Pieter Bruegel de Oude schilderde in 1559 een dorpstafereel waarin meer dan honderd gezegden verborgen zitten. Het schilderij van de Nederlandse spreekwoorden leest als een zestiende-eeuws “Waar is Wally?”-boek: elk figuur, elk detail verbeeldt een specifiek gezegde. Kun jij ze allemaal vinden?
Spreekwoorden waren populair in de 16e eeuw. Desiderius Erasmus publiceerde in 1500 een overzicht van 818 Latijnse spreekwoorden in het “Adagiorum Collectanea“. Het laat zien dat de Nederlandse taal rijker was aan gezegden dan tegenwoordig. Vaak werden spreekwoorden afgebeeld op borden als humoristisch of moralistisch tafereel.

Twaalf spreekwoorden
In de 16e eeuw kwamen er verschillende prenten in omloop met Nederlandse spreekwoorden en gezegden. Zo verscheen in 1558 een ets van Frans Hogenberg getiteld De blauwe huik, naar het spreekwoord ‘haar man de blauwe huik omhangen’. Tegenwoordig is dit spreekwoord niet meer zo bekend, maar het betekent ‘haar man bedriegen’. Je ziet het spreekwoord linksonder, waar een man door zijn vrouw een mantel (een huik) krijgt omgehangen. Op de ets staan nog 42 andere spreekwoorden afgebeeld.
Pieter Bruegel de Oude maakte in hetzelfde jaar twaalf medaillons met spreekwoorden. Tegen een rode achtergrond schilderde hij grappige figuurtjes in de traditie van Jheronimus Bosch. Zoals rechtsonder het spreekwoord “Tegen de maan pissen”, wat zoveel betekent als “iets onmogelijks proberen”. Of rechtsboven: “Tussen twee stoelen in de as vallen”, wat wil zeggen “er bekaaid vanaf komen”. In de 17e eeuw werden de 12 medaillons door een altaarbouwer gecombineerd in een paneel, dat tegenwoordig te zien is in Museum Mayer van den Bergh in Antwerpen. Het werk werd nogal slordig gedaan, want meerdere medaillons zijn er scheef ingezet. Kijk bijvoorbeeld maar naar de tweede van rechts op de middelste rij.

Honderd spreekwoorden
Een jaar later waagde Bruegel zich aan een echt meesterwerk. Over het precieze aantal bestaat discussie, maar hij combineerde meer dan honderd spreekwoorden in één schilderij. Het paneel hangt sinds 1914 in de Gemäldegalerie in Berlijn en toont een dorpstafereel waarin elk figuur een specifiek gezegde uitbeeldt. Niet alle 16e-eeuwse spreekwoorden zijn nog gangbaar, dus het kan soms een flinke kluif zijn om alle spreekwoorden te ontcijferen.
Bruegel liet zich inspireren door de prent van Frans Hogenberg. Centraal in het schilderij, in een rode jurk, hangt een vrouw een blauwe mantel om de schouders van haar man. “Zij hangt haar man de blauwe huik om.” Net rechts hiervan houdt een figuur de aarde op zijn duim. Dit staat voor het gezegde “de wereld op zijn duim laten draaien”, dat zoveel betekent als: Men doet alles wat hij wil. Andere spreekwoorden in de buurt worden tegenwoordig nog steeds gebruikt, zoals “Als het kalf verdronken is, dempt men de put” (Pas na een ramp wordt actie ondernomen).


Zoekplaatje
Bruegel plaatst de scènes zonder onderlinge hiërarchie naast elkaar: ernstigere en lichtere gezegden krijgen evenveel ruimte in de compositie. Het paneel wordt doorgaans gelezen als een weergave van menselijke dwaasheid in algemene zin, niet als kritiek op specifieke personen of gebeurtenissen. Maar het is natuurlijk vooral een zoekplaatje naar bekende spreekwoorden en gezegden.
Twee mannen ’trekken om het langst’ (Willen beiden winnen), terwijl een andere man ’tegen een oven gaapt’ (Hij probeert iets onmogelijks te doen). Sommige spreekwoorden zijn heel subtiel, zoals ‘een hark zonder steel’ (Iets waardeloos). Maar anderen zijn heel duidelijk te herkennen zoals de man ‘die door de mand valt’ of ‘de spaak in het wiel’ (betekenissen: doorzien worden en iemand tegenwerken).


Meer dan 100 spreekwoorden
Bruegel is heel inventief: soms laat hij eenzelfde persoon twee spreekwoorden uitbeelden. Bijvoorbeeld de man ‘die lacht als een boer met kiespijn’ (geforceerd lacht), terwijl hij ’tegen de maan pist’ (iets onmogelijks probeert). Twee mannen hebben elkaars neus vast, terwijl ze zitten te kaarten met een nar. Ook hier twee spreekwoorden: ‘De gekken hebben de beste kaarten’ (Het geluk is met de dommen) en ‘Bij de neus nemen’ (Iemand voor de gek houden).
De letterlijke weergave van de spreekwoorden levert vaak komische taferelen op. Twee mannen scheren een persoon in een narrenkostuum. Het is een verwijzing naar het spreekwoord: ‘Ergens de gek mee scheren’ (Iets bespotten). Of wat te denken van de man die knielt voor een monster met een gewei op zijn hoofd? Het is het spreekwoord: ‘Bij de duivel te biecht gaan’ (Geheimen onthullen aan de vijand).


Meer dan 100 spreekwoorden (vervolg)
Op een erf verderop wordt een schaap en een varken geschoren: ‘de een scheert schapen, de ander scheert varkens’, een beeld voor ongelijke verdeling van voordeel, aangezien schapen wol opleveren en varkens niet. Iemand anders beukt met zijn hoofd tegen een bakstenen muur, het beeld bij ‘met het hoofd tegen de muur lopen’ (Iets onmogelijks proberen te bereiken). Op een huis in de achtergrond liggen taarten op het dak, een verwijzing naar ‘Daar zijn de daken met vlaaien bedekt’ (Daar is men rijk).
Er is geen lijst bewaard gebleven van alle spreekwoorden die op het schilderij staan afgebeeld. Het precieze aantal spreekwoorden is daarom onbekend. Ook bestaat er onenigheid tussen kunsthistorici over welke spreekwoorden met sommige plaatjes bedoeld worden. Een man met vuur vanuit zijn billen, kan bijvoorbeeld verwijzen naar ‘Hij loopt alsof hij het vuur in zijn aars heeft’ (Hij loopt heel hard), maar ook naar ‘Wie vuur eet schijt vonken’ (Als men iets gevaarlijks onderneemt, krijgt men nare gevolgen).


Onduidelijke spreekwoorden
Niet bij alle afbeeldingen is het duidelijk naar welk spreekwoord wordt verwezen. Zo staat er op de achtergrond van het schilderij een groepje van drie blinde mannen. Dit zou kunnen verwijzen naar het spreekwoord ‘Als de ene blinde de ander leidt, vallen ze beiden in de gracht’ (Als ondeskundige mensen elkaar advies geven, gaat het zeker mis). Maar de gracht is nergens te zien, dus zeker is dit niet. Het zou net zo goed ‘Zich blind staren op iets’ kunnen betekenen (Door naar het detail te kijken, het overzicht missen).
Ook de man die knielend voor een vuur zit, is zo’n onduidelijke verwijzing. Volgens sommigen is dit: ‘Hij geeft er niet om wiens huis in brand staat, als hij zich maar aan de gloed kan warmen’ (Hij doet overal voordeel mee), maar anderen denken aan: ‘Zijn handen ergens niet voor in het vuur willen steken’ (Niet zeker zijn) of ‘Met vuur spelen’ (Risico nemen).

Kopieën
Het schilderij met de Nederlandse spreekwoorden was een groot succes. Zijn zoon, Pieter Brueghel de jongere (zie stamboom), maakte ten minste 16 kopieën van het werk. Misschien is het wel dankzij deze vele kopieën, die over heel Europa verspreid raakten, dat het schilderij zo beroemd is geworden. Pieter Bruegel de jongere bracht kleine variaties aan in de kopieën: niet alle versies van het schilderij tonen dus precies dezelfde spreekwoorden.
Wie goed kijkt, ziet dat Bruegel de jongere vooral in het water en het landschap op de achtergrond varieerde. Zo is op sommige schilderijen een naakte vrouw te zien, die van het brandende huis wegloopt. Dit tafereel stond niet op het oorspronkelijke schilderij, maar verwijst mogelijk naar ‘Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten’ (Wie iets doms doet, moet de gevolgen accepteren).



Ook vandaag oefent het schilderij een grote aantrekkingskracht uit. In de Gemäldegalerie in Berlijn blijft het een van de best bezochte werken, niet in de laatste plaats omdat bezoekers zelf op zoek gaan naar de tientallen taferelen. Waar het paneel in de zestiende eeuw vooral als leerzaam en vermakelijk gezelschapsspel functioneerde, wordt het nu vooral gewaardeerd om de vindingrijkheid waarmee Bruegel taal in beeld omzette. Spreekwoorden die inmiddels zijn verdwenen, blijven dankzij het schilderij zichtbaar, ook al is hun betekenis niet altijd meer vanzelfsprekend bekend.
Ken jij alle 50 meesterwerken?
Lees ook onze andere artikelen over 50 beroemde kunstwerken uit kunstgeschiedenis bespreken:








Dankjewel, aangenaam en leerrijk om te kijken en te lezen !