Graffiti op treinen en elektriciteitskastjes golden in veel steden lange tijd als vandalisme. Nu hangen dezelfde schilderingen in het Centraal Museum in Utrecht. De tentoonstelling ‘Graffiti’ volgt hoe graffiti zich ontwikkelde van een illegale straatcultuur tot museumkunst, met werk van onder anderen Basquiat en Keith Haring.
Karin Sander hing een reeks lege schildersdoeken in de Rue des Alouettes in Parijs. Binnen de kortste keren was het canvas gevuld met zogenaamde ’tags’, grafische handtekeningen van graffitispuiters. De doeken vormen de opening van de tentoonstelling ‘Graffiti’ die het Centraal Museum organiseert ter ere van het 75-jarig bestaan van de spuitbus. De tentoonstellingsmakers laten zien hoe de kunstvorm zich steeds meer van de straat naar het museum verplaatst.

Groninger Museum, loan from private collection, Photo: Marten de Leeuw / Courtesy The Estate of Rammellzee
Vijfenzeventig jaar graffiti
In 1951 kwamen in de Verenigde Staten spuitbussen met verf op de markt. Al snel begonnen kunstenaars ze te gebruiken. Bij een performance in de kapel van het Stedelijk Museum Schiedam spoot de Japanse kunstenares Yayoi Kusama met een spuitbus stippen op naakte lichamen van kunstenaars Jan Schoonhoven en Joop Schafthuizen. Hoeveel mensen zullen er bij dit bijzondere moment aanwezig zijn geweest? Tientallen? Een paar honderd misschien? Kusama trekt nu honderdduizenden mensen, maar in de jaren 60 had ze slechts een klein publiek.
Ook het verhaal van graffiti begon klein. In de achterbuurten van New York begonnen jonge kunstenaars graffiti in de jaren 70 en 80 te gebruiken. Overal verschenen gespoten schilderingen. Snel aangebracht door vaak onbekende makers, die weer zijn verdwenen voordat iemand ze opmerkte. Graffiti was in deze tijd het domein van de underground. Beelden van de Dutch Graffiti Library laten zien hoe ook in Nederland treinen het slachtoffer werden van de nieuwe subcultuur.

Van de straat naar het museum
In 1980 kregen de New Yorkse graffitipioniers FUTURA 2000 en Zephyr voor het eerst de kans om in een atelier te werken. In het Centraal Museum zijn een aantal van de vroege werken op doek te zien. Het valt op dat de graffitikunstenaars op doek herhalen wat ze normaal gesproken op straat doen. Ze zetten hun ’tag’ in grote, felgekleurde letters op het doek. Pas later gaan ze gebruik maken van de tijd en rust die het atelier hen biedt. Een doek van het wilde nachtleven in New York van Daze uit 1982 is al een stuk gedetailleerder. Hij schilderde androgyne figuren in paars en groen, de kleuren van het licht op de dansvloer.
Langzaam bestormen de graffitikunstenaars dan ook de museumwereld. Een vroeg voorbeeld in de tentoonstelling is de samenwerking tussen graffitikunstenaar Lady Pink en Jenny Holzer. We zien een straatscene met twee rode figuren. De ene lijkt te schreeuwen. De ander is geschilderd als een röntgenfoto, je kunt alle botten zien zitten. Het schilderij verbeeldt de angst, geweld en de kwetsbaarheid van mensen in de moderne stad. Holzer schreef op het doek: “You are trapped on the earth so you will explode”.

Bruikleen in herinnering collectie Wijnand en Annette Wildenberg, Collectie Centraal Museum Utrecht / foto Adriaan van Dam © Keith Haring Foundation
Een stem voor ongehoorden
Waar de gevestigde kunstwereld lange tijd een bastion is geweest van welgestelde witte mannen, biedt graffiti een stem aan andere groepen. Zwarte en Hispanic tieners die opgroeien in armoede domineerden lange tijd de graffitiscene in New York. Geld voor spuitbussen hadden ze niet, dus die stalen ze. In het Centraal Museum zijn tientallen maatschappijkritische werken te zien. Lin ‘Quik’ Felton schilderde een zwart poppetje op een Amerikaanse vlag met een tekstballon “Don’t shoot me”. Het is een verwijzing naar de recente Black Lives Matter-protesten.
Racisme speelt ook een belangrijke rol in het werk van Jean-Michel Basquiat, misschien wel de beroemdste graffitikunstenaar. Uit de collectie van het Boijmans Museum is een raadselachtig stripverhaal te zien van een man met een blauw oog. Naast hem staat een hond die zijn tanden laat zien, mogelijk symbool voor de agressie tegen zwarte mensen. De ervaring van de straat komt zo de museumzalen binnen.

Groot publiek
Waar graffiti vroeger een product was van de underground, is de kunstvorm ondertussen omarmd door het grote publiek. Niet langer wordt graffiti gezien als hinderlijke vervuiling. Veel steden hebben muren waar graffitikunstenaars vrij hun gang kunnen gaan. Grote steden maken zelfs ruimte voor muurschilderingen. Zo is er in Utrecht een route langs beroemde wetenschappers, toont Nijmegen zijn eigen geschiedenis en zijn in Arnhem kunstwerken uitvergroot op muren aangebracht. Deze moderne muurschilderingen zijn gepland en goedgekeurd door de welstandscommissie. Graffiti lijkt op straat daarmee zijn rauwe randjes te zijn verloren.
In de museumzalen blijft de ruimte voor maatschappijkritiek. Zo kan “Swarm Living Is for Bodybag Onion BRAID” in de slotzaal gezien worden als een reflectie op kwetsbaarheid van het lichaam in deze digitale tijd. Kunstenaarsduo KAYA maakte de graffitischildering transparante folie. Riemen en andere voorwerpen zijn als wonden aan het plastic gehangen. De schildering krijgt hier een kwetsbaarheid, die buiten op straat niet mogelijk zou zijn. Het laat zien dat graffiti juist in museumzalen een spannende toekomst heeft.

Praktische informatie
🏛️ Centraal Museum
Agnietenstraat 1
Utrecht
Website
🎟️ Prijzen
Volwassen – € 18,00
Kinderen (t/m 12) – Gratis
Museumkaart – Gratis
🗓️ 10 oktober 2026 t/m 29 maart 2027
Dinsdag t/m zondag 11h00-17h00
Meer recente tentoonstellingen:
Lees ook onze andere artikelen over recente tentoonstellingen:










