Uncategorized

1584 – de Moord op Willem van Oranje

Geschiedenis wordt niet gemaakt, geschiedenis wordt geschreven! De teksten over belangrijke gebeurtenissen uit het verleden zijn immers vaak de bronnen waar geschiedkundigen zich op baseren. De schrijvers van deze teksten hebben dus een belangrijke invloed op het beeld dat ontstaat van een bepaalde gebeurtenis.

Omdat ik dit een interessant gegeven vind, lijkt het me leuk om eens met die insteek naar een geschiedkundige gebeurtenis te kijken. Als het me bevalt, wil ik dit vaker gaan doen en er een kleine serie van maken. Het onderwerp waar ik vandaag naar ga kijken is de moord op Willem van Oranje en als uitgangspunt neem ik een tekst van P.C. Hooft.

Op 10 juli 1584 werd in het Prinsenhof de vogelvrij-verklaarde Willem van Oranje vermoord door Balthasar Gerards, een katholieke Fransman die zich uitgaf voor een edelman die Willem van Oranje behulpzaam wilde zijn. Balthasar werd gevangen genomen en na hevige martelingen op verschrikkelijke wijze ter dood gebracht op 14 juli van hetzelfde jaar.

P.C. Hooft beschreef deze gebeurtenis in zijn ‘Nederlandsche historiën’ uit 1642. Op dat moment was de 80 jarige oorlog dus nog niet afgelopen en waren de religieuze conflicten tussen de katholieken en protestanten zeker nog niet van de baan. Hooft was overigens zelf niet religieus. Mogelijk komt dat zijn objectiviteit in zijn geschiedschrijving van de moord op de protestant Willem van Oranje door de katholiek Baltasar Gerards ten goede.

Hooft gaat in zijn beschrijving zo veel mogelijk uit van de kennis die men ten tijde van de moord had. In de introductie van Balthasar Gerards noemt hij hem dan ook niet bij naam, ma

 
 

ar beschrijft hem als “een jonggezel van zes- oft zeevenent wintigh jaaren, kort van gestalte, donker van opzight, zich noemende Fransois Guion, […] Veynzende eenen brandenden yver tot den gezuyverden Godsdienst.”

Vervolgens wordt beschreven hoe Guion (Gerards dus) voor het eerst in contact komt met Willem van Oranje en in zijn opdracht een reis onderneemt naar Frankrijk. Na die reis komt hij weer terug naar Nederland. We pakken zijn verhaal op, op de dag van de moord, 10 juli.

"Ten volghenden middaaghe, tienden in Hooymaant [juli, red.], […]Teeghens het eyndt der maaltydt, voeghd’ hy [Gerards, red.] zich by de deur der eetzaale, met den mantel op de slinke schouder, de zinkroers [pistolen, red.]aan den riem: en maakende, als de Prins [Willem van Oranje, red.] uittrad, gelaat van den vryereyzbrief te eyfschen, greep het eene, en schoot af op hem.
De Prins, voelende zich terstondt gepraamt van d’uiterste noodt, sprak, Heere Godt, weest myner ziele genaadigh. Ik ben zeer gequetst. Heere Godt, weest myner ziele, en deezen armen volke, genaadigh. Teffens begon hy te suyzelen, en werd geschorft by Jonker Jakob van Malderé zynen stalmeester. Toen zette men hem op den trap needer. En als zyn zuster de Graavin van Zwartsenburgh hem in Hooghduytsch vraaghde, oft hy zyn’ ziel niet in de handen van Jesus Christus beval, braght hy een Jaa uit; zyn jongste woordt.
Voorts droegh men hem op een bed, naa de voorzeyde eetzaal, daar hy, eer lang, zynen geest gaf, in jeeghen oordigheit der Prinfesse; die, wonderlyk ontstelt, als hebbende haaren vaader, eersten gemaal, ende nu den tweeden, door moorddaadt, verlooren, Godt, met bondighe gebeeden, om geduldt aanriep.
De moorder, zynde op zyn verzet (d’omstanders niet) stak flux op der loop. Vliedende oover de achterplaats, door de stallingen, liet hy ’t ander zinkroer vallen. Uitgekoomen in de Schoolstr
aat, viel hy zelf oover eenigh stroo: doch, strax weeder gereezen, klom op de veste, om zich te waater te begeeven; als twee dienaars des Prinsen, gevolght van andre, hem achterhaalden, en aangreepen."

P.C. Hooft beschrijft de hele dood van Willem van Oranje en de achtervolging op Gerards in nog geen 20 regels tekst, waarin hij alleen het hoognodige vertelt en zijn persoonlijke oordeel achterwege laat. Hierna wijdt hij 2 volle pagina’s aan de bekentenis van Guion, die hij hier pas voor het eerst benoemt als zijnde Balthasar Gerards.

Door de aandacht te leggen op de bekentenis en dus de psychologische achtergrond van Gerards, verraadt Hooft zijn humanistische interesses. Hij maakt van het verhaal geen strijd tussen de protestanten en de katholieken, maar vertelt de persoonlijke overwegingen die bij Gerards leiden tot de beslissing om Willem van Oranje te doden. Een wens van Gerards die al 6 jaar eerder begon, “Tot bewys van dien, had hy, oover zes jaaren, binnen Dole, eenen blooten dolk, uit al zyn’ maght, in een’ deure geduwt, wenschende, ooverhyde, die steek in ’t hart des Prinsen van Oranje.”

Ook in het vervolg van het geschrift blijkt de invloed van het humanisme. Hooft beschrijft namelijk uitgebreid wat er tijdens de uitvaart van de prins over hem gezegd werd. “De Kardinaal Bentivoglio, dan, schryft hem wakkerheit, nyverheit, mildtheit, welspreekenheit, en doorzienigheit in allerley handel toe: ende dat niemandt zyn meester was in ’t schikken der zinnen, oft in ’t omdraayen van yeders gevoelen, oft in ’t afmatten der zaaken; en in ’t neemen van ’t meeste voordeel daar uit op alle andre wyze.”

Hierna volgen er nog meer beschrijvingen van de prins. Pas in de allerlaatste regel van het boek komt Hooft zelf tot een mening. “Immers dit zal niemandt loochenen, dat geen Vorst onder de zon ooit vuurigher bemindt, en hoogher geacht moght worden van zyn’ onderdaanen, dan zyne Doorluchtigheit geweest is van de Hollanders en Zeeuwen.”
Voordien heeft Hooft zich van een eigen mening onthouden. Al mogen natuurlijk de nodige vraagtekens worden gesteld bij de citaten die hij gebruikt. Hooft was toen Willem van Oranje werd vermoord 3 jaar oud en moet alle citaten dus uit de tweede hand hebben. Ook de laatste woorden van de prins kunnen daarom natuurlijk betwijfeld worden.

Toch lijkt Hooft zich zoveel mogelijk te hebben bediend van tekstuele bronnen. De beschrijving van de straf van Balthasar Gerards lijkt namelijk heel veel op de letterlijke tekst van het vonnis en de bekentenis van Gerards is gebaseerd op een tekst die Gerards zelf op schrift stelde.

De hedendaagse geschiedschrijving lijkt overigens niet heel erg beïnvloed door de tekst van P.C. Hooft. Balthasar Gerards wordt immers tegenwoordig neergezet als ‘de slechterik’ en niemand weet hedentendage nog dat hij zich voordeed als Francois Guion. Een ander voorbeeld is het uitgebreide verslag van een andere geplande aanslag op Willem van Oranje, deze aanslag werd gepland door Hans Hanszoon, maar op tijd verijdeld. Hans Hanszoon is vandaag de dag bij niemand meer bekend, er bestaat niet eens een wikipedia pagina over hem. P.C. Hooft wordt dan ook nauwelijks nog gelezen. De mensen winkelen liever in zijn straat….

Het experiment om de geschiedenis te beschrijven vanuit een tekst, is in mijn opinie niet helemaal geslaagd. De belangrijkste reden hiervoor is de beperkte beschikbaarheid van teksten. Ik had Hooft namelijk graag willen vergelijken met bijvoorbeeld Van Meteren & Vossius, die ook hebben gepubliceerd over de moord op Oranje. Deze teksten zijn echter niet op het internet te vinden. Ik weet dan ook nog niet of dit experiment een vervolg gaat krijgen. Wat vinden jullie?

De volledige tekst van PC Hooft is HIER te vinden.

4 reacties op “1584 – de Moord op Willem van Oranje

  1. Jeroen, hier heb je iets gepubliceerd! Zeer interessant maar helaas zullen velen er aan voorbij gaan. Dat is jammer. Zoals je al schrijft, men gaat liever in zijn straat winkelen…
    In het dbnl heb je reeds gezocht, zie ik. Is daar ook niets te vonden over Vossius?
    En Hans Hanszoon, tja, die ken ik ook niet.
    Je hebt aardig wat speurwerk verricht, ga daar mee door. Al is het niet interessant genoeg voor velen, er zijn altijd wel enkelen die het toch lezen en misschien wel raad weten.
    En, weet je, al de middeleeuwse verhalen, zoals de Abele spelen bijvoorbeeld, die is men vergeten. Vrijwel niemand taalt er naar. Vandaag de dag is het credo zoiets van je eigen sores publiceren en daarnaast iets in elkaar flansen over de huidige stand van zaken.
    Ach ja, nogmaals, ook ik vind het jammer dat je niet de aandacht krijgt die je eigenlijk behoeft.

  2. PHM van de kletersteeg

    Ik zie nog zeleens geschiedenis op discovery.
    Het werd een beetje populair gemaakt, maar in de tijd dat ik op school zat was het een opeenvolging van veldslagen
    Stomvervelend.
    Zoals ik het op tv zag: boeiend.
    Geschiedenis is als het werkelijke leven, alleen in een andere tijdspanne.
    Of het boeiend is of saai hangt af van de methodiek

  3. Jeroen de Baaij

    @ Johan, bedankt weer voor je reactie. Van Vossius staan helaas alleen briefwisselingen online en niet zijn werken.
    Ik begrijp dat stukken als deze niet door een groot publiek gelezen worden, dat is ook niet erg. Het schrijven van dit soort teksten is voor mij een manier om in de materie te duiken en dingen te lezen die ik anders misschien niet zou lezen. Bovendien zetten de teksten me aan het nadenken en dat is ook wat waard.
    Bedankt in ieder geval voor je aanmoedigingen. Ik zal hetzelfde concept binnenkort nog eens proberen!
    @ PHM, ik weet niet helemaal wat je met je reactie probeert duidelijk te maken, misschien dat mijn methodiek te saai is?
    Het is dan ook niet mijn doel om de geschiedenis te vertellen, maar om me af te vragen wat bepaalde (vroege) bronnen voor een invloed hebben gehad op het beeld van een gebeurtenis. Zoals ik al aangaf is me dat niet helemaal gelukt hier, maar ik heb in ieder geval verklaart wat de invloed van de achtergrond van Hooft was op de tekst.
    En die analyse is inderdaad taaier dan een docu op tv.Reactie is geredigeerd

  4. anasja pieneman

    Zo slecht werkstuk er staat geen goeie info. in echt heel dom.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: