de Verdraaide waarheid

De koeien van Potter waren bovendien minder levensecht dan lang werd gedacht. Uitgebreid onderzoek naar zijn beroemdste schilderij, de Stier uit het Mauritshuis, laat zien dat Potter geen bestaande stier portretteerde. Het dier is samengesteld uit verschillende lichaamsdelen van jongere en oudere stieren. Zo lijkt de afhangende halskwab (kossem) en de horens van een stier van ongeveer twee jaar, terwijl het gebit op een oudere stier duidt. Recent onderzoek laat bovendien zien dat de testikels oorspronkelijk veel groter waren. Potter gebruikte dus waarschijnlijk meerdere voorstudies om de stier te schilderen.

Misschien is het wel passend dat zijn beroemdste werk – de Stier – zelf een illusie blijkt te zijn. Potters taferelen tonen een agrarische wereld die binnen twee eeuwen volledig zou verdwijnen. Alleen in musea is idyllische wereld van Potter nog terug te vinden.

Meer artikelen lezen?

Lees meer over de Hollandse school

Lees ook onze andere kunstverhalen:

Geef een reactie

Scroll naar boven

Ontdek meer van KunstVensters

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder