Geschiedenis van Nederland

De Romantiek van de Hunebedden

Eeuwenlang werden hunebedden gezien als bouwmateriaal voor kerken, huizen en wegen. Pas in de 19e eeuw werden de hunebedden bestudeerd en beschermd. Ook kunstenaars kregen interesse in deze mythische bouwwerken uit de prehistorie. Wat zijn de mooiste hunebed-schilderijen?

De hunebedden zijn de oudste sporen van de mens in Nederland. Toch werd er lange tijd ruw met deze prehistorische resten omgegaan. In Middeleeuwen boorde mensen gaten in de stenen en bliezen ze de stenen met buskruit op. Kerken in Emmen en Odoorn zijn gebouwd op hunebedstenen. Pas rond 1800 toen de Verlichting meer aandacht voor kennis en historie bracht, kwamen er stemmen op om de prehistorische bouwwerken te beschermen.

Tibout Regters – De anatomische les van Petrus Camper (l) en tekening van Petrus Camper (r)

Petrus Camper
Arts en wetenschapper Petrus Camper raakte geïnteresseerd in de Hunebedden toen hij aan de Rijksuniversiteit Groningen werd aangesteld als chirurg en docent. Hij trok langs de belangrijkste hunebedden en bracht ze in kaart. Zijn tekeningen zijn belangrijke historisch documenten om de geschiedenis van de Hunebedden te begrijpen.

Zo tekende hij het hunebed bij Steenwijkerwold in Overijssel. Zijn tekening laat zien dat het een groot hunebed was met meerdere dekstenen nog intact. Helaas, is er tegenwoordig van dit hunebed (met nummer O1) niets meer over. Waarschijnlijk is het rond 1840 verwoest. Om verdere verwoesting van hunebedden te voorkomen, is de overheid de hunebedden eind 19e eeuw gaan kopen en beschermen. Van de ongeveer 100 hunebedden die ooit zijn gebouwd, zijn er nu nog 52 over.

Schilders
Toen in de 19e eeuw in Nederland de spoorwegen werden aangelegd, werd het voor kunstenaars uit de steden makkelijker om naar het Oosten van Nederland te reizen. Bovendien was verf in tubes beschikbaar gekomen, waardoor kunstenaars ook buiten hun atelier konden schilderen. Veel kunstenaars van de Haagse school gingen daarom de natuur in om het landschap vast te leggen.

In 1861 en 1863 trokken Willem Roelofs en Alexander Mollinger door Drente, waarbij zij onder meer Westerbork, Rolde, Tynaarlo, Dalen en Zweeloo bezochten. Vooral het hunebed van Tynaarlo was populair bij Roelofs. Hij schilderde het hunebed meerdere malen tussen heidevelden en schaapskooien. Het valt op hoe weids de omgeving is, terwijl het hunebed tegenwoordig in een bos ligt.

Later kwamen ook Théophile de Bock en Hendrik Kruseman naar Drente. De schilderijen van Roelofs en de Bock hebben vaak een onheilspellende donkere lucht, alsof ze hiermee het mystieke karakter van de hunebedden wilden benadrukken. Lange tijd was immers onbekend hoe hunebedbouwers zulke grote stenen konden verplaatsen. Sommigen dachten dat monumentale graven door reuzen waren gebouwd.

Alexander Mollinger (l) en Hendrik Dirk Kruseman van Elten (r)

Van Giffen
In 1920 kreeg archeoloog Albert van Giffen, de vader van de hunebedden genoemd, de opdracht om de Nederlandse hunebedden in kaart te brengen en te restaureren. Hij voerde grootschalige opgravingen uit, waarbij hij keramiek vond dat tegenwoordig te zien is in het hunebedcentrum in Borger en het Drents Museum.

Kunstenaar en ontwerper Johan Briedé schilderde opgravingen van Van Giffen, Hij gebruikt een soort pointillistische techniek, waardoor zijn schilderijen er kleurrijker en minder dreigend uitzien dan eerdere generaties kunstenaars. In veel schilderijen zijn de tenten van Van Giffen ook te zien.

Tegenwoordig worden de Hunebedden goed beschermd. In Borger is in 2005 een groot hunebedcentrum geopend waar vondsten uit de prehistorie tentoon worden gesteld. Ook is in het museum een reconstructie van een steentijdhuis te zien.

Dit is het eerste deel uit een serie artikelen over de Geschiedenis van Nederland in de kunst. De serie zal gewijd worden aan de tien tijdvakken uit de Canon van Nederland.
Zie ook de gerelateerde artikelen uit de Canon van de Nederlandse Kunst:
Venster 1: Mannetje van Willemstad

0 reacties op “De Romantiek van de Hunebedden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: