Henri Matisse wordt vaak gezien als de grondlegger van het fauvisme. Maar wie beter kijkt, ontdekt dat in 1904 een andere kunstenaar al met felle kleuren experimenteerde. Het fauvisme ontstond misschien wel niet aan de Middellandse zee, maar in een bescheiden dorpje aan de Seine.
“Wilden zijn het”, zo schreef criticus Louis Vauxcelles over de schilderijen van Henri Matisse, André Derain en Maurice de Vlaminck bij de herfstsalon in 1905. De nieuwe stijl waarin felle kleuren direct uit de tube op het doek werden gesmeerd, kreeg de nodige kritiek. Vauxcelles sprak van “een orgie van pure kleuren”. Een ander schreef: “Er is een pot verf in het gezicht van het publiek gegooid.”. Maar onder kunstenaars was deze nieuwe stijl een groot succes. De nieuwe stijl kreeg de geuzennaam het fauvisme, vernoemd naar de ‘wilden’ (Frans: fauves) uit de recensie van Vauxcelles.



André Derain – Vissershaven, 1905
Collioure
Bij de tentoonstelling was Vrouw met een Hoed van Henri Matisse het mikpunt van de meeste kritiek. Vaak wordt Matisse daarom genoemd als de grondlegger van het fauvisme. Samen met André Derain werkte hij in de zomer van 1905 in Collioure, een klein vissersdorpje bij de Frans-Spaanse grens. Betoverd door het felle licht van de Middellandse Zee experimenteerde ze met felle kleuren, zonder mengen, direct op het doek geplaatst. Samen schilderden ze de bootjes in de haven: oranje masten, roze wolken en een helder blauwe zee.
Het verblijf in Collioure kreeg in de kunstgeschiedenis epische proporties, mede door de verhalen van Matisse zelf. Hij zei: “Het enige waar ik aan kon denken, was het werken in het begeesterende landschap zonder de grenzen van de regels van de kunst” Het scheppende moment van een groot kunstenaar wordt hierdoor opgeblazen tot bijna goddelijke proporties: “Ik werkte met mijn gevoelens, alleen in kleur.” Televisieseries als Krabbé zoekt Matisse dragen bij aan deze heldenverering, waarin Matisse wordt neergezet als een scheppend genie.



André Derain – Landschap bij Chatou, 1904
Paul Signac – de Haven van Saint Tropez, 1902
Kunstgeschiedenis herzien
Maar wie beter kijkt naar de kunstwerken van Matisse en Derain, kan vraagtekens stellen bij het belang van Collioure. André Derain maakte een jaar eerder al gewaagde kunstwerken met felle kleuren. Neem zijn “Landschap bij Chatou” uit 1904, waarin hij kleurvlakken van blauw, oranje, groen en rood naast elkaar plaatste. Het is alsof de avondzon de wereld in een kleurenpalet heeft veranderd. Wie door zijn wimpers naar schilderij kijkt, ziet geen landschap meer, maar slechts licht en schaduwen.
Matisse was in de zomer 1904 nog in de ban van het pointillisme. Samen met Paul Signac schilderde hij de Middellandse Zee bij Saint Tropez. Matisse was nog zoekende naar een eigen stijl en werkte nog niet met felle kleurvlakken. Waarschijnlijk bracht André Derain hem een jaar later pas op het idee om fauvistisch te gaan schilderen. Voor Matisse was de werkperiode met Derain in Collioure heel belangrijk. Hij zei er later over: “Het was de eerste keer in mijn leven dat ik tevreden was met mijn schilderijen.”




André Derain – Sneeuwlandschap / Landschap nabij Chatou
Chatou
Maar als Matisse niet de aanstichter van het fauvisme was, wie dan wel? Voor het antwoord op deze vraag moeten we naar Chatou, een dorpje ten westen van Parijs (huidige Yvelines). Sinds 1902 bracht André Derain hier zijn zomers door aan de Seine, samen met Maurice de Vlaminck. De Vlaminck was in België geboren, maar op jonge leeftijd met zijn ouders naar Frankrijk gekomen. In 1904 had hij weinig te makke. Overdag schilderde hij aan de Seine en ’s avonds verdiende hij zijn geld met het geven van vioolles.
De jeugdige De Vlaminck was misschien wel de eerste echte fauvist. In 1904, een jaar voordat Matisse en Derain in Collioure schilderden, maakte hij een portret van een tuinman in felgele velden met knaloranje bomen. De achtergrond is een spel van schaduwen in paars en roze tegen een helderblauwe lucht. Ook in zijn schilderij van een boomgaard mengt hij kleuren nauwelijks. Felle kleuren gaan rechtstreeks uit de tube op het doek. Een typisch kenmerk van het latere fauvisme.

Nalatenschap
Tijdens de beruchte salon d’automne van 1905 exposeerden Henri Matisse, André Derain en Maurice de Vlaminck hun fauvistische schilderijen, toch zou vooral Henri Matisse bekend worden als de grondlegger van de beweging. Waarschijnlijk is dit deels te danken aan zijn persoonlijkheid. Matisse zocht de aandacht op en presenteerde zich als leider van de groep. Bovendien bleef Matisse de fauvistische principes (krachtige kleuren, expressieve penseelstreken, loslaten van realisme) zijn hele carrière toepassen, terwijl Derain en Vlaminck relatief snel hun stijl veranderden. Derain ging over op een meer traditionele, neoklassieke stijl; Vlaminck koos voor donkerdere kleuren en raakte beïnvloed door Cézanne. Toch is misschien Maurice de Vlaminck wel de echte uitvinder van het fauvisme.

Meer lezen?
De kunstgeschiedenis zit vol dogma’s en verhalen, maar wat is er van waar? KunstVensters onderzoekt de meest hardnekkige mythes uit de moderne kunst in een nieuwe serie artikelen.




