Glinsterende kronen en stralend bladgoud – middeleeuwse kunstenaars wisten hoe ze indruk moesten maken. Maar hoe creëerden ze deze uitbundige kunstwerken? Het geheim zit in een bijzonder recept: tempera, gemaakt van eieren.
In de National Gallery in Londen hangt een van de meest intrigerende kunstwerken uit de middeleeuwen: het Wilton diptiek. Over de maker en herkomst tast men in het duister. Is het in Engeland gemaakt? Of toch in Frankrijk? Wat we wel weten: dit kunstwerk moest imponeren. Met kostbaar ultramarijnblauw, gedetailleerde schilderingen en rijkelijk aangebracht bladgoud vertelt het verhaal van macht en rijkdom.

Wilton Dyptiek
Het Wilton dyptiek werd waarschijnlijk gemaakt voor de privé-vertrekken van koning Richard II. Hij zit geknield op het linker paneel in een rijkversierde mantel en met een kroon op zijn hoofd. Achter hem staan drie heiligen: Edmund de martelaar, Eduard de belijder en Johannes de doper (v.l.n.r.). Op het rechterpaneel staat Maria afgebeeld met om haar heen elf engelen. Trots draagt een engel de vlag van Engeland.
Het Wilton dyptiek is gemaakt met tempera op houten panelen. Tempera is een verf gemaakt van eieren en pigment. In de Middeleeuwen en vroege Renaissance was tempera de meestgebruikte verfsoort, omdat de kennis over olieverf nog zeer beperkt was. Tempera droogt snel en is minder doorschijnend dan olieverf. Hierdoor lijken de werken vaak platter en feller, dan schilderijen in olieverf.

Hoe maak je een schilderij met tempera?
Om te schilderen met tempera moesten kunstenaars eerst hun houten panelen voorbewerken. Kleinere panelen werden op maat gezaagd, voor grote werken moesten meerdere planken aan elkaar worden gelijmd. Daarna brachten kunstenaars een gesso onderlaag aan bestaande uit kalk en dierlijke lijm (gelatine-achtig). In onafgemaakte schilderij is deze gesso-laag nog goed te zien, zoals in Michelangelo’s Maria met kind en Johannes de Doper of Leonardo da Vinci’s St Hiëronymus.
In het Wilton dyptiek werd vervolgens rode klei (bole) aangebracht op de plekken waar bladgoud moest komen. Deze klei hielp bij de hechting van het bladgoud en gaf bovendien een warm doorschijnend effect. De overige delen van het schilderij werden beschilderd met tempera. Kunstenaars maakten hun verf zelf in atelier, door dooiers van verse eieren te mengen met pigment en water. Ze konden maar kleine beetjes per keer maken, want tempera droogt snel.


Michelangelo – Maria met kind en Johannes de Doper
Leonardo da Vinci – Sint Hiëronymus
Een monumentale veldslag
Rond 1450 schilderde Paolo Uccello de slag bij San Romano op drie gigantische panelen met tempera. Het moet een enorme klus zijn geweest om de ruim drie meter brede schilderijen te maken met een verf die zo snel droogt. De schilderijen tonen de slag bij San Romano in de oorlog tussen Siena en Florence, die gewonnen werd door de Florentijnen. De schilderijen tonen drie momenten van de dag: zonsopkomst, midden op de dag en zonsondergang.
Hoofdpersoon van de schilderijen was legeraanvoerder Niccolò Mauruzi, herkenbaar aan een extravagante rode hoed. Mauruzi stond bekend om zijn roekeloze gedrag. De afwezigheid van een helm past bij zijn reputatie. De panelen van Uccello waren deels bedekt met bladgoud en zilver. Het bladgoud is bijvoorbeeld te vinden is op de versieringen van de paardentuigen. Het bladzilver op de wapenrustingen van de soldaten is ernstig geoxideerd, waardoor het er nu dof grijs-zwart uitziet. Oorspronkelijk moet het zilver oogverblindend geweest zijn en de schilderijen een lichtere uitstraling hebben gegeven.



1. Niccolò Mauruzi da Tolentino bij de Slag bij San Romano – National Gallery, Londen
2. Niccolò Mauruzi da Tolentino ontslaat Bernardino della Ciarda tijdens de Slag bij San Romano – Galleria degli Uffizi, Florence
3. De tegenaanval van Michelotto da Cotignola bij de slag bij San Romano – Musée du Louvre, Parijs
Van ei naar olie
Na de opkomst van olieverf in de 15 eeuw, raakte tempera snel uit de mode. Olieverf had echter ook nadelen. De kleuren werden in de loop der tijd donkerder, omdat de verf is gevoeliger voor schade door blootstelling aan licht. Bij het drogen ontstaat ook gemakkelijk craquelé, waarbij er scheurtjes of rimpelingen ontstaan in de verf. Renaissance-kunstenaars experimenteerden daarom met mengsels van tempera met olieverf.
Zelfs met een klein beetje eierdooier veranderden de eigenschappen van olieverf. De verf toonde minder vergeling, rimpeling en veranderde de stijfheid van de verf. Botticelli gebruikte de mengtechniek in zijn schilderij van de bewening van Jezus. Het werk heeft de heldere kleuren van tempera, maar het detail van olieverf. Zo ontwikkelde de middeleeuwse verfkunst zich tot de technieken van de Renaissance.

Meer artikelen lezen?
Lees ook onze andere artikelen over kunstenaarsmaterialen:






