Hoe ontstond de panorama-mania in de 19 eeuw?

Panorama Mesdag

Lang voor de opkomst van IMAX-bioscopen trokken gigantische 360-gradenpanorama’s miljoenen bezoekers. Deze monumentale ronde schilderijen boden een verbluffend realistische ervaring van verre steden, epische veldslagen en exotische landschappen. Hoe ontstond deze fascinatie voor het panorama? En waarom verdween deze populaire kunstvorm bijna volledig?

Vanaf 1 januari is Panorama Mesdag een rijksmuseum. Het was een van de weinige beslissingen van het kabinet Schoof. Het panorama van Scheveningen dat Hendrik Willem Mesdag, Sientje Mesdag-Van Houten en andere schilders eind 19e eeuw maakten, wordt hiermee voor toekomstige generaties behouden. Minister Moes is blij met de stap: “Ik ben trots dat Museum Panorama Mesdag een rijksmuseum wordt. Het panorama is een doorkijk naar het Nederland van onze voorouders.” Het panorama Mesdag is het enige dat in Nederland bewaard is gebleven.

De Uitvinding

Het panorama is een uitvinding van de Ierse kunstschilder Robert Barker. Hij schetste graag in de heuvels rondom Edinburgh, vanwaar hij een geweldig uitzicht had over de stad. In 1787 maakte hij een langwerpig doek met een gezicht op Edinburgh, dat hij als een halve cirkel tentoonstelde in Londen. Sir Joshua Reynolds, voorzitter van de Royal Academy, vond het maar niets. Hij stelde dat Barker “beter met zijn nutteloze geëxperimenteer kon ophouden”. Maar Barker liet zich niet kisten en vroeg patent aan op zijn uitvinding.

In 1793 liet Barker een rond gebouw neerzetten op Leicester Square, waarin hij twee schilderijen tegelijk kon tentoonstellen. Het opende hetzelfde jaar met een panorama van Londen en een panorama van Spithead, een baai bij havenstad Portsmouth. Om het publiek een zo realistisch mogelijke ervaring te geven, verborg Barker de randen van het doek. Daarnaast plaatste hij rekwisieten op de voorgrond van het schilderij om het realisme te vergroten. Bezoekers waren enorm onder de indruk. Voor 3 shilling mochten ze de werken aanschouwen.

Panorama op Leicester Square

Panorama-mania

Al snel werden in heel Europa panorama’s gebouwd. Eerst in simpele houten rotonde’s zonder ramen, waarin het licht van bovenaf op het schilderij terecht kwam. Later werden meer monumentele ronde gebouwen neergezet van steen. Berlijn, Frankfurt, Brussel, Wenen, Milaan, Madrid en ook Amsterdam kregen eigen panoramagebouwen waarvoor lokale schilders enorme doeken produceerden. In de beginjaren waren vooral stadsgezichten populair, maar al snel raakten ook de historische gebeurtenissen, zoals veldslagen, in zwang.

Rotonde’s voor panorama’s kregen een standaardmaat: een hoogte van 15 meter en een diameter van 40 meter. Hierdoor konden doeken tussen verschillende steden worden uitgewisseld. Als het publiek uitgekeken raakte op een panorama werd het enorme doek opgerold en naar een andere Europese stad vervoerd. Het hergebruik van de schilderijen maakte het goedkoper. De kwaliteit van de doeken was erg wisselend. Panorama’s waren de IMAX-films van de 19e eeuw: ze moesten spectaculair zijn en grote bezoekersaantallen trekken, de artistieke waarde was van ondergeschikt belang.

Panorama Mesdag

Hendrik Willem Mesdag kreeg in 1881 de opdracht van een groep Brusselse ondernemers om een ‘Haags maritiem panorama’ te schilderen. Mesdag schilderde met een aantal bevriende schilders 18 enorme doeken, die samen een 360 graden blik op de duinen rondom Scheveningen gaven. Hij had een ontwerp gemaakt voor het 14 meter hoge doek, dat hij dankzij een slim systeem van rasters overzette op het doek. Dagelijks schilderde het team 16 getekende vierkanten van 1 bij 1 meter. Het ging dus in een enorm tempo.

Mesdag was gespecialiseerd in zeegezichten, maar hij kon zo’n grote klus niet alleen aan. Zijn vrouw Sientje Mesdag-van Houten schilderde daarom een paar duinpartijen. Bevriende kunstenaars George Hendrik Breitner schilderde Scheveningen en de paarden op het strand en Bernard Blommers maakte de grote figuren in klederdracht bij het hek voor het strand. Andere delen van het landschap werden geschilderd door Théophile de Bock. Samen schilderden ze het immense doek in slechts drie maanden tijd. De bezoekers werden vanaf augustus 1881 in grote getale ontvangen.

Louis Dumoulin – Panorama van de Slag bij Waterloo

Ondergang van het panorama

Eind 19e eeuw raakte de interesse in panorama’s in verval, door de opkomst van de film. Het publiek ging liever naar de bioscopen waar wekelijks nieuwe films te zien waren, dan naar panorama’s die jaren hetzelfde bleven. Begin 20e eeuw sloten tientallen panorama’s in Europa en werden de rotondegebouwen afgebroken. De doeken werden vaak in stukken gesneden, waarbij de mooie delen als losse schilderijen werden verkocht. Slechts een handvol panorama’s, waaronder het Panorama Mesdag, bleef tot op heden bewaard.

De bewaarde negentiende-eeuwse panorama’s tonen vaak historische momenten. Het Panorama van Waterloo toont de climax van de slag op 18 juni 1815, met een spectaculair zicht op de troepen van Napoleon en Wellington. Het Bourbaki-Panorama in Luzern herdenkt de dramatische aftocht van het Franse leger naar Zwitserland tijdens de Frans-Duitse oorlog van 1871, waarbij 87.000 uitgeputte soldaten de grens overtrokken. Het Racławice-Panorama in Wrocław toont de overwinning van de Poolse opstandelingen onder Tadeusz Kościuszko op het Russische leger in 1794. In Sebastopol herinnert het panorama aan het beroemde beleg tijdens de Krimoorlog (1854-1855), een bloedig conflict dat maandenlang Europa in zijn greep hield.

Religieuze taferelen waren eveneens populair: verschillende Europese steden kenden Jeruzalem-panorama’s die de Heilige Stad met haar tempels en straten tot leven brachten. Een voorbeeld van zo’n religieus panorama is bewaard gebleven in Altötting, waarop de kruisiging van Jezus is afgebeeld buiten de stadsmuren van Jeruzalem.

Panorama van Caïro

Soms duiken oude panorama’s plotseling weer op. In 2021 werd het Panorama van Caïro teruggevonden bij een Franse veilinghuis. Het monumentale doek van 114 meter lang en 14 meter hoog was sinds het begin van de jaren tachtig uit het zicht verdwenen, nadat het rond 1970-71 haastig van de muren van het Moorse paviljoen in het Jubelpark was gehaald. Sindsdien was het schilderij -ondanks verschillende zoekacties- kwijt geraakt.

Émile Wauters schilderde het panorama tussen 1880 en 1881 als herinnering aan de Egyptische reis van aartshertog Rudolf van Oostenrijk. Na de vernissage in Brussel toerde het panorama door Europa – Wenen, München, opnieuw Brussel en Den Haag – voordat Baron Louis Cavens het in 1896 voor de Belgische Staat kocht. Ernest Van Humbeeck ontwierp een speciaal Moors paviljoen voor de internationale tentoonstelling van 1897, waar het Panorama van Caïro tot 1967 voor het publiek toegankelijk bleef. Tegenwoordig is het doek weer ondergebracht in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel.

Émile Wauters – Detail uit het panorama op Caïro

Meer artikelen lezen?

Lees ook onze andere kunstverhalen:

Geef een reactie

Scroll naar boven

Ontdek meer van KunstVensters

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder