Uncategorized

Het Kasteel in de Verte

Als de juf op school begon te zingen van de krokus, de tulp en de hyacint, wist ik dat het weer lente was. Ik vroeg dan aan mijn moeder of ik ‘met zonder jas ‘naar buiten mocht, zodat ik een paar minuten later, zonder jas, maar met een extra dikke trui in de tuin stond.

In het midden van de tuin stond een oude kersenboom waarmee zomers onze vitamine inname verzekerd was. Nu, in het voorjaar, zorgde de boom voor talloze lichtroze bloesemblaadjes die over de tuin verspreid lagen. Bij iedere voorzichtige windvlaag dwarrelde de roze regen door de tuin om bij het tuinhek een hoopje te vormen.

Voor dit tuinhek had mijn vader een stapel van drie stoeptegels gelegd. Het was mijn hoogstpersoonlijke uitkijkpost. Vorige zomer had ik er met stoepkrijt mijn naam op gezet, maar in de vele regenbuien van de herfst waren de letters verdwenen. Nu lagen er enkel bloesemblaadjes op mijn stapel. Ik veegde ze er met mijn hand vanaf voordat ik erop ging staan.

Vanaf mijn toren, want zo noemde ik de stoeptegels, keek ik naar de wereld. Het was mijn raam naar het grote onbekende, mijn contact met de werkelijkheid. Ik was nog te klein om in mijn eentje door de wereld te lopen. Ik mocht alleen maar kijken, eindeloos kijken.

Camille Pissarro

Als ik op wacht stond, boven op de stenen, handen aan het hek, keek ik uit over de velden. Weilanden waar koeien hun gras stonden te herkauwen en een paar keer per jaar de mest over werd uitgereden. Als het een van deze dagen was, stond ik niet op mijn toren. De stank bracht me naar de schommel waar ik zoveel mogelijk wind mee probeerde te creëren om de lucht te verdrijven. Gelukkig was vandaag niet zo’n dag.

Vandaag, keek ik naar de koeien en de oude appelbomen in de verte. Soms stonden de koeien dichtbij, een andere keer ver weg, het uitzicht was altijd hetzelfde. Maar in mijn hoofd was het iedere dag weer anders. De ene dag zag ik vanuit mijn toren ridders op paarden over de velden rijden op weg naar hun kasteel en de volgende dag won Nederland voor mijn neus het WK. Zelfs voor de koeien was het weiland niet zo opwindend, als voor mij.

Onze tuin werd van de velden gescheiden door een sloot. Ook in de sloot was het lente. Moedereend dobberde hevig kwakend op het water gevolgd door een stoet van vijf kleine eendjes. Ze zwommen mijn kant op. Ik boog vanuit mijn toren over het hek om ze zo goed mogelijk te bekijken en maakte kwaak geluiden. Dit stoorde moedereend zo erg, dat ze accuut haar koers wijzigde en de andere kant op ging, weg van mijn toren.

Hierop boog ik nog verder naar voren. Ik was met beide handen ver over het hek, toen ik plotseling de stoeptegel onder mijn voeten een klein beetje voelde verschuiven. Ik tuimelde over het hek en ving mij op met mijn handen, die ik al vooruitgestoken had. Ik wist, als ik nu hard ging huilen, dat mijn moeder naar buiten zou komen om me te troosten. Binnen zou er een snoepje op me liggen te wachten voor de schrik. Maar nu ik aan de andere kant van het hek was, wilde ik niet huilen, ik wilde de wereld zien.

Paul Ranson

Ik zat in het gras naast de sloot, het gras dat ik tot nu toe slechts van boven bekeken had. Het gras waar de ridders reden, als ze met hun paarden over de sloot waren gesprongen. Ik stond op en ging voorzichtig de helling af naar de rand van de sloot. Zo van dichtbij leek de sloot veel kleiner. Er was helemaal geen ruimte voor de zware zeegevechten die ik vanuit mijn toren had gezien.

Nu ik de sloot van zo dichtbij kon bekijken, wilde ik ook over de velden lopen. Ik moest dus op zoek naar een manier om aan de andere kant van het water te komen. Ik schatte de afstand en stelde me voor dat ik een paard had. Ik had een groot wit ros, witter nog dan het paard van sinterklaas. Het was zo’n mooi paard dat de andere ridders, die allemaal bruine paarden hadden, jaloers op me waren.  Ze stonden me aan de andere kant van de sloot toe te kijken.

Ze vonden mijn paard zo mooi dat ze me uitnodigden om naar hun kasteel te komen dat aan de andere kant van de velden lag. In het kasteel dat door roze bloesemblaadjes omgeven werd, woonde een jonkvrouw die dol was op witte paarden.

Aangemoedigd door de beloften van de ridders, zette ik een paar passen naar achter. Ik zette mij schrap om de grote sprong te gaan wagen. Mijn paard hinnikte luid, toen ik plots werd tegengehouden door een hand op mijn schouder. Het was mijn moeder. ‘Wat doe jij nou zo dichtbij de sloot?’

Vijf minuten later stond ik weer op mijn toren. Even was ik in de grote wereld geweest, maar nu keek ik weer uit over de velden. Weilanden waar – maar dat kon ik toen nog niet weten – 10 jaar later het toverwoord ‘Vinex’ op werd losgelaten. Zo werd mijn wereld langzaam volgebouwd met harde waarheden.

Soms verlang ik nog wel eens terug naar mijn toren bij het hek. Het zou heerlijk zijn om de wereld weer eens te kunnen bekijken zoals hij zou moeten zijn, zonder dat dit beeld verpest wordt door de werkelijkheid. Vaak vraag ik me dan ook af. Zou mijn moeder dat geweten hebben, toen ze me tegenhield?

11 reacties op “Het Kasteel in de Verte

  1. meebenotty

    Kersenbomen zijn als triggers met allemaal kleine rode triggertjes eraan.
    Kersenbomen zijn tuinen van grootmoeders met rijk beladen verhalen over fruit dat je zo leuk aan je oren kunt hangen als mooie rode bellen en dat je dat heel mooi maakt.
    Kersenbomen zijn stropers in de nacht die een beschut plekje zoeken om hun buit te bekijken, roomboter van de andere kant en booz,
    Kersenbomen zijn lagere scholen waar je nooit goed op kon letten omdat die boom daar op het schoolplein altijd in je gezichtsveld stond te pronke.

  2. Pisarro als sluiers in de avondwind met geurtjes als boeketten
    Vergeten kan ik niet
    lentegroet aan zeven en tachtig lammeren
    vergeten kan ik niet
    Net als ik denk dat ze me zo dom staan aan te staren
    laat er een zijn wangen zien
    herkauwen tot de laatste snik
    kramp in de endeldarmen
    Vergeten kan ik niet

  3. Woorden, woorden, het zijn maar woorden

  4. Zelf ben ik met een lenteserie begonnen. Morgen een blog over de Lentesymfonie van Schumann. Maar ik ben me ook in de schilderkunst aan het oriënteren naar lente-schilderijen. Daarom heb ik dit graag gelezen.

  5. ing.St Hawk

    Ik denk dat jou moeder de kleine ridder wilde behoeden voor de ontdekking, halverwege de sprong over de sloot, dat hij helemaal niet op een paard zit.
    Daar zijn moeders voor.

  6. Nostalgie van vroeger met de blik van nu beschreven. Die tijd komt nooit meer terug, alleen in je mijmeringen.
    Fraai blog met heerlijke muziek en vooral het schilderij van Pisarro, dat mij aanspreekt. In een voorgaand blog "Frisse voorjaarsdag"heerst een soortgelijke sfeer en mijn eigen schilderwerkje heeft toevallig dezelfde waterige voorjaarskleuren. Wat is toeval?
    Heb hiervan genoten, Jeroen, jouw jeugdmemories…http://www.vkblog.nl/bericht/288513/Frisse_voorjaarsdag…#commentaar Mijn Firsse voorjaarsblog.

  7. Vensters zijn de oevers van de ziel

  8. kuifje simon

    Heerlijk lief verhaaltje Jeroen
    simongroeo

  9. zelfstandig_journalist

    De herinneringen zijn vaak nog mooier dan het moment zelf.

  10. Aad Verbaast

    Mooi verhaal weer van je Jeroen. Geboeid gelezen.

  11. Mooi dromerig verhaal. Het schrijvertje zat er al vroeg aan te komen. Blijf je met veel plezier lezen.
    Groet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: