Van donker naar licht: Hoe vernis bepaalt wat je ziet van Leonardo da Vinci

Waarom zien de beroemde schilderijen van Leonardo da Vinci er in het Louvre zo donker uit? Het antwoord ligt in een ogenschijnlijk onschuldig laagje: vernis. De manier waarop restauratoren omgaan met verkleuringen van deze beschermlaag bepaalt hoe wij de meesterwerken in musea ervaren.

Het is een veelgehoorde klacht in het Louvre: de donkere schilderijen. In de Slag om San Romano van Paolo Uccello bijvoorbeeld zijn veel details niet goed meer zichtbaar. De oorzaak? Dikke lagen verkleurd vernis. Schilders gebruiken vernis als een toplaag van hun schilderijen, om de verf te beschermen tegen vuil, vocht en licht. Vernis zorgt bovendien voor een prettige glans op het schilderij. Vooral olieverfschilderijen lijken pas na een laag vernis tot leven te komen.

Voor en na het aanbrengen van vernis – Foto: Cowans

Verkleuring

Vernis heeft de vervelende eigenschap over tijd te verkleuren. In plaats van een doorschijnende toplaag, ontstaat zo een geelbruine sluier over de verf. Hierdoor wordt het schilderij steeds donkerder en raken details verhuld. De enige oplossing voor dit soort verkleurde schilderijen is restauratie, waarbij oude lagen vernis worden verwijderd en een nieuwe toplaag wordt aangebracht. Niet alleen is dit een tijdrovend en kostbaar proces, het zorgt ook voor een technische uitdaging: Hoe verwijder je de vernislaag zonder de onderliggende verflagen te beschadigen?

Klassiek gezien waren er altijd twee stromingen. Aan de ene kant heb je de “totale reinigers”, die zoveel mogelijk vernislagen meedogenloos verwijderen. Aan de andere kant staan de “gematigde schoonmakers”. Zij proberen het vernis laagje voor laagje geleidelijk te verwijderen, zodat het proces kan worden gestopt als de onderliggende verflagen gevaar lopen of als het gewenste effect met minder vernisverwijdering kon worden bereikt.

Licht of donker?

De National Gallery in Londen was jarenlang voorstander van een rigoureuze aanpak: al het oude vernis moest eraf. Mocht er bij de verwijdering van het vernis ook wat verf loskomen, dan hebben de restauratoren van de National Gallery dit gewoon hersteld, geretoucheerd. De Italiaanse kunst uit de Renaissance straalt in de zalen van de National Gallery daarom als nooit tevoren. Het contrast met het Louvre is enorm: het zijn heldere schilderijen, waarin de kleuren veel feller zijn.

Restaureert het Louvre de schilderijen dan niet? Natuurlijk wel! Maar de aanpak van het Louvre is diagonaal verschillend van de National Gallery. Decennialang koos het Louvre ervoor alleen de bovenste lagen vernis te verwijderen. De oudste (en soms ook meest vergeelde) vernislagen bleven op het schilderij zitten. De conservatoren wisten zo zeker dat de verf in originele staat bewaard bleef en dat het schilderij geen schade zou oplopen door de restauratie.

Leonardo da Vinci

De verschillen tussen het Louvre en de National Gallery zijn goed te zien in het schilderij “Maria op de rosten” van Leonardo da Vinci. De versie uit het National Gallery valt op door de helderblauwe kleuren van de lucht en de jurk van Maria. Het schilderij uit het Louvre is veel donkerder. Vooral in het landschap op de achtergrond is goed te zien dat de details veel beter zichtbaar zijn op het doek uit Londen. Toch zullen veel mensen de Louvre-versie mooier vinden, omdat de contrasten minder fel zijn en de kleuren meer in balans. Hoe weet de National Gallery zo zeker dat Leonardo de kleuren zo fel bedoeld heeft?

Dankzij de opkomst van moderne technieken, kunnen restauratoren dit soort keuzes steeds beter maken. De compositie van de verf en de verschillende lagen van het schilderij kunnen zichtbaar gemaakt worden. Hierdoor is beter de begrijpen wat Leonardo da Vinci bedoeld heeft. Bij recente restauraties zie je dat de National Gallery en het Louvre daarom steeds meer naar elkaar toe bewegen. Het Louvre durft meer vernis weg te halen en de National Gallery gaat voorzichtiger te werk, waardoor meer vernis en verf bespaard blijven.

Maria met kind en Sint-Anna

Deze cultuuromslag gaat niet zonder slag of stoot, zo bleek in 2012 bij de restauratie van “Maria met kind en Sint Anna” in het Louvre . De restaurateurs konden overal op het schilderij de dikte van de vernislaag meten. Het was zo’n 30 micron (0,03 mm). Ze besloten hiervan het meeste weg te halen, totdat er zo’n 8-12 micron over was. Op de kwetsbare delen waren ze voorzichter. Hier lieten ze 16 micron zitten.

Toch ontstond er grote onenigheid over een witte vlek op het lichaam van Jezus. Restaurateur Cinzia Pasquali was ervan overtuigd dat het een verkleurde vernisvlek was en wilde deze verwijderen. Maar twee adviseurs dachten dat het mogelijk door Da Vinci zelf was geschilderd. Uiteindelijk werd de vlek toch gehaald. Uit protest stapten de twee adviseurs op. Zij vonden dat het museum te veel risico’s nam bij het schoonmaken van het doek. Bij de presentatie van het doek in 2013 bleek het schilderij inderdaad veel lichter, dan we van het Louvre gewend waren.

Johannes de Doper

Door de affaire lijkt Louvre bij recente restauraties toch weer wat voorzichtiger. Bij het hoofd van Johannes de Doper werden de echt vergeelde lagen verwijderd, maar bleven de onderliggende lagen onaangeroerd. Hierdoor blijft het een erg donker en licht verkleurd schilderij. Toch heeft de restauratie meer details in het haar van Johannes de Doper zichtbaar gemaakt en zijn vlekjes van verkleurd vernis op zijn arm verdwenen.

Een perfect protocol voor het weghalen van vernis bestaat niet. Per schilderij moet worden bekeken in hoeverre de vernislagen zijn verkleurd, hoe kwetsbaar de onderliggende verflaag is en hoeveel vernis kan worden verwijderd. De omgang met vernis blijft zo een voortslepende discussie.

Meer artikelen lezen?

Lees ook onze andere artikelen over kunstenaarsmaterialen:

1 gedachte over “Van donker naar licht: Hoe vernis bepaalt wat je ziet van Leonardo da Vinci”

  1. Tatiana Kubacheva

    Bedankt voor het interessante artikel. :-)) Met uw toestemming wil ik er graag nog iets aan toevoegen.. De schilderijen zagen er donker en vuil uit, niet alleen omdat de vernis in de loop der tijd donkerder werd, maar ook omdat er kleine craquelé-gaatjes op kwamen te zitten. Restauratie is uiteraard een zeer complex proces; niet alleen de vernislagen moeten worden verwijderd, maar ook de latere “notities”, toevoegingen die over de laag van de auteur zijn gemaakt en die duidelijk zichtbaar zijn bij onderzoek van het schilderij met röntgenstralen. Vooral schilderijen van middeleeuwse meesters werden herhaaldelijk uitgewassen, gevernist en aangevuld. Ik volgde het restauratieproces van drie schilderijen van Bernardino Luini, die nu na restauratie in de Hermitage te zien zijn.

Geef een reactie

Scroll naar boven

Ontdek meer van KunstVensters

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder