Eugène Delacroix reisde in 1832 met een diplomatieke missie naar Marokko. Met zijn schetsboek in de hand legde hij de exotische ceremonies en mysterieuze interieurs vast. Van de intieme Joodse bruiloft in Tanger tot de majestueuze ontmoeting met de sultan van Marokko: de mooiste schetsen werkte hij tot een schilderij.
In 1832 kreeg Eugène Delacroix de kans om mee te gaan op een diplomatieke missie naar Marokko. Frankrijk was in 1830 Algerije binnengevallen om een einde te maken aan de slavenhandel van Europese slaven voor het Ottomaanse rijk. De oorlog was het begin van de Franse kolonisatie van Noord-Afrika. Door de inval was Frankrijk ook in conflict gekomen met het sultanaat Marokko. De missie was bedoeld om de vrede tussen Frankrijk en Marokko te herstellen. Delacroix kreeg zo de kans om de Marokkaanse steden Fez en Meknes te bezoeken.



Tanger
In Marokko leerde Delacroix de Joodse tolk Abraham Benchimol kennen. Hierdoor werd hij uitgenodigd voor een Joodse bruiloft op 21 februari 1832. Delacroix maakte schetsen en aquarellen van het feest in zijn notitieboekjes. Tien jaar na zijn reis zou hij de schetsen uitwerken tot het schilderij ‘de Joodse Bruiloft in Marokko’, dat meteen na expositie op de salon werd aangekocht door de Franse staat.
Vanuit Tanger reisde de delegatie verder naar Meknes. Hier zag Delacroix de ruiters van de sultan oefenen buiten de stad. De stofwolken, de galopperende paarden en de knallen van de geweren maakten veel indruk op hem. Delacroix schilderde bij terugkomst daarom verschillende schilderijen van het tafereel. In het ruiterspektakel, tegenwoordig een fantasia genoemd, voeren ruiters op snelle berberpaarden een cavaleriecharge. De schietende ruiters in Arabische kledij spraken zo tot de verbeelding van Europeanen, dat ze tegenwoordig in toeristische gebieden nog steeds worden opgevoerd.



de Sultan van Marokko
Op 22 maart kon de delegatie sultan Moulay Abd er-Rahman eindelijk ontmoeten. Op het plein voor het koninklijk paleis zat de sultan op een paard omgeven door soldaten. De Franse delegatie bood de sultan de geschenken aan van de Franse koning Louis-Philippe, waaronder een luxe zadel, kostbare wapens, juwelen, brokaat, zijde en horloges. Delacroix maakte in zijn notitieboek een snelle schets van de ontmoeting.
Pas dertien jaar later werkte hij de schets uit tot een schilderij. Het valt op hoe getrouwd hij is aan de oorspronkelijke compositie. De sultan op het paard, uit de zon gehouden door een parasol op een lange stok, op de achtergrond de stadspoort, het is vrijwel hetzelfde als in de schets. In een voorstudie is te zien dat Delacroix vooral onderzocht hoe hij de verschillende tinten wit moest weergeven. In het uiteindelijke schilderij hebben de witte gewaden in de schaduw een donkergroene waas.



Vrouwen van Algiers
De diplomatieke missie was een succes: Marokko beloofde neutraal te zijn in de oorlog tussen Frankrijk en Algerije. De sultan had toegezegd zijn aanspraak op de Algerijnse regio’s Tlemcen en Oran op te geven en zijn troepen terug te trekken. Op de terugweg kreeg Delacroix de kans om een bezoek te brengen aan Andalusië, waar hij Cádiz, Jerez de la Frontera en Sevilla bezoekt. Maar uiteindelijk sluit hij zich weer aan bij de diplomatieke missie in Algerije.
Hier maakt hij zijn beroemdste schilderij: de Vrouwen van Algiers. Het is onduidelijk waar hij de schetsen voor dit schilderij precies heeft gemaakt. Was het een harem van een Algerijnse machthebber? Delacroix heeft er geen aantekeningen over gemaakt. In zijn beschrijvingen vertelt hij juist over verwoestingen van de stad door de gevechten. De schetsen voor het schilderijen tonen echter vrouwen in dure kleding in een interieur met versierde kisten en een waterpijp. In de uiteindelijke schilderijen, Delacroix maakte twee versies, is zelfs een zwarte bediende toegevoegd.





Terug naar Frankrijk
Op 28 juni 1832 vertrok het schip, na een reis van zes maanden, naar Toulon. Eenmaal op Franse bodem, mocht Delacroix na vijftien dagen quarantaine terug aan land. Eind juli was hij terug in Parijs met een schetsboek vol inspiratie en zijn hoofd vol herinneringen. Nog twintig jaar lang zou Delacroix de aquarellen en schetsen gebruiken voor schilderijen met Oosterse thematiek.
De Marokkaanse schilderijen van Delacroix zorgden voor een opleving van het oriëntalisme in Frankrijk. Horace Vernet ondernam in 1833 een reis naar Algerije in de voetsporen van Delacroix. Pablo Picasso maakte in 1956 15 schilderijen van Delacroix’ Femmes d’Alger. Recent werd een van deze werken nog voor 160 miljoen euro geveild. Bijna 200 jaar na de reis van Delacroix dienen zijn kunstwerken dus nog steeds als inspiratiebron.
Meer artikelen lezen?
Lees ook onze andere kunstverhalen:







