Sport in de kunst: Alleen voor de elite?

Morgen gaan in Parijs de Olympische Spelen van start. Een mooi moment om te kijken naar de geschiedenis van de sport in de kunst. Op schilderijen van Degas en Bellows is te zien hoe sport veranderde van een bezigheid van de elite tot vermaak van het volk!

Bij de voorgaande spelen in Tokyo zat ruim 1 op de 3 Nederlanders dagelijks voor de televisie om de wedstrijden te volgen. Ook zelf sporten we graag. Volgens het RIVM sport 56% van de Nederlanders iedere week. Sport is dus een belangrijk onderdeel van het leven van miljoenen Nederlanders. Toch is dit nog niet lang zo. In kunstwerken is te zien dat veel sporten pas zo’n 150 jaar geleden ontstonden.

Rijkelui

Eind 19e eeuw was sport vooral een tijdverdrijf voor rijkelui die veel vrije tijd hadden. Fabrieksarbeiders hadden vaak lange werkdagen en deden lichamelijk zwaar werk. Ze hadden geen geld, tijd, of behoefte aan lichamelijke training. In schilderijen van rond 1890 is te zien hoe rijke dames tennis speelden. Hun dure jurken verraden dat het vooral een spelletje ter ontspanning was.

Ook de paardensport was een sociale activiteit van de upperclass. In de schilderijen van de paardenrennen van Edgar Degas staan rijke dames om de jockeys, terwijl op de achtergrond de schoorstenen van de fabrieken zichtbaar zijn. Er lijkt weinig aandacht voor de sportprestatie. Liever kletsten de rijken met elkaar of gokten ze op de uitslag. Ook sporten als polo en zeilen waren alleen voor de gegoede burgerij. Niet iedereen had immers geld voor een mooie zeilboot. Monet schilderde de regattas in de Seine vanaf zijn eigen atelierboot.

Olympische spelen

Sportcompetities ontstonden eind 19e eeuw in Engeland, waar elite kostscholen het tegen elkaar opnamen in roei- en voetbalwedstrijden. In navolging van militaire training werd sport een onderdeel van het lespakket. Een goede opleiding bestond voortaan uit training van lichaam en geest. In verschillende landen werden sportorganisaties opgericht, die (inter)nationale wedstrijden organiseerden.

De Franse baron Pierre de Coubertin kwam in 1894 op het idee om een groot sportevenement te starten met deelnemers van over de hele wereld. In de traditie van de Oud-Griekse sportwedstrijden werden daarom in 1896 in Athene de eerste Olympische Spelen georganiseerd. Coubertin maakte van de spelen een vierjaarlijks terugkerend evenement. Uit de opzet van deze vroege Olympische spelen is goed te zien dat Coubertin uit een rijk milieu kwam. Sporters moesten hun reis vaak zelf bekostigen. Bovendien mochten alleen amateurs meedoen aan de spelen. Professionele sporters werden zelfs tot begin jaren 70 geweerd, waardoor het alleen voor rijke atleten mogelijk was om deel te nemen.

Sporten van het volk

Wanneer ging ook het gewone volk sporten? Met verbeterde werkomstandigheden kregen arbeiders steeds meer vrije tijd. De gemiddelde werkdag daalde van zo’n 12 uur in 1870 naar 9 uur aan het begin van de 20e eeuw. Hierdoor ontstond tijd voor sport en ontspanning. Wielrennen was één van de eerste volksporten. Op de baan steden wielrenners tegen elkaar in zesdaagsen. Later volgden lange afstandskoersen op de weg, waar steeds harder werd gereden dankzij de introductie van de derailleur (versnellingen). Vooral futuristische kunstenaars hebben wielrenners geschilderd om beweging weer te geven. De hoge snelheid van de fietsers was ideaal om verschillende fases van de beweging te schilderen.

Begin 20e eeuw werden ook bokswedstijden populair. Vaak waren bokser gewone volksjongens, want de elite liet zich niet graag knockout slaan. George Bellows maakte zes schilderijen van bokswedstrijden. Op de achtergrond is een uitzinnig publiek te zien, want de aandacht voor de bokswedstrijden was groot. Stadions om sport te kijken zaten vol. Anno 2024 is dat niet veranderd. Laat de Olympische spelen maar beginnen!

Meer artikelen lezen?

Lees ook onze andere kunstverhalen:

Geef een reactie

Scroll naar boven

Ontdek meer van KunstVensters

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder