Venetië is al eeuwenlang een magneet voor kunstenaars — maar wat maakte deze stad zo onweerstaanbaar voor Paul Signac, de meester van het pointillisme? Het antwoord ligt in het water. Nergens anders weerkaatsen licht en kleur zo perfect als tussen de gondels van de lagune.
De Engelse kunstenaar en criticus John Ruskin was slechts 16 jaar toen hij voor het eerst naar Venetië reisde. Hij was op slag verliefd. De architectuur, het water en de mensen: de stad had op hem een ongekende aantrekkingskracht. Hij besloot daarom de geschiedenis, kunst en architectuur van Venetië veel dieper te bestuderen. Het resultaat was het driedelige The Stones of Venice (gepubliceerd tussen 1851-1853) over de geschiedenis, kunst en architectuur van de stad. Hij beargumenteert in het boek dat de kunst en architectuur grote invloed hadden op de moraal en maatschappij van Venetië.


Paul Signac
Ruskins gepassioneerde, gedetailleerde beschrijvingen van de Venetiaanse gebouwen maakten de Franse pointillist Paul Signac nieuwsgierig. In april 1904 ondernam hij daarom een reis naar de stad van de doges. Het was een productieve reis. In een maand produceerde Signac meer dan 200 aquarellen van de gebouwen, de boten en de monumenten in Venetië. Hij werkte op de kades en vanuit boten om de reflecties van de gebouwen op het water te bestuderen. In korte tijd raakte Signac net zo gefascineerd door de stad als Ruskin.
De ingang van het Grand Canal was een favoriete stek van Signac. Vanaf de kade keek hij uit op de koepels van de Santa Maria della Salute aan de andere kant van het water. Er zijn aquarellen bewaard gebleven van zijn reizen in 1904 en 1908, waarop te zien is dat hij steeds terugkeerde naar deze plek. Hij vond er een mooi contrast. Op de voorgrond de gondels tussen de palen in het water, terwijl de koepels op de achtergrond verdwijnen in het licht. Terug in zijn atelier in Frankrijk werkte Signac de aquarellen uit tot schilderijen. “Het Canal Grande, Venetië” is een symfonie van kleur: violet en blauw voor schaduwen, geel en oranje voor de zon. Het is de schemering aan het einde van de dag, waarop Venetië het kleurrijkst is.



Pointillisme voor kleurenstudie
Signacs benadering van Venetië verschilde fundamenteel van de impressionisten die de stad vóór hem hadden geschilderd. Waar Monet de vluchtige indruk van een moment probeerde vast te leggen, construeerde Signac zijn Venetiaanse taferelen met bijna wetenschappelijke overweging. Elk doek werd zorgvuldig opgebouwd, stip voor stip, kleur voor kleur, volgens de principes van het pointillisme. Signacs pointillisme is anders dan de kleine puntjes van Seurat, de streepjes zijn breder, duidelijker individueel herkenbaar. Signac liet zich hiervoor inspireren door Byzantijnse mozaïeken, die hij in Venetië en Istanbul had bestudeerd.
Voor Signac was Venetië een stad van kleurrelaties in plaats van harde vormen. Dit komt door het water. De weerspiegeling zorgt ervoor dat harde lijnen verdwijnen en kleuren reflecteren. Bovendien geeft het verdampende water een soort heiïge achtergrond, waardoor het contrast tussen dichtbij en ver weg wordt vergroot. Dit effect is goed te zien in “het Groene Zeil” dat Signac schilderde in 1904. Op de voorgrond is een boot te zien in donkere paarse kleuren, terwijl de San Giorgio Maggiore op de achtergrond bijna verdwijnt in de heldere lucht. Signac gebruikte hiervoor ook paars, blauw en rood, maar veel lichter.


Biënnale van Venetië
Na het eerste bezoek in 1904 bleef Signac regelmatig terugkeren naar Venetië. Signacs relatie met Venetië bereikte haar hoogtepunt in 1920 toen hij werd benoemd tot commissaris van het Franse Paviljoen op de Biënnale van Venetië. De Biënnale, opgericht in 1895, was snel uitgegroeid tot een van ’s werelds belangrijkste kunstexposities. Signac presenteerde een opmerkelijke tentoonstelling met zeventien van zijn eigen werken naast schilderijen van Cézanne, Seurat, Redon, Matisse en Bonnard. De reactie was buitengewoon: binnen twee dagen na de opening waren zestien van zijn zeventien schilderijen verkocht.
Zijn benoeming als commissaris van de Biënnale in 1920 was voor Signac meer dan een persoonlijk hoogtepunt — het was een erkenning van een heel kleurensysteem dat hij mede had grootgemaakt. Vandaag hangen zijn Venetiaanse schilderijen verspreid over musea wereldwijd, van het Musée d’Orsay in Parijs tot het Guggenheim in New York. Wie ze ziet, begrijpt dat Venetië een stad is die nooit hetzelfde is: trillend, weerspiegelend en altijd in beweging.



Meer artikelen lezen?
Lees ook onze andere artikelen waarin we bijzondere kunstwerken onder de loep nemen:







