Tarsila do Amaral zette het Braziliaanse modernisme op de internationale kaart. Haar kleurrijke werken zitten vol surrealistische wezens. Wat maakt moderne kunst Braziliaans?
De jonge Braziliaanse kunstenaar Tarsila do Amaral stond voor een onmogelijke opdracht. Hoe toon je de identiteit van een land dat zich pas 30 jaar aan zijn kolonisator heeft ontworsteld en bovendien uit tientallen inheemse stammen bestaat met ieder een eigen geschiedenis en eigen cultuur? Welke culturele identiteit heeft het moderne Brazilië?

Cultuurkannibalisme
Tarsila do Amaral had in Parijs gestudeerd bij Fernand Léger en Albert Gleizes, maar wilde niet de zoveelste Parijse kunstenaar worden. In 1922 leerde ze de Braziliaanse schrijver Oswald de Andrade kennen. Samen met hem zocht ze naar de Braziliaanse culturele identiteit. Do Amaral schreef in 1923 aan haar ouders: “Ik voel me steeds Braziliaanser. Ik wil de schilder van mijn land zijn. Ik wil, in de kunst, het kleine meisje uit São Bernardo zijn, spelend met stropoppen, zoals in het laatste schilderij waaraan ik werk.”
Zoals Europese kolonisten eeuwenlang de wereld over reisden om het beste naar Europa te halen, besloot Do Amaral het beste van Europa naar Brazilië te brengen. Ze nam de kleuren en vormen van het Europese modernisme en plaatste het in een Braziliaanse context. Zoals Picasso bijvoorbeeld Afrikaanse maskers in zijn schilderijen gebruikte, schilderde Do Amaral een vrouw in een modernistische stijl in A Negra. De Braziliaanse vrouw was een soort moeder aarde, een beschermvrouw van het Braziliaanse land.


Primitief of modern?
Do Amaral was opgegroeid in de beschermde omgeving van een rijke familie. Pas tijdens een rondreis door Brazilië in 1924 leerde ze haar eigen land beter kennen. Ze gebruikte de indrukken in haar werk en schilderde voornamelijk landschappen en dorpjes. In Rio de Janeiro schilderde ze de favellas. In de kubistische stijl die Do Amaral gebruikte, herken je haar leermeester Fernand Leger.
De aanpak van Tarsila do Amaral bracht haar succes in Amerika en Europa. In thuisland Brazilië vond men haar schilderijen het symbool van het moderne Brazilië. Terwijl in Parijs juist het oorspronkelijke van haar werk gewaardeerd werd. In de Franse hoofdstad toerde destijds ook het Russische ballet, werd de zwarte jazzmuziek gespeeld in de cabarets en gingen Japanse houtsneden van hand tot hand. Juist in deze trend van primitieve culturen paste het werk van Do Amaral.


Antropofagie
Vanaf 1928 vond ze definitief haar eigen stijl. In Abaporu, ‘de menseneter’ schilderde Do Amaral een monster uit de Braziliaanse mythologie. Het schilderij wordt gezien als het begin van de “Antropofagie”-stroming (Antropofagie betekent kannibalisme). Abaporu inspireerde Oswald de Andrade om een manifest te publiceren waarin hij Brazilianen oproept zich af te zetten tegen de cultuur van de Europese kolonisten. Hij stelt dat Brazilianen als kannibalen de Europese cultuur moeten verteren om een eigen culturele identiteit te vormen. Kannibalisme is ook het hoofdthema in Urutu, waarin een slang die een ei eet.
In 1930 stortte de wereld van Tarsila do Amaral plots in elkaar. Wereldwijd was de grote economische depressie uitgebroken en Brazilië werd opgeschrikt door een revolutie. Onder dictator Gétulio Vargas werden intellectuelen vervolgd. Do Amaral scheidde van Oswald de Andrade en de Antropofagie-beweging viel uit elkaar. Toch zou Tarsila do Amaral haar hele leven het Braziliaanse landschap blijven schilderen. Ze bleef trouw aan de wens om met kunst een Braziliaanse culturele identiteit te creëeren.



Het werk van Tarsila do Amaral is slecht vertegenwoordigd in de collecties van Europese musea en daardoor weinig in Europa te zien. Komend najaar organiseert het Musée du Luxembourg in Parijs een tentoonstelling van haar werk.


Erg blij met de kennismaking met deze Braziliaanse kunstenares!
Ank
Geweldig om aandacht aan Zuid Amerikaanse kunst te geven. Groeten uit Argentinie.