De Nachtwacht van Rembrandt van Rijn is het pronkstuk van het Rijksmuseum. Het beroemdste schilderij van Nederland werd geschilderd voor de portrettengalerij van een Amsterdamse schuttersvereniging. Wat waren de andere portretten in deze zaal? En waarom besloten de schutters om de Nachtwacht bij te snijden?
De beveiliging van Amsterdam was in de Gouden Eeuw in handen van drie burgerwachten: de Kloveniers, de Voetboogschutters en de Handboogschutters. De Nachtwacht werd in 1642 geschilderd in opdracht van de Amsterdamse Kloveniers. Deze groep was genoemd naar het wapen dat ze droegen: de klover, een soort musketgeweer. Naast hun militaire taken hadden de kloveniers veel privileges. Ze hielden rijke banketten en een jaarlijks schietkampioenschap, organiseerden indrukwekkende parades en hielden speciale kerkdiensten.
de Nachtwacht
Op de Nachtwacht staat de compagnie van kapitein Frans Banninck Cocq en zijn luitenant Willem van Ruytenburch. Om hem heen staan musketiers, piekeniers, rondassiers en helemaal rechts met de trommel tamboer Jacob Jorisz. Banninck Cocq was een vermogend man. Hij bezat een grachtenpand aan de Singel en had een buitenhuis in de Purmer, de destijds net drooggelegde polder bij het huidige Purmerend. Banninck Cocq liet zich daarom Heer van Purmerlant en Ilpendam noemen. Tussen 1650 en 1654 diende hij ook vier jaar als burgemeester van Amsterdam.
Rembrandt heeft Banninck Cocq in de Nachtwacht daarom op meerdere manieren uitgelicht. Eerst letterlijk, Banninck Cocq staat centraal op het schilderij in het volle licht. De rode sjerp om zijn zwarte wambuis zorgt er bovendien voor dat hij beter opvalt. Maar het meest subtiel zijn de lijnen in het schilderij. De vlaggen, musketten en pieken in de compositie wijzen allemaal in de richting van Banninck Cocq.

Wie is wie?
De Nachtwacht werd door de kloveniers zelf betaald. Alleen leden die meebetaalden aan het grote schilderij kregen een plekje op het schilderij. Op een schild aan de bovenkant van het schilderij staan alle namen uitgeschreven. Lange tijd was de tekst niet meer goed leesbaar. Maar na een restauratie in 1947 kwamen de namen weer tevoorschijn. Hierdoor weten we tegenwoordig wie de betalende leden zijn geweest.
Links op het schilderij staat een meisje afgebeeld in een witte jurk, dat lijkt de stralen in het licht. Wie goed kijkt, ziet achter haar een tweede meisje in een blauwe jurk. Lange tijd is onduidelijk geweest waarom ze op de Nachtwacht zijn afgebeeld. Maar tegenwoordig worden ze vooral gezien als mascottes van de compagnie. Het woord ‘klauwen’ van de kip aan haar kleding klinkt net als ‘kloven’, een verwijzing naar de kloveniers dus.

Kloveniersdoelen
De Kloveniers hadden lange tijd hun hoofdkwartier in de stadstoren Swych Utrecht. Maar aan het begin van de 17e eeuw groeide de bevolking van Amsterdam snel. De succesvolle handel van de VOC en WIC zorgde ervoor dat de stad snel rijk werd en veel mensen aantrok. Door de snelle bevolkingsgroei moesten ook de burgerwachten rap uitbreiden. Volgens schattingen waren zo’n 10.000 Amsterdammers uiteindelijk lid van één van de drie burgerwachten. Het hoofdkwartier van de kloveniers had daarom dringend uitbreiding nodig.
In 1638, net voor het bezoek van de Franse koningin Maria de Medici, kwamen de nieuwe kloveniersdoelen gereed. Maria de Medici werd groots ontvangen in Amsterdam en de burgerwachten speelden hierbij een grote rol. Overal in de stad werden tijdelijke triomfbogen gebouwd, waarin theater in de vorm van tableaux vivants werd opgevoerd (afbeelding rechts). Op tekeningen uit deze tijd is te zien hoe Maria de Medici in een koets langs de theaters werd gereden. Amsterdam liet zich van zijn beste kant zien!


David Vinckboons – Swijgh Utrecht
Pieter Nolpe – Tableau Vivant voor Maria de Medici aan de Vijgendam
de Groote Sael
Tijdens het bezoek van Maria de Medici diende de Groote Sael van de Kloveniersdoelen als belangrijke ruimte voor ceremonies en bijeenkomsten. Om de simpele zaal geschikt te maken voor zo’n koninklijke ontvangst, werden snel wandtapijten opgehangen. Het bezoek van Maria de Medici maakte duidelijk dat de Groote Sael meer cachet nodig had om in de toekomst vaker voor ontvangsten te kunnen dienen.
De Kloveniers besloten daarom om zes kunstschilders de opdracht te geven om de belangrijkste compagnieën van de schutters te vereeuwigen in levensgrote portretten. De Nachtwacht was één van deze zes schilderijen. In een ander groepsportret, ‘Het vendel van Cornelis Bicker en luitenant Frederick van Banchem’, is een buste van Maria de Medici te zien, als verwijzing naar haar bezoek aan de kloveniersdoelen.




Govert Flinck – Het vendel van kapitein Albert Bas en luitenant Lucas Conijn
Govert Flinck – de Doelheren
Naast de Nachtwacht
Alleen de belangrijkste zes compagnieën werden geschilderd en opgehangen in volgorde van senioriteit. Van de zes afgebeelde kapiteins, zijn er vier tevens burgemeester van Amsterdam geweest. Ook één van de vier overmannen (doelheren), namelijk Albert Coenraads Burgh, is burgemeester geweest. Hieruit is goed te zien dat de elite van Amsterdam alle belangrijke posities in bezit had.
De schilderijen waren (van links naar rechts): ‘Het vendel van Cornelis Bicker en luitenant Frederick van Banchem’ van Joachim von Sandrart, ‘De Doelheren’ en ‘Het vendel van kapitein Albert Bas en luitenant Lucas Conijn’ van Govert Flinck, ‘Het vendel van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh’ van Rembrandt van Rijn, ‘Het vendel van kapitein Jan Claesz. Vlooswijck en luitenant Gerrit Hudde’ van Pickenoy, ‘Het vendel van kapitein Cornelis de Graeff en luitenant Hendrick Lauwrensz’ van Jacob Backer en ‘Het vendel van kapitein Roelof Bicker en luitenant Jan Michielsz. Blaeuw’ van Bartholomeus van der Helst.



Jacob Backer – Het vendel van kapitein Cornelis de Graeff en luitenant Hendrick Lauwrensz
Bartholomeus van der Helst – Het vendel van kapitein Roelof Bicker en luitenant Jan Michielsz. Blaeuw
Verplaatsing
In 1715 werd de Nachtwacht uit de Kloveniersdoelen weggehaald. De schutters wilden het schilderij ophangen in het stadhuis van Amsterdam (nu Paleis op de Dam), waar de schutterijen ook kamers tot hun beschikking hadden. Maar omdat de Nachtwacht in de Kleine Krijgsraadkamer tussen twee deuren moest passen, werden er repen van het schilderij afgesneden. Dankzij kopieën kunnen we achterhalen welke delen zijn weggehaald.
Omdat Napoleon Nederland had ingenomen en zijn broer Lodewijk Napoleon had Paleis op de Dam ingericht als zijn woonhuis, moest de Nachtwacht uiteindelijk ook het Paleis op de Dam verlaten. Nadat Napoleon verslagen was, kwam de Nachtwacht in het Rijksmuseum terecht, eerst in het Trippenhuis en later in het huidige gebouw van architect Cuypers. Het was niet de laatste verhuizing, want in de Tweede Wereldoorlog werd de Nachtwacht verstopt in de Limburgse mergelgrotten.
De zes schuttersstukken hangen tegenwoordig verspreid over verschillende musea. De Nachtwacht is het pronkstuk van de eregalerij van het Rijksmuseum, maar zonder de andere doeken ernaast. Hierdoor is het moeilijk voor te stellen hoe het doek in de Gouden Eeuw tussen andere schuttersstukken heeft gehangen.

Ken jij alle 50 meesterwerken?
Lees ook onze andere artikelen over 50 beroemde kunstwerken uit de kunstgeschiedenis:









