Tussen Heksenketels en Bezemstelen

Heksen

In Europa vonden tienduizenden mensen hun dood op de brandstapel op verdenking van hekserij. Maar hoe wisten de aanklagers hoe heksen eruit zagen? Vlaamse kunstenaars Pieter Brueghel en Frans Francken bedachten het huidige clichébeeld van de heks.

In 2026 ziet in Roermond een monument het levenslicht ter nagedachtenis aan de heksenvervolgingen in Nederland. Zo’n 250 Nederlanders vonden de dood op de brandstapel op verdenking van hekserij. In heel Europa waren het er zelfs meer dan 30.000. De slachtoffers, veelal vrouwen, kregen meestal een schijnproces. De beschuldiging: heksen sloten een pact met de duivel om kwaad over de maatschappij te verspreiden.

Tompkins Harrison Matteson – het Onderzoek naar de Heks

Heksenjagers

In 16e eeuw ontstonden heksenjagers, die door het land trokken op zoek naar heksen. De beruchte Engelse heksenjager Matthew Hopkins verdiende een fortuin door vrouwen van hekserij te beschuldigen. Vaak bekenden de verdachten na urenlange martelingen. Berucht was de drijfproef, waarbij mensen in het water werden gegooid. Bleven ze drijven? Dan waren ze heksen en eindigden ze op de brandstapel. De praktijk kende talloze onschuldige slachtoffers. Sommige zinkende verdachten konden niet op tijd uit het water worden gehaald. Andere zogenaamde heksen bleven drijven door luchtbellen in hun kleding met de brandstapel als gevolg.

Maar hoe wisten de zelfbenoemde heksenjagers nou hoe een heks eruit zag? Elke onregelmatigheid in de huid – wratten, moedervlekken, littekens – kon bewijs zijn van hekserij. Het was dus niet zo moeilijk om vrouwen te beschuldigen van hekserij. Maar ook kunstenaars droegen bij aan het clichébeeld dat we tegenwoordig hebben van de heks. Ze introduceerden de heksenketel, de bezemsteel en de schouw als symbool van de heks.

Hoe zag een heks eruit?

Hieronymus Cock maakte twee prenten met hekserij gebaseerd op een ontwerp van de Vlaamse kunstenaar Pieter Brueghel. In de prent Sint Jacobus bij de Tovenaar verdwijnt een vrouw op een bezem in de schoorsteen. Op de schouw staat een ‘dievenkaars’, een afgehakte hand waarin de vingers vervangen zijn door kaarsen. De prent zit vol met duivels figuren in obscene houdingen. Het verwijst naar de legende dat heksen naar bed gingen met de duivel.

Brueghel baseerde zijn prent op Malleus maleficarum, een traktaat uit 1486, waarin de heksen beschreven worden. De meest prominente verwijzing is de heksenketel in het midden van de prent. Volgens de Duitse theoloog Nikolaus von Jauer namen heksen de gedaante van een oude vrouw aan en roofden ze ’s nachts kinderen. Het vet van de gekookte ledematen van ongedoopte baby’s werd gebruikt om ‘heksenzalf’ of ‘vliegenzalf’ te maken. Door de zalf op hun lichaam te smeren konden de heksen vliegen op bezemstelen.

Heksenkeuken

De Vlaamse kunstschilder Frans Francken II specialiseerde zich in zogenaamde ‘heksenkeukens’ waarin heksen gezamenlijke vliegenzalf produceerden. Hij liet zich inspireren door de prenten van Brueghel, maar verving de oude lelijke heks door jonge rijk geklede vrouwen. De verleidelijke rijke vrouwen stonden symbool voor de sluwheid van de duivel, die gewone mensen voor zich probeerde te winnen. Rechts op de schilderijen van Francken zien we een jonge naakte vrouw worden ingesmeerd met heksenzalf. Misschien is het een ontgroening van een nieuwe heks.

Links op de schilderijen zien we de aanbidding van de duivel. Het is een klein zwart mannetje met hoorntjes op zijn hoofd en een lichtgevende heksendrank in zijn hand. De donkere schilderijen zitten vol met grimmige details. Het vuur van de ketel brand op botten en schedels van slachtoffers van de heksen. Op de schouw is de dievenkaars te zien. Daarnaast zit het schilderij vol duivelse dieren als vleermuizen en kikkers.

Heksen stonden erom bekend dat ze het weer konden beïnvloeden. Het is daarom niet toevallig dat de heksenvervolgingen op hun hoogtepunt waren tussen 1560 en 1630. Deze periode wordt ook wel de ‘kleine ijstijd’ genoemd omdat Europa geteisterd werd door ijskoude winters. Ook Frans Francken verwijst hiernaar in sommige schilderijen. Wie door het keukenraam naar buiten kijkt, ziet de heksen op bezems vliegen door een sneeuwstorm.

Cliché

David Teniers II volgde Franse Francken op als heksenschilder, met meer dan 30 schilderijen. Vaak koos hij voor afbeeldingen van de heksensabbat, de geheime nachtelijke bijeenkomsten van heksen. Tijdens de sabbat zouden mensen dansen om ketels en geslachtsgemeenschap hebben met de duivel. Teniers behield in zijn schilderijen de Brueghel-verwijzingen zoals de haard, de bezemstelen en de monsterlijke duivels. Ons huidige clichébeeld van heksen is dus voor een groot deel ontstaan door deze Vlaamse kunstenaars.

Alleen de puntige heksenhoed ontbreekt op de 17e eeuwse Vlaamse heksenschilderijen. Waarschijnlijk is dit een 19e eeuwse toevoeging, die populair is geworden dankzij de jaarlijkse Halloweenvieringen in Salem, Massachusetts. In Salem hebben in de 17e eeuw heksenprocessen plaatsgevonden. Sindsdien is de belangrijkste herdenkingsplaats voor de heksenvervolg in de Verenigde Staten. Vanaf 2026 krijgt Nederland dus ook een heksenmonument in Roermond. In 1613/1614 zijn hier 80 vrouwen ter dood gebracht.

Meer artikelen lezen?

Lees ook onze andere kunstverhalen:

Geef een reactie

Scroll naar boven

Ontdek meer van KunstVensters

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder