Spoken van Hiroshima – een monumentale getuigenis in vijftien panelen

Het Japanse kunstenaarsechtpaar Iri en Toshi Maruki was getuigen van de atoombom op Hiroshima. Met penseel en inkt legden ze de verschrikkingen van de kernbom vast en dwongen ze de wereld om te kijken. Samen vertellen de vijftien panelen een chronologisch en emotioneel verhaal: van de directe klap tot de langzame dood, van chaos tot rouw.

Op 6 augustus 1945 liet het Amerikaanse leger de kernbom Little Boy vallen boven Hiroshima. De enorme drukgolf en de vuurzee legden de stad binnen enkele uren in de as en doodden zo’n 78.000 mensen. In de maanden die volgden liep dit aantal, als gevolg van stralingsziekte, verder op tot 100.000–150.000 mensen. De Japanse kunstenaar Maruki Iri was opgegroeid in de stad en nam drie dagen na de aanval de eerste trein vanuit Tokio in de hoop overlevende familieleden te kunnen helpen.

De kernramp van Hiroshima

Iri trof in Hiroshima een enorme ravage aan. Een oom en twee jonge nichtjes waren om het leven gekomen. Zijn ouderlijk huis, een boerderij op enkele kilometers buiten de stad, stond nog overeind. Maar het dak, de dakpannen en de ramen waren door de drukgolf weggeblazen. De straling was enorm. Hierdoor overleed zijn vader enkele maanden na de ramp alsnog. Het is het verhaal van zoveel inwoners van Hiroshima: bijna iedereen verloor vrienden en familieleden door de bom.

Enkele dagen later reisde ook zijn vrouw Maruki Toshi naar Hiroshima. Samen begonnen ze de gewonden te helpen. “We droegen de gewonden, cremeerden de doden, zochten naar voedsel en vonden verschroeide platen blik om het dak mee te lappen. Met de stank van de dood, vliegen en maden overal om ons heen, zwierven we rond – net als zij die de bom aan den lijve hadden ondervonden.” De Maruki’s hielpen waar ze konden, terwijl officiële bergingsacties nog op gang moesten komen.

Iri en Toshi Maruki

De ervaringen van Iri en Toshi Maruki waren de inspiratie voor een indrukwekkende reeks van vijftien panelen over de kernaanval op Hiroshima. De panelen van 7 bij 2 meter tonen de verschrikkingen van de kernramp: de bergen met lichamen, de vluchtende mensen, de enorme vuurzee en de verlossing van het water. De werken dienden als een protest tegen kernwapens. Ze roepen de ethische vraag op of zoveel burgerslachtoffers wel gerechtvaardigd waren.

Toshi en Iri Maruki gebruikten voor de werken de traditionele Japanse stijl van zwart-witte inkttekening, sumi-e, maar voegden hier rood aan toe. Hiermee benadrukten ze het vuur dat voor zoveel slachtoffers heeft gezorgd. Bovendien schreven ze bij ieder werk een korte tekst, waarin ze het menselijk leed beschreven.

Hiroshima-panelen

De reeks opent met Ghosts (1950). Het beklemmende paneel toont een massa naakte figuren die als spoken door een helse duisternis drijven. Het zijn de doden die hun weg zoeken te midden van de levenden. De lichamen zijn amper van elkaar te onderscheiden. In Fire stellen de kunstenaars de vuurstorm centraal die na de explosie door de stad raasde. Vluchtende mensen, in paniek en in brand, proberen aan de vlammen te ontsnappen, maar voor velen is er geen uitweg.

Het paneel Water toont een van de meest hartverscheurende aspecten van de ramp: de brandende, stervende slachtoffers die zich wanhopig naar de rivieren sleepten om af te koelen. Velen verdronken. Boys and Girls – een later toegevoegd paneel – richt zich op de jongste slachtoffers. Kinderen, in schooluniform, liggen verspreid op de grond. Hun jeugd en onschuld staan in schrijnend contrast met de verwoesting om hen heen.

Reizende tentoonstelling

Ieder werk bestaat uit acht afzonderlijke panelen, waardoor de enorme werken toch makkelijk vervoerd konden worden. Al in 1950 werden ze tentoongesteld op meerdere plekken in Japan. De expositie zorgde ervoor dat Iri en Toshi Maruki in 1953 de Internationale Vredesprijs van de Wereldvredesraad ontvingen. Wat volgde was een wereldtournee: tijdens de Koude Oorlog werden de werken in bijna twintig landen tentoongesteld. Zo deed de tentoonstelling in 1957 het Stedelijk Museum aan.

Vanaf 1967 kregen de Hiroshima-panelen een permanent onderkomen. In Higashi-Matsuyama, Saitama, Japan opende de Maruki Gallery, waar de reeks te zien is tussen andere werken van het kunstenaarsechtpaar. Na het voltooien van de Hiroshima-reeks richtten ze zich op andere oorlogsmisdaden, zoals Auschwitz, en milieurampen. De kunst van de Maruki’s werd zo synoniem voor de strijd tegen onrecht, oorlog en geweld.

Meer artikelen over Wereldkunst

Lees ook onze andere artikelen over niet-Westerse kunstenaars:

Geef een reactie

Scroll naar boven

Ontdek meer van KunstVensters

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder