In november 2025 restitueerde Museum de Fundatie een plaquette van een moddervis aan de Oba (de koning) van het koninkrijk Benin. Met de tentoonstelling Back to Benin verbindt het museum die teruggave aan een bredere viering van kunst uit Benin. Een verrassende tentoonstelling vol geschiedenis.
Het reliëf behoort tot de groep ‘Benin Bronzen’, die door de Engelsen geroofd werd tijdens de plundering van Benin City in 1897. Toch was het beeld niet van brons gemaakt, maar van messing: een legering van koper en zink. Sinds 1937 was het sculptuur in het bezit van Museum de Fundatie. De teruggave volgt op een reeks internationale restituties, na decennialang getouwtrek waaronder 117 beelden uit de collectie van het Wereldmuseum in Leiden.

Hof van de Oba van Benin, Nigeria.
Benin
Het Koninkrijk Benin werd rond het jaar 900 gesticht door koning Igodo. Eeuwenlang was het een kleine stadsstaat, waar de Edotaal werd gesproken. In 1200 kwam de Oba-dynastie aan de macht en werd Benin City de hoofdstad van het rijk. Onder opeenvolgende koningen won het rijk aan macht. Vooral onder Oba Ewuare I (1440-1473) werd het grondgebied flink uitgebreid totdat het een groot deel van het zuiden van het huidige Nigeria omvatte.
Ewuare de Grote was ook een liefhebber van de kunst. In zijn opdracht begon het gilde van bronsbewerkers sculpturen voor het hof te maken. Generatie op generatie werd het vak doorgegeven. Iedere Oba kreeg na zijn dood een altaar met een beeld van zijn hoofd vaak versierd met talloze kettingen om zijn nek. Soms stond het hoofd om een ivoren slagtand, die was gegraveerd met gebeurtenissen uit zijn regeerperiode. Voor de Edo-bevolking hadden de beelden een belangrijke spirituele waarde. De koningsbeelden waren de kern van de collectie Benin Bronzen, die in 1897 door de Engelsen werden geroofd.
Kunstenaar Phil Omodamwen, wiens werd nu te zien is in Museum de Fundatie, is de 6e generatie bronsgieter in zijn familie. “Mijn overgrootvader werkte alleen voor de Oba. Het was verboden om opdrachten van anderen aan te nemen. De Oba zorgde voor werk en inkomen.” Bronsgieter was een prestigieus beroep. Na de roof door de Britten verloor zijn familie de bescherming van de Oba. Toch gingen ze door met hun werk. Hun beeldhouwwerken verkochten ze aan rijke kunstliefhebbers. “Maar soms werk ik nog steeds voor de Oba”, aldus Omodamwen.


Favour Jonathan – Ukhurhe
Foto’s: Museum de Fundatie
Koningin Idia
In Museum de Fundatie toont hij een groot beeld van koningin Idia. Deze mythische koningin leefde rond het jaar 1500. Ze was de tweede vrouw van Oba Ozolua en kreeg een zoon van hem, die ze Esigie noemde. Als tweede zoon van de Oba was niet hij, maar zijn oudere halfbroer Aruanran de eerste in de lijn van troonopvolging. Na de dood van Ozolua ontstond er een machtstrijd tussen Aruanran en Esigie. Een naburig volk, de Igala, maakten van het machtsvacuüm gebruik en vielen het koninkrijk Benin binnen. Daarop verzamelde Idia een groep soldaten om zich heen. De Igala werden verslagen en haar zoon Esigie kreeg de macht in handen.
Uit dank voor zijn moeder gaf hij haar een functie als raadsvrouw met als eretitel iyoba (letterlijk: moeder van de Oba). Het was de eerste keer dat een vrouw een politieke rol kreeg aan het hof van de Oba. Esigie gaf zijn bronsgieters de opdracht om een bronzen beeld van Idia te maken. Tegenwoordig is het beeld met het conische kapsel van Idia misschien wel het meest beroemde beeld uit Benin. Het bevindt zich in de collectie van het British Museum en is nog niet teruggegeven.
Phil Omodamwen is een belangrijke voorvechter van de restitutie van de Benin bronzen. Zijn beeld ‘Restitutie’ toont de allereerste teruggave van een object aan Benin in 1938. In het midden staat Oba Akenzua II met in zijn hand de teruggegeven koninklijke voorwerpen van zijn grootvader. Naast hem staan twee Engelse officieren. De stijl is onmiskenbaar afgeleid van de Benin plaquettes, die al sinds de 16e eeuw worden gemaakt.


Phil Omodamwen – Restitutie
Foto’s: Jeroen de Baaij
Meer dan roofkunst
Hoewel de tentoonstelling moeilijke thema’s als kolonialisme en roofkunst behandelt, is Back to Benin geen zware tentoonstelling. Museum de Fundatie kiest er nadrukkelijk voor om geen belerende toon aan te slaan. In de eerste zalen beschrijft het museum de geschiedenis van de plaquette van de moddervis, die onderdeel van hun eigen collectie is geweest. Het beeld is een goed voorbeeld over de verandering in denken over roofkunst en restitutie, die het museum ook zelf heeft doorgemaakt. Daarna volgt een viering van hedendaagse kunstenaars in Benin, die ieder op hun eigen wijze naar de geschiedenis kijken.
Indrukwekkend zijn de grote witte papieren waarop Victor Ehikhamenor met kleine gaatjes een aantal Benin bronzen heeft nagemaakt. Het kunstwerk is hier niet het papier, maar de schaduw op de muur. Het geeft niet alleen een spectaculair visueel effect, maar heeft ook een symbolische betekenis. In Benin zijn alleen schaduwen van de gestolen bronzen achtergebleven.

Foto: Jeroen de Baaij
Viering van Benin
Ehikhamenor bouwde in De Fundatie ook een ‘kathedraal van de geest’. Op afstand lijkt het een groot doek, dat eruit ziet als een witte kerk met een rode deur en gekleurde ramen, als glas in lood. Maar als je dichtbij komt, blijkt de installatie gemaakt van rozenkransen. Aan de achterkant staat een houten beeld van een regengod uit de Dogon-cultuur. De installatie laat zo zien hoe het katholicisme en lokale geloven zijn versmolten in het hedendaagse koninkrijk Benin.
Eenzelfde mix van Westere invloeden en lokale tradities is te zien in de collage van Favour Jonathan. Elke dag fotografeerde ze zichzelf op weg naar de universiteit in een fotohokje — steeds met een ander, zorgvuldig gestyled kapsel. Voor haar is die dagelijkse verzorging geen ijdelheid, maar een daad van zelfontplooiing en identiteit. Haar collages vormen zo een intiem portret van het moderne Benin: trots, zelfbewust en kleurrijk. En precies dat is waar Back to Benin uiteindelijk over gaat — niet over wat er verloren ging, maar over wat er nog altijd leeft.



Prachtig.Komt deze tentoonstelling ook in Brussel?vrgr.Myriam