Vrije tijd was niet altijd vanzelfsprekend, maar dit veranderde aan het begin van de 20e eeuw. De Duitse expressionist August Macke schilderde de nieuwe vrijetijdsbesteding van de rijke burgerij. In levendige kleuren schilderde hij wandelaars in het park, winkelende dames en theatervoorstellingen.
Uit onderzoek van uitzendorganisatie Randstad blijkt dat Nederlanders een goede werk-privébalans de belangrijkste overweging vinden bij deze keuze van een baan. Voor het eerst in ruim 20 jaar onderzoek woog dit zelfs zwaarder dan salaris. We vinden vrije tijd dus belangrijk. Toch is vrije tijd pas een relatief recente verworvenheid. Eeuwenlang waren werkdagen onbegrensd en moesten boeren en arbeiders lang werken om voldoende geld te verdienen.

Vrije tijd
Begin 20e eeuw streed de vakbeweging in heel Europa om de invoering van de 8-urige werkdag met de slogan ‘8 uur werk, 8 uur slaap en 8 uur vrije tijd’. Na een lange strijd werd de 8-urige werkdag in 1919 in Nederland ingevoerd. Er kwam zo een einde aan werkdagen van 10 of 12 uur, die in sommige sectoren nog steeds normaal waren. Nederlanders kregen hierdoor tijd voor sport en andere vormen van ontspanning.
De Duitse expressionist August Macke schilderde de nieuwe vrije tijdsbesteding in kleurrijke doeken. Macke was opgeleid aan de academie van Düsseldorf, maar ontdekte het werk van de impressionisten en Matisse in Parijs. Hij was onder de indruk van hun kleurgebruik en vrije schildertoets. Impressionisten schilderden het moderne leven in stadsgezichten, zoals de treinen in het Gare St. Lazare van Monet of de Boulevards van Pissarro. Maar Macke vond het moderne leven juist in de vrije tijdsbesteding.


Een wandeling in het Park
In 1913 spendeerde Macke de zomer in het Zwitserse Hilterfingen. Hij zag hier hoe stadsmensen uit Bern en Thun naar het park aan het meer trokken. Macke schilderde een reeks schilderijen van de nieuwe middenklasse in het park. Vooral de kleding valt op. Waar vrijetijdskleding tegenwoordig synoniem staat voor gemak en comfort, zien we bij Macke mannen in pak en vrouwen in dure jurken. Een wandeling in het park was ook een moment om te pronken met je rijkdom.
Deze moderne consumentencultuur fascineerde Macke. Tussen 1912 en 1914 maakte hij een reeks etalage-schilderijen. Vaak hebben de werken een diagonale compositie, zodat de winkelende vrouw en de etalage beide zichtbaar zijn. Vooral hoedenwinkels schilderde Macke graag. De hoeden waren immers zeer mode-onderhevig en hadden weinig praktisch nut. De extravagante hoeden stonden zo symbool voor de moderne tijd met nieuwe rijkdom.



Dierentuin
Ondertussen maakte Macke kennis met de nieuwste modernistische ontwikkelingen. In zijn kleurrijke schilderijen experimenteerde hij ook met kubisme en futurisme. Hoeden en kleding veranderden in geometrische vormen: halve rondjes of driehoeken. Toch laat Macke het figuratieve nooit helemaal los. Hij gaat daarin dus minder ver dan andere Duitse expressionisten als Wassily Kandinsky of Paul Klee.
Macke’s experimenten zijn ook te zien in de reeks schilderijen van dierentuinen, die hij maakte in 1912. Dierentuinen waren ook een nieuwe vorm van vrije tijdsbesteding. Waar menagerieën oorspronkelijk alleen door koningen en rijkelui werden opgezet, ontstonden nu openbare dierentuinen voor de gewone burgerij. Ook in Nederland werden begin 19e eeuw twee dierentuinen geopend: Artis en Blijdorp. Begin 20e eeuw volgden Burgers Zoo en Ouwehands Dierenpark. Macke schilderde herten, papegaaien, en andere vogels.


Theater
In Keulen zag Macke in 1912 de beroemde Ballets Russes van Sergei Diaghilev. Ze speelden het ballet Carnaval op muziek van Robert Schumann met danser Vaslav Nijinsky in de hoofdrol als Harlekijn. In Ballet Russes I schilderde hij het dramatische hoogtepunt van het stuk: de ontvoering van de kokette Akelei door de zwierige Harlekijn. De derde figuur, Pierrot, wordt in de steek gelaten. Macke schilderde hem teleurgesteld met zijn armen in de lucht en verwijst daarmee naar de kariatide onder het balkon.
Macke bezocht de Ballets Russes meerdere keren en maakte ongeveer vier schilderijen en veertig tekeningen over dit onderwerp. Ook andere theatervormen, waaronder het circus, komen terug in zijn schilderijen. Na het dierentuin en de zomerse parken had hij zo een nieuwe vrije tijdsbesteding gevonden om te schilderen. Bioscopen, sportwedstrijden, wie weet welke vrije tijdsbesteding Macke nog meer geschilderd zou hebben als hij langer geleefd zou hebben. In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en werd Macke opgeroepen voor het leger. Hij sneuvelde al na een maand.
Zijn schildersvriend Franz Marc schreef een In Memoriam om hem te herinneren: “Wij schilders weten heel goed, dat met het wegvallen van zijn harmonieën de kleur in de Duitse kunst vele tinten bleker zal worden, een doffere, drogere klank. Hij heeft voor ons allen de kleur haar helderste en schoonste klank gegeven, klaar en helder als zijn hele leven was.”


Meer artikelen lezen?
Lees ook onze andere kunstverhalen:







