De vijfde eeuw is een tijd van verval en onzekerheid in West-Europa. Het is in die woelige tijd dat Benedictus van Nursia opgroeit, een jongeman die zich radicaal van de wereld afkeert. Zijn levensregel voor kloosterlingen zou uitgroeien tot het fundament van het kloosterleven. Eeuwen later leren nieuwe generaties monniken zijn voorbeeld nog altijd kennen, niet uit boeken maar van de muren van hun eigen klooster.
Benedictus werd rond 480 geboren in Nursia, een stadje in het bergachtige Umbrië, in een welgestelde familie. Voor zijn opleiding werd hij naar Rome gestuurd, maar het leven in de stad stootte hem af. De overlevering, grotendeels afkomstig uit de Dialogen van paus Gregorius de Grote, geschreven zo’n vijftig jaar na Benedictus’ dood, vertelt dat hij zich terugtrok in een grot bij Subiaco, ten oosten van Rome. Daar leefde hij drie jaar als kluizenaar, naar verluidt gevoed door een monnik uit een naburig klooster die hem eten liet zakken aan een touw.

Vader van het kloosterleven
Zijn reputatie als asceet trok al snel andere mannen aan die zich bij hem wilden aansluiten. Benedictus stichtte twaalf kleine kloosters rond Subiaco, elk met twaalf monniken, voordat hij rond 529 naar Monte Cassino trok. Op die berg, zo’n 130 kilometer ten zuidoosten van Rome, stichtte hij een klooster. De overlevering wil dat hij er een tempel voor de god Apollo liet afbreken om plaats te maken voor zijn gemeenschap, een symbolisch afscheid van de heidense oudheid.
In Monte Cassino schreef Benedictus rond het midden van de zesde eeuw zijn Regula Benedicti, een praktische leidraad voor het gemeenschapsleven die draait om de drievoudige belofte van ora et labora et lege: bid, werk en lees. De combinatie van soberheid en gemeenschapszin werd een leidraad voor het kloosterleven in de Middeleeuwen.



5. De duivel vernietigt de bel
13. De bezeten monnik
19. Benedictus stuurt de sekswerkers weg uit het klooster
Monte Oliveto Maggiore
Rond 1300 trokken drie rijke edellieden uit Siena, Bernardo Tolomei, Patrizio Patrizi en Ambrogio Piccolomini, de heuvels ten zuiden van de stad in om volgens de regel van de heilige Benedictus te leven. Hun kluizenaarsbestaan bracht hen dichter bij God en snel kregen ze navolging van anderen. In 1313 stichtten ze daarom een geloofsgemeenschap op de Monte Oliveto, die zes jaar later door paus Johannes XXII werd erkend als de de Orde van de Olivetanen.
In de 15e eeuw werd op de Monte Oliveto een groot klooster gebouwd om de Olivetanen te huisvesten. Luca Signorelli werd ingehuurd om de kloostergang te verfraaien met fresco’s over het leven van Sint Benedictus. Nadat hij de eerste negen voltooid had, werd hij weggeroepen om een kapel te schilderen in de kathedraal van Orvieto. Il Sodoma maakte de overige fresco’s daarom af vanaf 1505.
Kloosterleven
In de fresco’s van Signorelli en Sodoma ligt de nadruk op het kloosterleven. De bouw van kloosters en kerken (fresco 11/32) en de verspreiding van het geloof (fresco 7/17/22/26/36) komen terug op meerdere afbeeldingen. Ook alledaagse gebeurtenissen in het kloosterleven zoals het vinden van water en het bakken van brood komen terug in de fresco’s (fresco 14/31).
Een belangrijke taak van de monniken is het aantrekken en opleidingen van jongelingen. In de fresco-cyclus traint Sint Benedictus daarom twee jonge jongens, Maurus en Placidus (fresco 12/16), voordat hij ze op een missie buiten het klooster stuurt (fresco 20). De fresco’s zijn zo een opdracht aan de andere monniken: verspreid het geloof.



7. De prediking van Sint Benedictus
11. Sint Benedictus bouwt 12 kloosters
12. Sint Benedictus met Maurus en Placidus
Strijd met de duivel
Om de leer van God succesvol te verspreiden moest Sint Benedictus de strijd aangaan met de duivel. Satan speelt daarom een hoofdrol in de fresco-cyclus. In fresco 23 maakt de duivel een steen zo zwaar dat monniken hem niet kunnen verplaatsen, totdat Sint Benedictus hen ten hulp komt. Verderop zorgt de duivel ervoor dat een monnik om het leven komt als een muur instort (fresco 24). Gelukkig weet Sint Benedictus hem weer tot leven te brengen.
In Monte Oliveto Maggiore is ook het verhaal van koning Totila op de muren te zien. Koning Totila stuurde een dubbelganger om Benedictus te testen, maar deze doorzag het bedrog meteen (fresco 27). Toen Totila zelf voor hem knielde (fresco 28), verweet Benedictus hem zijn wreedheid en voorspelde dat hij Rome zou innemen, naar Sicilië zou oversteken en na negen jaar zou sterven. Dit kwam allemaal uit.



23. Sint Benedictus drijft de duivel uit de steen
27. Sint Benedictus ontdekt Totila’s bedrog
28. Sint Benedictus herkent en ontvangt Totila
De fresco’s van Signorelli en Sodoma zijn dan ook meer dan versiering. Voor de monniken die er dagelijks langsliepen, vormden ze een beeldverhaal van de regel waarnaar ze leefden: gebed, arbeid en gehoorzaamheid, maar ook de beproevingen die daarbij hoorden. Zo werd de regel van Benedictus op de Monte Oliveto niet alleen gelezen, maar ook gezien.

Bron foto’s van Monte Oliveto Maggiore: Web Gallery of Art / Holger Uwe Schmitt
Meer artikelen lezen?
Lees ook onze andere artikelen over fresco’s:









