In het New York van 1900 verrijzen overal wolkenkrabbers en bruggen. Maar kunstenaar George Bellows kiest voor de schaduwkant van de vooruitgang. Hij duikt in de rauwe wereld van boksende arbeiders, speelplaatsen tussen bouwputten, en kinderen die verkoeling zoeken in de vervuilde East River.
New York was booming aan het begin van de 19e eeuw. De hele stad was een bouwplaats: bruggen, stations en wolkenkrabbers schoten als paddenstoelen uit de grond. De Williamsburg Bridge, gebouwd in 1903, was de langste hangbrug ter wereld. De Metropolitan Life Insurance Company Tower werd in 1909 het hoogste gebouw ter wereld. Nergens ter wereld zag je zulke bijzondere bouwwerken als in New York. Inwoners hadden het gevoel dat alles mogelijk was in de moderne stad.


Stad in ontwikkeling
Je zou verwachten dat de nieuw bouwwerken een bron van inspiratie waren voor kunstenaars. Kopers genoeg voor schilderijen over de ontwikkelende stad vol moderne wereldwonderen. Maar de jonge George Bellows schilderde liever de ruwe kanten van de stad. Zijn doeken staan vol met bouwplaatsen, gesloopte buurten en scheepswerven. Zijn sneeuwschilderijen van de bouwplaats van Penn Station laten de harde omstandigheden waarin de arbeiders moesten werken. Ze proberen zich warm te houden bij een vuurtje in de enorme afgraving. Huizen waren hier gesloopt om ruimte te maken voor het moderne treinstation.
George Bellows was opgeleid in het atelier van Robert Henri, een stadsschilder die mede-oprichter was van de Ashcan School (Asbakschool). Deze groep kunstschilders schilderde de arme bevolking van de stad. Henri wilde “dat kunst verwant zou zijn aan journalistiek. Hij wilde dat verf zo echt zou zijn als modder, als de kluiten paardenpoep en sneeuw die in de winter op Broadway bevroren waren.”



Werken in de stad
De schaduwkant van de vooruitgang spreekt uit ‘The Lone Tenement’, dat Bellows schilderde in 1909. Het schilderij toont de bouw van de Blackwell’s Island Bridge (nu bekend als de Ed Koch Queensboro Bridge of 59th Street Bridge), die van Manhattan naar Queens loopt over Roosevelt Island. De kale vlakte toont hoe woonwijken ruimte hebben moeten maken voor het immense bouwwerk. Alleen een oude huurkazerne staat nog overeind. Onder de brug wordt een vuurtje gestookt door arme buurtbewoners, die niet meeprofiteren van ontwikkeling van de stad.
Bellows vond schoonheid in de bouwplaatsen. ‘Blue Morning’ is een bijna impressionistisch schilderij waarin de rookwolken opgaan in het blauwe licht op de achtergrond. Het schilderij doet denken aan Monets schilderijen van locomotieven in station Saint Lazare. Toch is de ruwe werkelijkheid bij Bellows nooit ver weg. Werkloze dagloners zitten op de voorgrond op een hek, wachtend op een volgende kans om op een bouwplaats aan de slag te kunnen.



Kinderen
In de ‘concrete jungle’ van New York was er weinig plek voor kinderen om te spelen. Op warme zomerdagen trok de jeugd daarom naar de East River om af te koelen in het rivierwater. Vooral arme kinderen uit migrantengezinnen zwommen in de rivier, ondanks het gevaar van de scheepvaart en de onhygiënische omstandigheden. Bellows schilderde de vervuilde rivier tegen een enorme rotspartij, die lijkt op een bouwplaats. De kinderen zijn slechts een paar streepjes onderaan het schilderij. Het schilderij ’42 kinderen’ toont het tafereel van dichterbij.
De schilderijen van Bellows hebben tevens iets humoristisch. Wat doet bijvoorbeeld de man met de bolhoed aan het water in het monumentale ‘Riverfront’? Niet iedereen kon de rivierscènes van Bellows waarderen. Bij de eerste tentoonstelling van het schilderij was er kritiek op het afbeelden van naakte kinderen. Critici vonden de schilderijen obsceen en voyeuristisch. Tegenwoordig zou er waarschijnlijk eerder ophef ontstaan over de armoedige en onveilige omstandigheden, dan de naaktheid van het werk. Tijden veranderen.




Boksen
Honderd jaar na zijn dood is George Bellows waarschijnlijk het meest beroemd vanwege zijn boksschilderijen. Hoewel openbare bokswedstrijden bij wet verboden waren, organiseerden privé-clubs in New York besloten bokspartijen. Mensen van buiten de club werden ‘stags’ genoemd. Als ze wilden meeboksen, kregen ze een tijdelijk lidmaatschap. Bellows schilderde zo’n gevecht in 1909 met ‘Stag at Sharkey’s’. Vaak waren het arme New Yorkers die met de bokswedstrijden wat geld probeerden te verdienen.
Na Bellows vroege periode in New York veranderde zijn stijl. Hij schilderde meer huiselijke taferelen en portretten. Vaker zien we nu rijkelui in de schilderijen, zoals de tenniswedstrijden voor de society in Newport. In 1923 keert hij nog één keer terug naar zijn boksthema. Hij schilderde het gevecht om de wereldtitel tussen de Amerikaan Jack Dempsey en zijn Argentijnse uitdager Luis Firpo. Bellows kiest voor de fotografische compositie en overdreven dramatiek. Dit is niet meer de ruwe werkelijkheid, Bellows was de armoede ontgroeid.
Op 8 januari is het precies honderd jaar geleden dat George Bellows (1882-1925) overleed.
Meer artikelen lezen?
Lees ook onze andere artikelen over Amerikaanse kunstenaars:








Fijn, Jeroen, dit overzicht.
Het werk van George Bellow zal door huidige machthebbebers in de (U)SA ongetwijfeld als ‘entartet’ worden beschouwd.
groet, Drager