De Nederlandse kunstschilder Peter Lely werkte als hofschilder voor koning Karel II van Engeland. Hij portretteerde de koninklijke familie, maar ook de tientallen minnaressen van de koning. Het hele land hing de prenten van de maîtresses aan de muur!
Stel je voor dat Koning Willem Alexander iedere maand een andere affaire had en dat foto’s van zijn minnaressen in huiskamers door heel Nederland zouden hangen. Het klinkt onwaarschijnlijk, niet? Toch is dit precies wat er in Engeland gebeurde tijdens het bewind van Koning Karel II. Karel II stond bekend om zijn talloze affaires, scharrels en eenmalige afspraakjes met talloze buitenechtelijke kinderen als gevolg. Prentkunstenaars zagen in de escapades van zijn de koning een lucratieve markt. Prenten van minnaressen van de koning vonden gretig aftrek onder het volk.


Louise Keroualle was een maîtresse van koning Karel II en beviel in 1671 van zijn zoon Charles Lennox, de latere Hertog van Richmond
Peter Lely
De prenten waren vaak gebaseerd op portretten geschilderd door Karels hofschilder, de Nederlander Peter Lely. Na de opkomst van het protestantisme waren er in Engeland nauwelijks nog opdrachten voor religieuze kunstwerken. Kunstschilders waren zich daarom gaan toeleggen op de portretkunst. Peter Lely was opgeleid in Haarlem, maar werkte sinds 1643 in Londen. Als hofschilder van de koning was hij de opvolger van de Vlaming Anthony van Dyck (Antoon van Dyck).
Rond 1660 kreeg Peter Lely van Anne Hyde (de latere Queen Anne, vrouw van James II) de opdracht om de twaalf mooiste vrouwen aan het hof te schilderen. Tussen deze Windsor Beauties, genoemd naar Windsor Castle, zaten veel maîtresses van koning Karel II. Lely plaatste de sensuele vrouwen in weelderige landschappen. Sommigen dragen hedendaagse kleding, anderen zijn getooid in antieke klederdracht en dragen symbolen van Griekse godinnen. Een boog verwijst naar jachtgodin Artemis, een fruitmand naar godin van de landbouw Demeter.












Mary Beale
Mary Beale liet zien dat vrouwen meer konden dan alleen maar mooi zitten zijn. Als dochter van een kunstschilder leerde ze portretten schilderen. Peter Lely was haar grote voorbeeld. Het is bekend dat Lely vaak langskwam als Mary aan het werk was. Hij leende haar zelfs oude portretten uit, die ze kon kopiëren. Lely had zo een belangrijke rol in de opleiding van Mary. In onderstaand portret van Lady Gertrude Savile is de invloed van Lely goed te zien.
Vanaf 1670 werkte Mary Beale als beroepskunstenaar. In haar eerste jaren koos ze zorgvuldig uit wie ze zou schilderen, zodat ze een goede reputatie kon opbouwen. Aartsbisschop John Tillotson, een vriend van de familie Beale, schilderde ze meerdere keren. Mary Beale verdiende ongeveer tweehonderd pond per jaar. Haar reputatie als puriteinse vrouw zorgde ervoor dat ze geaccepteerd werd als portretschilder. Ze kleedde zich daarom altijd netjes en gaf tien procent van haar inkomsten aan liefdadigheid.


Mary Beale – Portret van Lady Gertrude Savile
Atelier
Niemand wist haar modellen zo goed op hun gemak te stellen als Mary Beale. Haar portretten staan daarom bekend om hun natuurlijkheid. De vrouwelijke modellen kijken je ontspannen aan. Ze zijn zelfverzekerd in verleidelijke jurken en mooi gekapt haar. Beale hanteert vaak een vrij losse penseelstreek in de kleding, maar werkt met veel detail in de gezichten. Hiermee trekt ze de aandacht vanzelf naar het gezicht van de geportretteerde.
Waarschijnlijk werkten Mary’s zonen, Bartholomew en Charles, mee in het atelier van hun moeder. In onderstaande portretten maakten de zoons de omlijsting, terwijl Mary zelf verantwoordelijk was voor het portret. De warme roodbruine tinten op de achtergrond zorgen ervoor dat de lichte huidskleur van de geportretteerde nog beter uitkomt. Mary Beale wist dus precies hoe je een vrouw zo flatteus mogelijk op het doek kreeg.



Barok
Lees ook andere artikelen over de barok:







